De adel is verdwenen in Bossche herensociëteit ‘P15’, de grandeur blijft

De vereniging sociëteiten ‘Amicitia en De Zwarte Arend’ in ’s-Hertogenbosch bestaan 230 jaar. Naar aanleiding daarvan verscheen een boek met de titel ‘Bossche Heeren, een biografie van het Bossche sociëteitsleven 1789-2019’. Een boek vol aardige details over de herenclub waar men nog steeds onder vrienden is, onder gelijkgestemden.

door Marianne Schoone

De vereniging sociëteiten ‘Amicitia en De Zwarte Arend’, gevestigd in een monumentaal pand in de Peperstraat, hartje ’s-Hertogenbosch, bestaat tweehonderddertig jaar. Een sociëteit voor louter heren uit de gegoede burgerij, een klein bolwerk van beschaving en traditie, is dat nog wel van deze tijd? Gezien het aantal leden dat al jaren rond de tweehonderdvijftig schommelt, zou je zeggen van wel. Voor een select gezelschap, althans. De tijd heeft flink de tanden gezet in de maatschappelijke invloed die deze mannenbolwerken bijna twee eeuwen lang hadden. Maar de sociëteit anno nu voelt voor de leden nog altijd als ‘thuiskomen’.

Bij aanvang van het “Heerendiner” bij societeit “De Zwarte Arend” wordt een toost op de heer Willem Von Amsberg Von Lippe Bisterfeld uitgebracht. Foto > Piet den Blanken

Samenstellers

Je bent er ‘onder vrienden, gelijkgestemden’, het is een ‘rustpunt in woelige tijden’, blijkt uit een gesprek met drie heren naar aanleiding van het jubileumboek: Maurice Ackermans (oud-president, lid sinds 1995), Maarten van Boven (initiatiefnemer, auteur van het historisch deel en hoofdredacteur, lid sinds 2013) en Fons Duchateau (secretaris, lid sinds 2004). Zij zijn met Jac. Biemans als beeldredacteur de samenstellers van Bossche Heeren, een biografie van het Bossche sociëteitsleven 1789-2019.

‘’Het is de nestgeur”, zegt de flamboyante Ackermans. “Je bent onder elkaar met mensen van hetzelfde kaliber, hetzelfde niveau met dezelfde intellectuele achtergrond. We zijn het lang niet altijd met elkaar eens, maar hebben gespreksstof genoeg.” In de kamer waar portretten van voormalige presidenten van de sociëteiten Amicitia en de Zwarte Arend ons omringen, ligt het lijvige jubileumboek dat verscheen bij gelegenheid van het zesenveertigste lustrum. Elk lid krijgt een boek cadeau, al is het alleen maar om hem te laten kennismaken met de tradities en ontwikkelingen van zijn sociëteit. Drie kilo verplichte leesstof en lesstof, zeg maar.

Van links naar rechts: Maarten van Boven, Maurice Ackermans en Fons Duchateau. Foto > Piet den Blanken

Het eerste exemplaar van het boek dat binnen de sociëteit werd uitgereikt, is overhandigd aan jonkheer Willem van Meeuwen. Hij is de laatste in een reeks van generaties die sinds 1789 is verbonden aan de Bossche sociëteit en tevens het laatste lid met een adellijke titel. Dat was vroeger wel anders: in 1869 telde de Bossche sociëteit liefst vijfendertig baronnen, jonkheren, een enkele ridder en graaf.

Het jubileumboek is doorspekt van dit soort aardige details. De rode draad in het boek volgt de ontwikkeling van de herensociëteiten in Nederland, in het bijzonder die van ’s-Hertogenbosch. Het boek doet hier uitgebreid verslag van en zo wordt de historie van ’s-Hertogenbosch vanuit een geheel nieuwe invalshoek vastgelegd. Het boek vertelt hoe de ‘high society’ in de negentiende eeuw met elkaar verkeerde en onderling trouwde. Hoewel de stad destijds een grote diversiteit aan sociëteiten telde, waren De Zwarte Arend en Amicitia ongetwijfeld de meest invloedrijke.

Het boek “Bossche Heeren” in de entree van het societeitspand aan de Peperstraat in Den Bosch. Foto > Piet den Blanken

De lezer maakt uitvoerig kennis met families als Van Lanschot, Van Rijckevorsel, Van der Does de Willebois en Van Meeuwen. Het boek beschrijft de ontwikkeling van het Bossche bankwezen, gezondheidszorg, waterbeheer en de militaire geschiedenis van de stad aan de hand van bekende Bosscher families die het middelpunt vormden. Daarmee leggen de samenstellers en passant twee eeuwen stadsgeschiedenis bloot. Met de complete ledenlijst vanaf 1789 als indrukwekkende toegift.

“Voor mensen die zich niet thuis voelden in de kroeg of het café had je de sociëteit waar mensen zich verenigden op een andere titel. Waar geen bier werd getapt, maar wijn geschonken. Nu hebben de sociëteiten veel meer concurrentie gekregen zoals van de Rotary of de golfclub. Je kunt jezelf niet opsplitsen”, stelt Duchateau. “Geen nood”, vult Ackermans aan: “Elk jaar komen er nog gemiddeld tien frisse mannen bij! We houden elkaar op stand en daarmee de sociëteit in stand.”

Titelpagina van het eerste reglement van Amicitia bij de oprichting in 1789. Afbeelding uit het besproken boek > bron Brabant Collectie, Tilburg University.

Vestingstad

De geschiedenis in het boek gaat terug naar de achttiende eeuw, toen ‘s-Hertogenbosch een belangrijke vestingstad was met een groot garnizoen van drieduizend man op een bevolking van zo’n twaalfduizend mensen. In die tijd ontstonden de grote sociëteiten, besloten clubs van mannen uit de betere kringen die in het plaatselijk koffiehuis het laatste nieuws tot zich namen onder het genot van een goed glas en sigaar.

De eerste Grand Société werd in 1748 opgericht in Den Haag en kreeg navolging in garnizoenssteden als Breda en Den Bosch, dat zijn Grote Sociëteit opende in juni 1763 in het Hollands Koffiehuis aan de Markt 15 (waar nu een modewinkel is gevestigd). Een herensociëteit waar het om de gezelligheid draaide. Met ballotage, waarbij het aantal zwarte en witte bonen (of kogels) bepaalden of een nieuwkomer de club waardig was.

Het was de tijd dat prinsgezinden lijnrecht tegenover patriotten stonden. De spanningen tussen het militaire gezag en het stadsbestuur kwamen tot uitbarsting in 1787. Burgers keerden toen het garnizoen de rug toe en stichtten in 1789 hun eigen Sociëteit Amicitia. Het Hollands Koffiehuis werd hun domein. In 1809 kwam er een afsplitsing die leidde tot de Nieuwe Sociëteit. Die vond aan de Markt onderdak in de Gouden Leeuw, destijds het oudste en meest prestigieuze hotel van de stad. Willem V was er vaste gast wanneer hij naar Den Bosch kwam. In 1821 volgde een verhuizing naar logement de Zwarte Arend, wat meteen de nieuwe naam van de sociëteit werd.

Het pand De Wereld, Peperstraat 15. Tekening van Hendrik de Laat 1945. Foto > HtSa, uit het besproken boek

Verbouwing

In de negentiende eeuw was het sociëteitsleven op zijn hoogtepunt. Vrijwel de hele rechterlijke macht, stadsbestuur, notariaat, de ambtenarentop, medici en bankiers waren lid, evenals de gegoede families uit de stad, al dan niet van adel. Het kon dan ook niet op. Het pand de Zwarte Arend werd rond 1860 ingrijpend verbouwd. De gevel kreeg een totale facelift in Deuxième Empire Stijl, heel populair in die tijd. Dit betekende een grote uitgave die de sociëteit nooit helemaal te boven is gekomen.

Beide sociëteiten kwamen gehavend uit de Tweede Wereldoorlog en niet veel later, in 1949, besloten zij tot een fusie. Samen trokken zij in bij Amicitia. De zinken zwarte adelaar werd van het dak gehaald en kreeg later een plek in de tuin van ‘De Wereld’, het pand aan Peperstraat 15 waar ‘Amicitia en de Zwarte Arend’ sinds 1970 zetelt. Het gebouw in Empire Stijl werd verkocht aan Albert Heijn, inmiddels zit ook hier een modeketen. Op het dak van het pand prijkt sinds 1997 weer een adelaar, nu van kunststof. Amicitia verkocht haar pand op de Markt in 1969 aan de Raifeissenbank.

De Markt met beide sociëteiten. Links met luifel is Amicitia, rechts de luifel van De Zwarte Arend circa 1920. Foto > HtSA, uit het besproken boek

Hoewel Peperstraat 15 nog altijd de grandeur uitstraalt van de negentiende eeuw toen de sociëteiten hun gouden jaren beleefden, is de adel verdwenen. Het lidmaatschap gaat ook niet meer van vader op zoon, zoals bij de ‘Van Landschotjes’ die zeven generaties lid waren. “Mensen zijn niet zo honkvast als vroeger. Met een buitenlid werd iemand uit Vught bedoeld. Nu is dat New York, bij wijze van spreken. De rechter hing ’s middags zijn toga aan de kapstok en wandelde naar de sociëteit, nu moet hij van de Zuidas komen. En, ook niet onbelangrijk: zestig procent van de rechters is tegenwoordig vrouw”, zegt Van Boven. Ackermans: “Vroeger werd de gemeentesecretaris automatisch tot secretaris van de sociëteit benoemd. Hier, aan deze tafel, werd door B. en W. alles bedacht en besloten, de stad werd hier geregeerd.” Burgemeester Mikkers heeft zich nog niet gemeld, zijn voorganger evenmin.

Mores

Is een herensociëteit nog van deze tijd, was de vraag. In de jaren tachtig, negentig van de vorige eeuw veranderde het karakter, mede doordat er ook leden toetraden uit andere beroepen die weinig relatie hadden met de bourgeoisie. Daarmee veranderde ook de mores, de salons werden wat luidruchtiger.

Groepsfoto van het comité ter gelegenheid van het zilveren ambtsjubileum van burgemeester Van der Does de Willebois in maart 1910. Allen zijn lid van de Bossche sociëteit. Foto > A. C. Verhees HtSA, uit het besproken boek

Nu, bij de viering van het zesenveertigste lustrum, is er nog slechts één lid van adel, maar er zijn des te meer zzp’ers en managers. Met een kookclub in plaats van een kienavond met wild als prijs, al dan niet zelf geschoten. Een kunstbiënnale in plaats van een kermisdiner met paling en aardbeien. Alleen de dinsdag- en vrijdagavonden zijn nog het exclusieve domein van het herengenootschap, met op de laatste vrijdag van de maand de nog immer populaire ‘grote borrel met diner’. Uiteraard geldt dan de dresscode: jasje, dasje en bij speciale gelegenheden zoals het Jaardiner de smoking.

De tijdgeest heeft bezitgenomen van ‘P15’, zoals het statige pand in de Peperstraat liefkozend wordt genoemd. Maar vrouwen zijn nog altijd niet toegetreden tot de ‘inner circle’. Terwijl zij toch al sinds 1786 op de deur kloppen, zo staat in het hoofdstuk in het boek dat is gewijd aan de dames van ‘Amicitia en de Zwarte Arend’. Toen al schonk de meerderheid de dames ‘de zwarte boon’. En dat is niet veranderd. Pas in 1938, toen de beide sociëteiten op een rampzalig dieptepunt zaten qua ledental, werd het dameslidmaatschap toegestaan. Meteen 37 leden erbij, wat een toename betekende van zo’n 25 procent.

Het Paleis van Justitie in de Hinthamerstraat. Nu zit hier cultureel centrum Babel. Het diende als gerechtsgebouw tot in 1922 de nieuwbouw aan de Spinhuiswal in gebruik werd genomen. Foto > Particuliere collectie, uit het besproken boek

Bridgepartner

De nieuw toegetreden dames werden verdeeld in A- (huisgenoten) en B- (overige) damesleden. De heren bepaalden de voorwaarden: Dames mochten alleen binnen van ’s ochtends tien tot twee uur in de namiddag, en alleen om thee te drinken en te bridgen. Er werd in die jaren op hoog niveau bridge gespeeld bij de sociëteiten; tot het Nederlands kampioenschap in de hoofdklasse (1937). Dus als bridgepartner waren de vrouwen zeer welkom.

De verovering van het mannenbastion was een moeizame weg. Waar in Den Haag Dolle Mina’s de sociëteit binnenvielen met de kreet ‘zonder lid geen lid’, streden de Bossche dames met de fluwelen handschoen. De waardering steeg, maar het duurde jaren voor ook de dames stemrecht kregen. Onder leiding van voorzitter Mieke Geeraerdts – ‘fluwelen handschoenen zijn niet aan haar besteed’, staat fijntjes genoteerd in het boek – ijvert de dameskring nog immer voor een gelijkwaardige positie. “Apartheid is niet van deze tijd”, pleitte zij voor een gemengde club.

Het “Heerendiner” bij societeit “De Zwarte Arend” in het societeitspand aan de Peperstraat in Den Bosch . Foto > Piet den Blanken

Een gemengde club? De drie mannen schudden het hoofd. Zij vinden de dameskring met al haar activiteiten een verrijking voor de sociëteit, maar koesteren hun mannenbastion. “Zodra vrouwen volwaardig lid mogen worden, zouden er meteen honderdtwintig leden de sociëteit uit marcheren”, zegt Ackermans. Van Boven staat er iets anders in: “Maar we hebben een traditie van tweehonderddertig jaar. Waarom zou je dat weggooien? Vrouwen hebben hun eigen vrouwenclubjes, waarom zou een gezelschap van louter mannen dan ineens hopeloos ouderwets zijn?”

Maarten van Boven, Bossche Heeren. Een biografie van het Bossche sociëteitsleven 1789-2019. Woudrichem: Pictures Publishers 2019, 336 pagina’s. ISBN 978-94-92576-19-4, hb., € 44,95.

www.picturespublishers.nl

www.amicitia-zwartearend.nl

© Brabant Cultureel 2019