Bas Jongenelen

door JACE van de Ven

Aanleiding tot deze column is het proefschrift Comt sotten / helpt sottelijck sotheyt bedrijven. Humor in 1561. Op 12 november 2019 werd dit aan de Radboud Universiteit verdedigd door Adrianus Johannes Bastianus Jongenelen (Roosendaal, 12 november 1968). Tijdens de tien dagen die intussen verstreken verplaatste mijn aandacht zich steeds meer van het proefschrift en de materiële inhoud ervan naar de schrijver, intussen doctor in de letteren, dr A.J.B. Jongenelen. Mocht er ooit een renaissance van de rederijkerstijd in de Nederlanden komen, dan begint die bij Bas Jongenelen.

Bas Jongenelen. Foto > Frank van den Nieuwenhuijzen

Maar eerst iets over het proefschrift. Daarvoor bestudeerde Jongenelen ruim tachtig teksten uit 1561, een bijzonder jaar in de Nederlandse letterkunde. In Antwerpen werd het laatst bekende landjuweel gehouden, Rotterdam presenteerde een ‘rhetorijckfeest’ en in Brugge publiceerde Eduard de Deene zijn Testament Rhetoricael vol liedjes en gedichten om voor te dragen. Jongenelen richt zich met name op de humoristisch bedoelde teksten. Wat vond men toen grappig en hoe staat het met de maatschappijkritiek in wat men schreef, vraagt Jongenelen zich af. Per slot van rekening zou in 1566 de beeldenstorm door de lage landen jagen. Wierp die zijn schaduwen vooruit?

Nou, nee, is het antwoord. Het is zo bladstil qua maatschappijkritiek dat je dat achteraf kunt aanvoelen als een stilte voor de storm. Dat legt de nieuwbakken doctor uit in bijna driehonderd pagina’s die onderhoudend blijven dankzij zijn meanderende manier van betogen. Ik gebruik het woord betogen omdat het constant lijkt of de auteur op bevlogen wijze met de lezer praat, waarbij hij de argumenten als een goochelaar uit de werkelijkheid van toen plukt. Daarbij maakt hij gebruik van tal van afbeeldingen uit die tijd die vol symboliek en iconologische bijbetekenis zitten.

Illustratie uit het proefschrift van Bas Jongenelen.

U begrijpt het al. Bas Jongenelen is niet het soort wetenschapper dat zich beperkt tot het op de vierkante millimeter blootleggen van één bijzonder detail, hij is een generalist met grote algemene ontwikkeling waaruit hij voortdurend vruchten plukt om die de lezer te laten proeven terwijl hij zich er zelf ook te goed aan doet. Zo verkondigt hij de werkelijkheid. Ik gebruik de woorden verkondigt en werkelijkheid niet, omdat ik zou twijfelen aan wat Jongenelen beweert in zijn proefschrift, maar omdat hij me het type lijkt dat voor de gein ook een essay over een van a tot z verzonnen realiteit zou kunnen schrijven. Een ‘homo ludens’, dat is ie.

Dat laatste blijkt ook uit de Wikipediapagina die vrienden van de promovendus op de dag van zijn promoveren aanmaakten. Jongenelen is docent aan de Fontys Lerarenopleiding, maar blijkt daarnaast in zijn leven vooral op ludieke wijze met de door hem vergaarde geleerdheid om te gaan. Hij schrijft gedichten, maakt vertalingen, houdt lezingen, doet mee aan studentikoze grappen, organiseert culturele evenementen, redigeerde een tijd het literair magazine Meelij en Afschuwen zorgde ervoor dat net als in de rederijkerstijd in het Nederlands taalgebied opnieuw sonnettenkransen werden geschreven. Wat zeg ik? Hij liet zelfs een sonnettenkranskrans fabriceren. Teveel om verder op in te gaan; Google dat maar.

Nog twee dingen: van een vriendin hoorde ik dat Bas Jongenelen ook teksten schrijft voor de taalquiz Praat Nederlands met me op RTL4. In de speelse stijl hem eigen voert hij daar een middeleeuwse ridder op die de naam Alfons de Ridder draagt, de echte naam van de grootste twintigste-eeuwse schrijver in ons taalgebied. En op LinkedIn schrijft ene Hans Min: ‘Bas is een zeer creatief persoon die het vak Nederlands tot in zijn persoonlijke leven doortrekt. Hij was, bij wijze van spreken, al een docent Nederlands voordat hij ervoor gestudeerd had. Door zijn fysiek en persoonlijkheid straalt hij een natuurlijke autoriteit uit.’ Treffend gezegd, ik had het graag zelf als eerste geconstateerd.

Illustratie uit het proefschrift van Bas Jongenelen.

Maar juist als je met de kersverse doctor wilt gaan dwepen, verschijnt er boven het sjabloon Bas Jongenelen op Wikipedia de volgende tekst: ‘Ten minste een van de mensen die meewerken aan Wikipedia vindt dat het onderwerp van dit artikel niet past in deze encyclopedie, en stelt daarom voor het artikel te laten verwijderen.’ Lezers krijgen twee weken de tijd om onderbouwing van de beweringen in de tekst aan te dragen, of het zal sneuvelen. Whaw! Is hier een droogkloot aan het woord of heeft de man een punt omdat de samenstellers van het lemma Bas Jongenelen een goedbedoelde hagiografie hebben gemaakt, opgesmukt met tamelijk particuliere anekdotes?

Ik begrijp het wel dat serieuze mensen vinden dat de stijl van een artikel als dit over Bas Jongenelen in Wikipedia niet kan, bang als ze zijn dat de site een vrolijk onderonsje gaat worden. Maar dat verheelt niet dat Jongenelen volkomen terecht een plaats in Wikipedia verdient. We hebben het wel over iemand die iets voorstelt, als docent, als publicist en als animator. Hij is op zijn minst een in de eenentwintigste eeuw levende rederijker die op ludieke wijze de wetenschap die hij bedrijft voelbaar weet te maken. Hij mag vergeleken worden met Herman Pleij en op zijn beste momenten zelfs met grootheden uit het verleden als Anton van Duinkerken en Johan Huizinga.

www.basjongenelen.nl

© Brabant Cultureel 2019