Componist Mayke Nas en kunstenaar Teun Hocks vinden elkaar in November Music

“Ik voel me verwend”, fluistert schilder-fotograaf Teun Hocks (Leiden 1947) aan het eind van het gesprek. Componist Mayke Nas (Voorschoten 1972) propt intussen wat laatste pumps in haar tas en doet alsof ze niets hoort. Toch zijn ze volkomen op elkaar ingespeeld, zoals hun gezamenlijk productie ‘Het Arsenaal der Ongeleefde dingen’ bewijst.

door Camiel Hamans

Het omvangrijke programma van November Music, het festival voor nieuwe muziek dat zich tussen 1 en 10 november 2019 weer in alle zalen, kerken en ruimtes van ’s-Hertogenbosch afspeelt, kent vele hoogtepunten. Nieuw werk in opdracht van het festival door onder meer Calliope Tsoupaki, de huidige Componist des Vaderlands, door Aart Strootman, winnaar van de Matthijs Vermeulenprijs 2019, van Jesse Passenier, die met zijn stuk vijfenzeventig jaar bevrijding van ’s-Hertogenbosch herdenkt en van het jonge talent Bianca Bongers. En niet te vergeten de tachtigste verjaardag van Daan Manneke op 7 november in de Sint Jan, de Willem Twee Toonzaal en de Grote Kerk. Maar wat er op deze zelfde 7 november het meest uitspringt, is Het Arsenaal der Ongeleefde Dingen, een coproductie van beeldend kunstenaar Teun Hocks, componist Mayke Nas en de leden van Nieuw Amsterdams Peil.

Foto > Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

Settings

“We kenden elkaar al heel lang, via vrienden en familie, maar we waren nooit verder gekomen dan hallo”, vertelt Mayke Nas. “Toen ik in 2015 een overzichtstentoonstelling van zijn werk zag in Apeldoorn, voelde ik een klik. Teuns schilderijen zijn door hemzelf geschilderde, geënsceneerde Hollandse taferelen, waarin hij zichzelf zodanig positioneert dat hij in een komische of poëtische situatie verzeild lijkt geraakt. Die fotografeert hij in zwart wit. Vervolgens schildert hij die gefotografeerde voorstelling in met olieverf. Ik denk beeldend, in settings. Ik zie een overeenkomst tussen Teuns schilderijen en wat ik voor ogen heb, het zijn situaties. Toen November Music me een opdracht gaf voor een nieuw stuk, heb ik daarom Teun benaderd. Ik wist niet wat ik kon verwachten, maar hij zei meteen: ja, leuk.”

“Vorig jaar heb ik voor het Tromp Concours voor slagwerkers al een voorproefje van de solo voor naaldhakken gegeven, vervolgens heeft Teun er een tekening bij gemaakt.
Foto > Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

“Tot voor een paar maanden woonde ik in Frankrijk”, gaat Teun Hocks verder. “Mayke is wel drie keer vanuit Tilburg naar me toe gekomen. We hebben mijn werk bekeken, alsof je door de overzichtstentoonstelling gaat. Mayke had natuurlijk ook ideeën. Er zit bijvoorbeeld een Solo voor Naaldhakken in het stuk en die vondst is van Mayke.” “Vorig jaar heb ik voor het Tromp Concours voor slagwerkers al een voorproefje van deze solo gegeven”, vult Nas aan. “Vervolgens heeft Teun er een tekening bij gemaakt. Teun stuurde regelmatig tekeningen via de mail en daar reageerde ik dan op. Soms was het ‘jah’, maar even vaak ‘ik zie er niets bij’ of ‘ik zal er ‘ns over nadenken’. Van al het werk van Teun waar ik van dacht, dat er geluid bij kon en dat je het stilstaande beeld tijd kon geven, dus er een verhaaltje van kon maken met een begin en een eind, zijn we gaan bedenken wat voor een verhaaltje erbij kon, met welke uitvoerenden en met welke instrumenten, enzovoorts.”

Types

“Mayke en ik”, vertelt Gerard Bouwhuis (Castricum 1954), een van de leiders van Nieuw Amsterdams Peil en als uitvoerende betrokken bij het Arsenaal, “waren al een tijd in gesprek voordat dit idee in beeld kwam. Daardoor lag het voor de hand om ook hierover mee te denken. Wij hebben mensen gezocht die meer zijn dan alleen maar musicus, die een theaterprésence hebben. Mensen voor wie niets te gek is. Teun wilde absoluut geen acteurs. Het moesten types zijn die bij Teuns beelden passen.”

Van rechts naar links: Teun Hocks, Mayke Nas en Gerard Bouwhuis.
Foto Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

“Ik zoek niet per se de grap of het absurde, maar het sluipt er altijd vanzelf in. Ik kan er niets aan doen”, zegt Hocks met een verontschuldigende glimlach. “De houding, die je voor deze muziek moet hebben”, vult Bouwhuis aan, is die van iemand die iets raars doet, maar wel volstrekt ernstig, met een uitgestreken gezicht. Mensen die dat kunnen, dat type uitvoerenden hebben we gezocht. Een aantal daarvan komt uit de stal van Nieuw Amsterdams Peil. Mayke kwam met de naam van Rianne Wilbers.”

Koen Kaptijn.
Foto Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

“Ik ken Rianne vanuit Tilburg en ik heb haar de laatste twee, drie jaar vaak gezien. Er zit veel poëzie in wat ze doet. Als zij het podium op komt lopen, staat daar iemand. Plus dat er voldoende krankzinnigheid in haar zit.” Rianne Wilbers is in Tilburg opgeleid als klassiek sopraan, maar zij is eigenlijk eerder stemkunstenares en zo werkt ze ook aan deze voorstelling mee. Ze heeft een solo als diva, waarbij ze als was het een nieuwe Voix humaine van Cocteau en Poulenc de ene kant van een conversatie weergeeft, maar dan nauwelijks in volledige taal. Het zijn veeleer kreetjes, woordjes, gegromde syllaben en andere op reactie gerichte geluidjes. “Ik heb”, ligt Mayke toe, “deze solo niet volledig uitgeschreven. Alleen de tekst en de regie. De rest vult Rianne per keer in. Bij andere scènes heb ik het wel tot op de seconde en de beweging vastgelegd.”

Concentratie

De Solo voor naaldhakken is tot in detail genoteerd, laat Mayke op haar tablet zien. Het ziet eruit als een normale partituur, weliswaar met een legenda vooraf waarin tekens zijn vastgelegd voor de linker- en de rechterschoen, de voet en de hak en de locaties op een cirkel waar de beweging gemaakt moet worden. Gelukkig zit er ook een video bij, waarop Nas zelf het stuk speelt met in elke hand een pump. Pepe Garcia speelt deze solo, met een concentratie alsof hij de hondsmoeilijke cellosolo speelt in Richard Strauss’ Don Quichote. “Maar het is ook even moeilijk”, legt Nas uit. “Vooral het stille stuk, waarin hij geen ritme tikte, geen schaatsbewegingen maakt, niet met de zolen over de onderliggende vloer wrijft en ruisgeluiden maakt. Niets, alleen in stilte de schoenen ritmisch kantelen. Dat bleek vreselijk moeilijk om uit het hoofd te leren.” Pepe Garcia doet het niet allen briljant, hij kijkt er ook nog bij alsof hij evenveel van zijn naaldhakken houdt als van zijn normale slagwerk.

‘Nas is zelf goede schoenen gaan uitzoeken. In een schoenenzaak pakte ze het ene na het andere paar op, luisterde wat voor geluid ze gaven met de hak en met de zool en probeerde of leer beter klonk dan rubber, tot er een verkoopster kwam die vroeg of ze kon helpen’
Foto Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

Nas is zelf goede schoenen gaan uitzoeken. In een schoenenzaak pakte ze het ene na het andere paar op, luisterde wat voor geluid ze gaven met de hak en met de zool en probeerde of leer beter klonk dan rubber, tot er een verkoopster kwam die vroeg of ze kon helpen. “Liever niet, en verbaasd dat ze was dat ik een paar kocht zonder die te passen. Zo heb ik ook de halve kringloopwinkel leeg gekocht. Om het geluid van regen te krijgen heb ik op bakjes, schalen en kopjes lopen tikken, met plastic zakjes gewreven en met pakjes hagelslag staan schudden.”

Violiste Merel Junge op euphonium (kleine tuba).
Foto Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

Het Arsenaal zit vol ongebruikelijke instrumenten. Musici spelen vaker niet dan wel op hun normale instrument. “Dat is een beetje het gemene van de plannen van Teun en mij”, glimlacht Nas. “De uitvoerenden zijn niet instrumentspecifiek. De violist en de pianist bijvoorbeeld hebben het drukker met over het podium lopen, geluiden maken of met regen tikken dan met het spelen van een partij voor hun eigen instrument.” Gerard Bouwhuis, die pianist is, vertelt vol ironie dat hij zich in het stuk eindelijk eens directeur voelt, de baas, omdat hij achter een groot bureau mag zitten en de beste stofjas aanheeft, maar hij mag maar in één scène piano spelen, en dan is het nog een keyboard en geen piano.

Tableaus

Ook al had Nas tevoren hele delen tot in detail uitgewerkt en ook al hadden Hocks en Nas het stuk in hun hoofd zo goed als klaar, tijdens de repetitieweek moest er nog veel worden bedacht en uitgevonden. Hoe het geheel op te bouwen, hoe de changementen en het omkleden moest. Of daar voldoende tijd voor was en of het kon. Nee, bleek soms. Het achterdoek wordt aangelicht door een beamer. Dus kun je niet achterlangs voor een opkomst aan de andere kant of om daar je volgende kostuum aan te trekken. En natuurlijk konden de bedenkers pas tijdens de repetities zien en horen hoe wat ze bedacht hadden uitpakte. Dat viel niet tegen, ook al hebben ze de volgorde van de scènes al werkend omgegooid. “Het is geen doorgecomponeerd stuk”, zegt Nas, “het zijn tien tableaus elk met een eigen verhaaltje. Er liep in onze opzet wel een rode draad doorheen, maar die bleek minder goed te werken dan we gedacht hadden. Dus hebben we een andere volgorde gekozen en een nieuwe samenhang gecreëerd.

Voor het doek: Heleen van Hulst.
Foto Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

“Het heel bijzondere van onze repetitieweek was”, zegt Nas, dankbaar in de richting van Bouwhuis en Wilbers kijkend, “dat we een flink deel van de muziek met zijn allen hebben gemaakt. De musici hebben een groot deel cadeau gedaan aan de voorstelling.” “Ach”, zegt Rianne Wilbers (Helmond 1989), “als er logistieke problemen bleken, dan losten we die gewoon op. We hebben voldoende theaterervaring daarvoor.”

Foto Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

“En vergeet niet”, vult Gerard Bouwhuis aan, “het bij elkaar brengen van deze mensen is een deel van de compositie. Zij zijn gedreven en gezamenlijk op zoek naar de beste manier om de voorstelling vorm te geven. Iedereen draagt oplossingen aan. Of dit nu gaat over de vraag hoe op het juiste moment twee instrumentjes klaar kunnen liggen voor het vervolg van de scène of om welke ritme ergens vereist is of welk geluid er nodig is voor een volgende overgang.”

Foto Evi Clerckx / Courtesy Transit 2019 (Leuven)

‘Teun en ik hebben onderschat hoeveel logistiek en organisatie er bij zo’n voorstelling komt kijken, wat er allemaal achter de schermen moet gebeuren om een scène mogelijk te maken en dat je in feite een choreografie moet bedenken”, concludeert Nas. “Het eindresultaat is echt een gezamenlijk product van ons, van Ria Marks, die de regie gedaan heeft, en van de uitvoerenden.” “Klopt”, sluit Bouwhuis af, “maar wel onder jullie leiding.” “Leiding?”, reageert Hocks met een ironische glimlach, alsof het gesprek aan hem voorbij is gegaan. “Had u niet graag zelf mee op de bühne gestaan”, daagt de interviewer hem uit. “Die aanvechting heb ik, maar ik doe het niet. Deze samenwerking voelt voor mij als een upgrade. Voor het eerst heb ik kunnen samenwerken met een goede componist en goede musici.”

‘Het Arsenaal der Ongeleefde Dingen’, 7 november 2019 om 20.30 uur in de Grote Zaal van de Verkadefabriek, ’s-Hertogenbosch.

www.novembermusic.net

www.nieuwamsterdamspeil.com

© Brabant Cultureel 2019