Design Museum overschat belang van het nazi design en poetst de terreur weg

‘De tentoonstelling die laat zien hoe vormgeving heeft bijgedragen aan de verspreiding van de nazi-ideologie.’ Zo promoot het Design Museum Den Bosch de huidige expositie over nazi design. Dat klinkt redelijk bescheiden, want in andere uitingen betoogt het museum dat dit design leidde tot de gruwelen van de oorlog. En dat is onzin.

door Lauran Toorians

Design is overal. Alles wat mensen maken heeft een vorm en daarover is nagedacht. Sinds we vormgeving design noemen, is er echter iets veranderd. In de eerste plaats gaat het feitelijk steeds om industrieel design, om vormen die industrieel kunnen worden gemaakt, dus massaproductie. Dat is echter bij bijvoorbeeld de vormgeving van de baksteen of de knopspeld al veel langer het geval. Maar als tweede bracht die mechanisering met zich mee dat voorwerpen die in enorme aantallen kunnen worden gemaakt, ook aan zoveel mogelijk mensen moeten worden verkocht. Marketing en design raakten daarmee onlosmakelijk verstrengeld, met als uitwas dat je massa’s mensen nutteloze dingen kunt laten kopen, zo lang die er maar aantrekkelijk uit zien of als ze met een mooi verhaal een aantrekkelijk imago krijgen aangemeten.

Binden

Het doel van marketing is simpelweg om zoveel mogelijk mensen aan het product en zijn verkoper te binden. Meestal gaat het dan om het binden van mensen die bereid zijn geld uit te geven, maar het kan ook stemvee zijn, of gelovigen die bereid zijn hun leven te geven ‘voor de goede zaak’. Design kan daarbij een rol spelen, zoals bijvoorbeeld het flesje en de belettering van Coca-Cola, de steeds weer opnieuw ontworpen auto’s met steeds hetzelfde logo/merkteken, of de buitensportkleding van The North Face die door Douglas Thompkins, de oprichter van het bedrijf, zelf als waardeloos werd omschreven. Niet de kwaliteit, maar het merk bepaalt de populariteit en de prijs in de winkel die vaak vele malen hoger is dan de productiekosten.

Zaaloverzicht van de expositie. Foto Design Museum Den Bosch

Design kan dus goed of slecht zijn, maar dat heeft geen enkele relatie tot de kwaliteit van het product dat in het design zit ‘verpakt’. Het logo van Amazon kan bepaald geen topontwerp worden genoemd en toch werd dit een miljardenbedrijf. Slimme marketing kan dus gebruik maken van design, maar kan ook heel goed zonder.

Veelbesproken

Al deze overwegingen zouden een rol moeten spelen wanneer we kijken naar het gebruik van design – in de meest ruime zin van het woord – door de nationaalsocialisten in het Duitsland van de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw. In een al lang voor de opening veelbesproken tentoonstelling doet het Design Museum Den Bosch nu net alsof het grote succes van het nazi design een belangrijke bijdrage leverde aan de verschrikkingen van het regime dat zich van deze vormgeving bediende. Dat is niet zo. Het ‘succes’ – als het zo mag heten – van zowel het design als het regime kwam direct voort uit het brute geweld waarmee dit succes werd afgedwongen. Wie een hakenkruisvlag neerhaalde of een portret van de leider bij het oud vuil zette, mocht rekenen op een niet mis te verstane straf. Wie dienst weigerde, kreeg de kogel.

Het herinneringsmonument in Dachau door Nandor Glid (1924-1997), onthuld in 1968.
Op de buitenmuur van het kamp staan de simpele jaartallen 1933-1945.
Foto Guinnog, Wikimedia Commons

Concentratiekamp Dachau werd op 22 maart 1933 in gebruik genomen en bleef in functie tot 29 april 1945. Die jaartallen zijn belangrijker om het ‘succes’ van het regime te begrijpen dan het ‘design’ of de architectuur van dit kamp. Dat design was simpel genoeg: ‘Prikkeldraad, met dood beladen’ dat een gesloten wereld omgaf onder ‘een hemel zonder genade’. Daarin waren de gevangenen overgeleverd aan ‘vorst of zonnebrand’. De woorden komen uit het Dachaulied. De tweede strofe van dit bitter spottende marslied luidt in vertaling:

Voor de lopen van geweren
leven wij bij dag en nacht.
Het leven wordt ons hier tot leerstuk,
zwaarder als wij ooit hebben gedacht.
Niemand telt nog dagen en weken,
menigeen zelfs geen jaren meer.
En zovelen zijn gebroken
en verloren hun gezicht.

Kan het nog duidelijker? Mao Zedong mag het dan op zijn naam hebben gezet, hij was niet de eerste die verwoordde dat macht uit de loop van een geweer komt. De kleur van dat geweer, of er een hakenkruis op staat of en ster, maakt daarbij niet uit. Niet voor wie in de loop kijkt en ook niet voor wie het geweer vasthoudt. Het design is slechts de verpakking en dat is wat de tentoonstelling in ’s-Hertogenbosch onbedoeld ook goed laat zien. Het interieur van de nazi-bonzen, inclusief AH zelf, hing niet vol met hakenkruizen, droeg niet de rode kleur die was geleend van de arbeidersbeweging en was eerder kleinburgerlijk dan ‘design’. Het dressoir dat in de expositie is opgenomen had net zo goed van Napoleon geweest kunnen zijn, met in het inlegwerk verstopte hakenkruisjes zo onschuldig als op een hindoeïstisch amulet.

Reclamefoto uit 1939 voor de KdF-Wagen, het prototype van de Volkswagen
(KdF =’Kraft durch Freude’). Foto Bundesarchiv.

Publicatie

Wat de tentoonstelling in het Design Museum mist, is context en achtergrondinformatie en het is meer dan jammer dat er geen begeleidende publicatie is. Zo’n boek was in eerste aanleg wel de bedoeling van het museum, maar de samenstellers hadden het te druk, zo werd aan de pers meegedeeld. Juist in een publicatie had duidelijk kunnen worden gemaakt hoe weinig origineel de nazi’s waren bij hun keuzes in vormgeving. Er werd her en der geleend wat al succesvol was gebleken en soms deden kunstenaars en vormgevers van naam en faam ijverig mee. Andere deden dat niet en gingen het land uit, of wanneer zij net onder de radar bleven het kamp in.

Het origineel van de poster door Alfred Leete, ‘Britons (Lord Kitchener) wants you’ uit september 1914. Het beeld werd, met een zelfde oproep, in tal van landen overgenomen en werd ook zonder tekst en wijzende vinger begrepen. Foto Wikimedia Commons

In de grote zaal van het museum kijken we nu naar tamelijk middelmatige voorwerpen in een mooie uitstalling (het design van de expositie is goed). Hoe die voorwerpen tot stand kwamen en wat ermee werd beoogd, daarnaar moet de bezoeker vaak raden. Daarbij wordt dan een beroep gedaan op historische kennis die lang niet tot ieders bagage hoort. Waarom naast de Hitlerportretten niet ook een portret van de pausen Pius XI en Pius XII die in diezelfde tijd ook in menige woning zullen hebben gehangen. Of de bekende poster ‘I Want You, for US Army’ (gekopieerd naar de eerdere Britse poster met Lord Horatio Kitchener). Dat zou laten zien hoe weinig origineel de nazi’s waren. Zo waren er ook al voor 1933 massaspelen in alle hoeken van het maatschappelijke en politieke spectrum, met vaandels, volkskoren en ritmisch dansende meisjes en jongemannen. De nazi’s haakten aan, met slechts één verschil: wie het openlijk niet leuk vond, kreeg straf. Niet het design leidde tot industriële massamoord; bruut en cynisch geweld en een ultieme angstcultuur deden dat.

Motivatie

De motivatie dat deze tentoonstelling er moest komen omdat deze periode ontbreekt in de geschiedschrijving van het design, kan daarmee worden betwijfeld. Misschien is de geschiedschrijving hier stil, omdat er weinig nieuws gebeurde. Wel overigens aan geallieerde zijde, waar onder meer camouflagetechnieken werden ontwikkeld waarover volop literatuur bestaat. En dat dit onderwerp nog nooit eerder aandacht kreeg en in Duitsland niet zou kunnen, werd door Duitse perscollega’s ernstig in twijfel getrokken. Bovendien verscheen recent een boek over nazipropaganda voor de jeugd waarin de beeldcultuur volop aan de orde komt en is er natuurlijk volop literatuur over antisemitisme (en andere vormen van discriminatie) waarin eveneens het visuele aspect van de propaganda uitgebreid aan bod komt.

In 1931 organiseerde de katholieke vrouwenbeweging De Graal op Tweede Paasdag met 2600 leden een massaspektakel in het Olympisch Stadion in Amsterdam: De Koninklijke Weg des Kruizes. Foto Katholiek Documentatiecentrum, Nijmegen

Alvorens deze museumzaal te betreden, krijgen de bezoekers eerst een korte film te zien die de gruwelen van het naziregime laat zien. Of dat nodig is in een periode waarin we in elk geval in het zuiden van Nederland omkomen in de herdenkingen van vijfenzeventig jaar bevrijding, is de vraag. De film is ook weinig subtiel, want ja, het dieptepunt was de Holocaust, maar de terreur was overal en daar zou het hier toch over moeten gaan. Het design was ook overal. En ja, design (in woord en beeld) kan ertoe bijdragen dat mensen bereid zijn anderen hun menswaardigheid te ontnemen, maar dat is van alle tijden en zal blijven zo lang we doorgaan politiek te bedrijven in termen van wij en zij.

Gehoorzaamheid

De tentoonstelling zou er zeker bij hebben gewonnen wanneer de samenstellers zich hadden gericht op het design uit de jaren dertig en veertig in de volle breedte. Dan was duidelijk geworden hoe weinig origineel de nazi’s waren. Zelfs op het vlak van terreur waren de genocide op de Armeniërs en de grote door Stalin gecreëerde hongersnood en de moordpartijen in Oekraïne en Wit-Rusland voorbeelden die dankbaar werden gebruikt. Waar de nazi’s misschien in uitblonken is gewetenloosheid, maar ook daarbij – los van de inzet van psychopaten – kwam ook de gehoorzaamheid (Befehl ist Befehl) vaak uit de loop van een geweer. Angst is een goede drijfveer voor gehoorzaamheid en indien goed toegepast ook voor de bereidheid om geweld toe te passen. 

Op 19 april 1930 publiceerde De Groene Amsterdammer een ‘Neger-nummer’ waarin het blad ondanks goede bedoelingen niet ontkwam aan racisme en vooroordelen. Op het omslag een tekening van Johan Braakensiek. Foto historiek.net

Al deze aspecten blijven in de tentoonstelling buiten beschouwing. Het museum lijkt hiermee het belang van design schromelijk te overschatten. Want of design werkelijk zo machtig is dat het in ruim een decennium zo’n vijftig miljoen slachtoffers kan maken? Geslaagd is wel de marketing. Het museum dat nog niet zo lang geleden een nieuwe naam heeft aangemeten, staat op de kaart.

‘Design van het Derde Rijk’, t/m 19 januari 2020 in het Design Museum Den Bosch. Entreekaarten moeten via de website van het museum worden gereserveerd.

© Brabant Cultureel 2019

Een van de vroegste voorbeelden van de uitgeschreven (getypte) tekst van het Dachaulied van Soyfer en Zipper.

Jura Soyfer en Herbert Zipper

Jura Soyfer (1912-1939) was een Oostenrijkse communist, toneelschrijver en politiek journalist die op 23 juni 1938 in het Concentratiekamp Dachau werd opgesloten, samen met vele andere Oostenrijkse kunstenaars en journalisten. In het kamp verrichte hij dwangarbeid samen met de componist en dirigent Herbert Zipper (1904-1997) en samen componeerden zij – uit het hoofd – de tekst en muziek voor een protestlied dat bekend werd als het Dachaulied. In de herfst van 1938 werd Soyfer naar Buchenwald overgeplaatst, waar hij op 16 februari van het jaar daarop aan tyfus overleed. Zipper ging in 1939 ook naar Buchenwald en werd daar met losgeld en een visum voor Guatamala vrijgekocht. Het lied werd in 1939 door Zipper en andere vrijgelaten gevangenen opgetekend en verder verspreid, ook buiten Duitsland.

Meer over het Dachaulied

Het Dachaulied

Stacheldraht, mit Tod geladen,
Ist um unsre Welt gespannt.
Drauf ein Himmel ohne Gnaden
Sendet Frost und Sonnenbrand.
Fern von uns sind alle Freuden,
Fern die Heimat und die Fraun,
Wenn wir stumm zur Arbeit schreiten,
Tausende im Morgengraun.

Doch wir haben die Losung von Dachau gelernt,
Und wir wurden stahlhart dabei.
Bleib ein Mensch, Kamerad,
Sei ein Mann, Kamerad,
Mach ganze Arbeit, pack an Kamerad:
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei,
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei!

Vor der Mündung der Gewehre
Leben wir bei Tag und Nacht.
Leben wird uns hier zur Lehre,
Schwerer, als wir’s je gedacht.
Keiner mehr zählt Tag’ und Wochen,
Mancher schon die Jahre nicht.
Und so viele sind zerbrochen
Und verloren ihr Gesicht.

Doch wir haben die Losung von Dachau gelernt,
Und wir wurden stahlhart dabei.
Bleib ein Mensch, Kamerad,
Sei ein Mann, Kamerad,
Mach ganze Arbeit, pack an Kamerad:
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei,
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei!

Heb den Stein und zieh den Wagen,
Keine Last sei dir zu schwer.
Der du warst in fernen Tagen,
Bist du heut schon längst nicht mehr.
Stich den Spaten in die Erde,
Grab dein Mitleid tief hinein,
Und im eignen Schweiße werde
Selber du zu Stahl und Stein.

Doch wir haben die Losung von Dachau gelernt,
Und wir wurden stahlhart dabei.
Bleib ein Mensch, Kamerad,
Sei ein Mann, Kamerad,
Mach ganze Arbeit, pack an Kamerad:
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei,
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei!

Einst wird die Sirene künden:
Auf zum letzten Zählappell!
Draußen dann, wo wir uns finden,
Bist du, Kamerad, zur Stell.
Hell wird uns die Freiheit lachen,
Schaffen heißt’s mit großem Mut.
Und die Arbeit, die wir machen.
Diese Arbeit, sie wird gut.

Denn wir haben die Losung von Dachau gelernt,
Und wir wurden stahlhart dabei.
Bleib ein Mensch, Kamerad,
Sei ein Mann, Kamerad,
Mach ganze Arbeit, pack an Kamerad:
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei,
Denn Arbeit, denn Arbeit macht frei!

(Jura Soyfer, Das Gesamtwerk. Herausgegeben von Horst Jarka. Wenen, München, Zürich 1984)

Uitvoering van het Dachaulied