Column: Museum Krona nodigt uit tot mijmeren

Lopend in een Birgittinessenklooster terugdenken aan Homs in Syrië. Hoe haal je het in je hoofd? Toch overkomt zoiets mij regelmatig. Museumbezoek kan allerlei associaties oproepen en de meest onverwachte zijn vaak het interessantst. Museum Krona in Uden verbindt zich in mijn beleving met Syrië.

door Arnold Verplancke

Een zonnige zondagmiddag in september nodigt uit tot een bezoekje aan Krona. Dat is de nieuwe naam van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden. Het streng ommuurde klooster herbergt daar niet alleen nieuw ingerichte museumzalen, maar ook een keurig bijgehouden kruidentuin en een terras met luifel en schaduw. Een mooie plek om in alle rust te genieten van een kopje koffie met gebak en te mijmeren over alles wat er te zien is.

Onmiddellijk achter het toegangshek van Krona verrast het beeld van een stevig geproportioneerde blote Eva. Ze heeft overduidelijk de verboden appel in haar opgeheven hand. Als een provocatie? Of als een verbaasde vraag: krijg ik nou de schuld vanwege een appel? Geen slang of Adam te bekennen. De maker Bart van Hoek geeft alle ruimte aan een eigen invulling.

Wie net als ik in geen jaren dit museum heeft bezocht, kent het nauwelijks terug. Niet alleen de entree is veranderd en verplaatst, ook de zalen ogen veel lichter, ruimer en rustiger. Het kan niet anders dan dat veel van de vaste collectie in depot staat. Op de zondagmiddag dat ik er rondloop nog meer dan anders, want enkele zalen zijn tijdelijk ingericht voor een tentoonstelling over Market Garden en de bevrijding nu vijfenzeventig jaar geleden van dit deel van Noord-Brabant. Heel interessant ongetwijfeld voor de bezoekers uit de eigen regio.


Hoogtepunt voor de kenner
vormen nog steeds
de houten beelden
van de Meester van Koudewater


Maar de overige zalen en kelderruimte bieden een mooie beknopte dwarsdoorsnede van de collectie religieuze kunst die zes eeuwen omspant. Hoogtepunt voor de kenner vormen nog steeds de houten beelden van de Meester van Koudewater. Deze anonieme beeldsnijder maakte ze voor de slotzusters Birgittinessen die toen nog hun klooster Koudewater bij ’s-Hertogenbosch bewoonden. In 1713 zijn zij verhuisd naar deze abdij in Uden. De nieuwe naam Krona voor het museum verwijst naar de gestileerde ‘kroon’ die de zuster in de hoofdtooi dragen. Vlakbij de beelden van de Meester van Koudewater is aan de wand ook een houten beeldengroepje uit 1530 te zien. Het stelt de Besnijdenis van Christus voor en herinnert een argeloze bezoeker eraan dat Jezus een joods jongetje was.

Deze maanden krijgen schoolkinderen (en volwassenen) trouwens een multireligieus doorkijkje in een andere zaal. Die heet Feest en schenkt aandacht aan religieuze feesten van zowel christenen als joden en moslims.

Het houten beeldengroepje uit 1530 stelt de Besnijdenis van Christus voor en herinnert een argeloze bezoeker eraan dat Jezus een joods jongetje was. Foto Arnold Verplancke

Het overgrote deel van het museum ademt natuurlijk christelijke kunst van vroeger en nu. In de kelder eigentijds werk van kunstenaars als Guido Geelen, Henk Visch, Ton Frenken, Marc Mulders en Reinoud van Vught. Van Jacques Frenken hangt er die middag ook Target Schietschijf, een Christuscorpus, de armen gespreid, op een grote schietschijf. Ook weer een werk dat vragen oproept en veel antwoorden mogelijk maakt. Wie heeft van die Jezus een schietschijf gemaakt in de tweede helft van de vorige eeuw? En waarom? En als je net een multireligieus vleugje heb meegekregen rijst ook de vraag: zou je zoiets met een joodse profeet kunnen doen, of met Mohammed, zonder van alles en nog wat beschuldigd te worden? Niet dat ik tegen beelden als dit van Frenken ben, integendeel. Blij dat we kunstenaars niet vastspijkeren op taboes.

In een kleine vitrine ligt ook een mooi versierde ceintuur van een kloosterzuster van vijf eeuwen geleden. Mooi, zeker, bijzonder. Maar ze doet me plotseling denken aan een andere ceintuur die ik twaalf jaar geleden zag in Homs in Syrië. Voor de verschrikkelijke burgeroorlog bezocht ik daar de kathedraal gewijd aan de heilige ceintuur van Maria.

Achter dikke tralies stond daar een monstrans met daarin een opgerolde ceintuur die zou hebben toebehoord aan Maria. Toen zij ten hemel werd opgenomen zou de (ongelovige) apostel Thomas haar een bewijs hebben gevraagd om de andere apostelen te overtuigen. Zij maakte de ceintuur van haar gewaad los en gaf die hem. Na veel omzwervingen zou de ceintuur in Homs terecht zijn gekomen en eeuwen lang bewaard in een metalen cilinder.


Johannes
is immers ook
voor moslims
een profeet


Als ik in de ‘schatkamer’ van het Udense museum een Johannesschotel uit de zestiende eeuw zie, dus met het afgehakte hoofd van Johannes de Doper, schiet me te binnen hoe ik op dezelfde reis in Damascus in de grote Omajjadenmoskee het manshoge goudgroene praalgraf aantrof waarin het hoofd van Johannes zou worden bewaard. Johannes is immers ook voor moslims een profeet (Jahja). Iedere bezoeker van de het Museum Krona kent natuurlijk het Bijbelverhaal dat beschrijft hoe koning Herodes toegeeft aan de gril van zijn dochter Salomé om Johannes te laten onthoofden; de prediker die hem steeds aanklaagt voor zijn zonden. De naam Salomé komt overigens niet voor in de bijbel, maar wel bij de joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37-100). Sindsdien duikt Salomé steeds op in schilderijen, beelden en opera’s, zoals die van Richard Strauss.

In buurland Jordanië heb ik toen ook de hoge tafelberg bezocht waarop het fort van Herodes heeft gestaan en waar de onthoofding moet zijn gebeurd. Ik vond er zelfs een groot hol waar de luid protesterende prediker gevangen kan hebben gezeten. Althans, dat heb ik toen zelf creatief bedacht. Zoals ik nu in Uden mijn herinneringen aan die reis weer zie opdoemen: Homs, Damascus, de plaats delict van Johannes’ onthoofding. Een museum hoeft niet meer overvol te staan. Zeker niet als elk voorwerp zijn eigen verhalen meebrengt.

COLLECTIE MUSEUM VOOR RELIGIEUZE KUNST UDEN

(Foto boven dit artikel: ‘Schietschijf’ van Ton Frenken. Foto Arnold Verplancke).



© Brabant Cultureel 2019