Het hoofd rechtop, de blik vooruit, de hele week

door Kees Hermis


DE LOPENDE MAN

Alsof G diepgaand met J gesproken heeft
is er vanuit zijn laatste hand
een archetype op weg gestuurd
in de lopende man

naakt en fragiel
een kwetsbare gestalte
de smalle schouders gehoekt

lange dunne armen en benen
die als van een insect uit het magere
corpus lijken gegroeid

hij komt van ver en gaat alleen
met in de rug een leven

het hoofd rechtop, de blik vooruit
de voeten krachtig en geaard
is hij licht naar voren gebogen

eenmaal door G in gang gezet
keert hij niet om
komt nergens aan

een mens van alle tijden
gedoemd te gaan

(G = Giacometti, Alberto; J  = Jung, Carl, Gustav)



EEN WEEK

ma   
Wind snuffelt rond het huis
licht een poot op
zet zijn merkteken op een muur
verdwijnt spoorloos

di     
Taalresten hangen in de bomen van het park
op de vijver dobberen de laatste klanken
van een blaaskapel
iedereen is naar huis en slaapt vannacht
in een bed van zomersneeuw

wo   
De muil van de vergaderzaal hangt open
als een zeegezicht
slikt brokken congrestaal door
laat een leegte na waarin
een tropische vrieswind op zoek gaat
naar slangeneieren

do    
Onder de ijsplaten van een binnenzee
ligt een verdronken dorp
er woedt een immense brand
die al jarenlang geblust wordt

vr     
Op een wolk van vuur drijft
een kardinaalsmuts
een dikke rook van smeulende gebeden
houdt hem hoog in de lucht
het antwoord uit de hemel
is een milde regen

za     
Onder de gordijnen van de nacht
kreunen verborgen gebreken
onder de morgen zingt een lijster
ze een voor een tevoorschijn
om ze te laten landen op
het balkon van de verwachting
de hand van opkomend licht
zal ze stuk voor stuk te niet doen

zo     
Een warme zomernacht houdt deuren
en ramen van het hotel wijd open
wij lopen naar de overkant van
een uitgestrekte en verlaten zaal
alsof we een nachtelijk meer oversteken
komen weer buiten op de neonverlichte
boulevard met winkels en casino’s
laag water streelt behaagziek buik
en benen van een slapend strand


Kees Hermis (Hulst 1941) woont in Sint-Oedenrode en was werkzaam in het onderwijs, maakte houtsculpturen en debuteerde in 1977 met de dichtbundel ‘Vrijgesproken’, gevolgd door vele andere bundels en gedichten in literaire tijdschriften.

(Beeld boven dit artikel: ‘L’Homme qui marche I’ van Alberto Giacometti).


© Brabant Cultureel 2019