De Russische Madame, een boerse dame uit Heukelom bij Oisterwijk

Er hing altijd een waas van geheimzinnigheid rond ‘de Russische Madame’ (1871-1941) uit Heukelom, een buurtschap bij Oisterwijk. De Osse heemkundige Martin van der Waals wist haar aan de vergetelheid te ontrukken met behulp van nagelaten herinneringen en zeldzame foto’s gecombineerd met naarstig speurwerk.

door Joep Eijkens

Er zijn van die figuren uit het lokale verleden die met geheimzinnigheid en raadsels omgeven zijn en van wie je meer zou willen weten. In Midden-Brabant is ‘de Russische Madame’ zo iemand. Het is aan Martin van der Waals te danken dat we nu eindelijk een behoorlijk goed beeld krijgen van haar persoonlijkheid en van haar doen en laten. Hij schreef een boek over haar dat uitkwam als deel tien in de Oisterwijkse Historische Brochurereeks.

De ‘Russische Madame’ Antonine Wilhelmine Eschauzier-Bersin omstreeks 1890. © Collectie Daphne Eschauzier

Eerder kwamen in die reeks onderwerpen aan de orde als De beschieting van de munitietrein in september 1944 en Honderd jaar Vennentheater. Een geschiedenis van Oisterwijks openluchttoneel in vijf bedrijven. Ditmaal gaat het voor het eerst om een biografie, wat op zichzelf al lovenswaardig is. In plaats van biografie zou je hier misschien beter kunnen spreken van een biografische zoektocht waarin Van der Waals de lezer meeneemt. De titel luidt: De Russische Madame. Antonine Wilhelmine Eschauzier-Bersin. Een levenspad van Letland naar Heukelom. Een mooie foto van haar markante verschijning siert het omslag.

De schrijver, geboren en getogen in Oisterwijk, blijkt al van jongs af aan geïntrigeerd geweest te zijn door de vrouw die naar hij in Heukelom hoorde vertellen ergens in de buurt van het in de regio bekende Café Mie Pieters gewoond zou hebben. Een merkwaardige dame over wie allerlei verhalen de ronde deden. Zij zou iets van een boerin hebben gehad, maar ook in een villa gewoond hebben waar kunstenaars en musici over de vloer kwamen en waar ook wel eens dingen gebeurden die niet door de beugel konden. Een villa die inmiddels verdwenen was na een rampzalige brand…

Madame, hier met zoon André aan haar arm, verbleef in het begin van haar tijd in Heukelom soms bij Mie Pieters (geheel links). Rechts Madame’s nicht Marta. Foto circa 1920. © Rinus van der Loo

Het verhaal bleef Van der Waals ook op latere leeftijd bezighouden en hij besloot om het levensverhaal van Madame – zoals hij haar steeds kortweg noemt – op papier te zetten. Geen sinecure, want de bronnen over haar persoon liggen bepaald niet voor het oprapen. Madame zag in 1871 het levenslicht als Antonija Vilhelmine Berzins. Dat gebeurde in Letland, dat toen nog deel uitmaakte van het Russische Rijk. Vandaar dat ‘Russische’ in haar bijnaam. Haar vader zou ‘pachtboer’ dan wel ‘pachter van een landgoed’ geweest zijn. Zelf moet zij ooit verteld hebben dat ze als gouvernante van een rijke Russische familie in Parijs terechtgekomen was. Mogelijk verhuisde zij op eigen gelegenheid naar Duitsland. Vast staat in elk geval dat zij in 1903 In Baden-Baden in het huwelijk trad met Wilhelm Arnold Eschauzier, een Nederlandse rentenier die rijk geworden was in de Indische suikerindustrie. Zij was tweeëndertig, hij vijftig.

De heer en mevrouw Eschauzier-Bersin en hun zoontje André rond 1911-1912, thuis in Scheveningen. De vrouw rechts van meneer is onbekend. © Collectie Daphne Eschauzier

Het echtpaar woonde in Brussel alvorens neer te strijken in Den Haag. In 1906 kregen zij een zoon, Wilhelm André. Het was deze André (ook wel Dries) Eschauzier die veel bekender zou worden dan zijn moeder. Dat kwam door zijn rol in de Nederlandse jazzwereld, niet op de laatste plaats als pleitbezorger in woord en daad van de ‘traditionele jazz’.

In 1911 betrok de familie Eschauzier-Bersin een riant huis met tien kamers aan het Prins Mauritsplein in Scheveningen. Er zijn van deze woning prachtige foto’s bewaard gebleven, met name van het interieur, al dan niet met bewoners. Ook het personeel komt in beeld.

Madame met haar personeel, jaren dertig. Tweede van rechts Jana Vriends. Links van haar Jos Krieckaart die de leiding had op de boerderij. © Collectie Rinus van der Loo

Madame’s echtgenoot overleed in 1916. Vijf jaar later is zij eigenares van een grote zeventiende-eeuwse boerderij in Heukelom (tegenwoordig gemeente Oisterwijk) die men nog steeds kan zien liggen aan het Baaneind, niet ver van Café Mie Pieters. Vanwaar die stap van het deftige Den Haag (Scheveningen) naar het Brabantse boerengehucht? Uit het verhaal van Van der Waals wordt alleen duidelijk dat Madame na het overlijden van haar man op zoek is gegaan naar een andere woonomgeving. Als dochter van een pachtboer had zij affiniteit met het platteland, schrijft hij. En tijdens een fietstocht met haar zoon André zou zij op zeker moment in Heukelom verzeild zijn geraakt waarna zij af en toe verblijf hield bij Mie Pieters, de toenmalige uitbaatster van café Jagers- en Visscherslust.

In augustus 1929 logeerde de beroemde Amerikaanse bassaxofonist Adrian Rollini met zijn vrouw Dixie in villa Zonlicht. Rechts van het echtpaar Madame. Derde van rechts de Tilburgse jazzmuzikant Max Goijarts. © Collectie Ate van Delden

Hoe dan ook, Madame kocht niet alleen de oude boerderij, maar liet ernaast ook een vakantiehuisje bouwen dat in 1925 verbouwd werd tot een heuse villa die de mooie naam Zonlicht kreeg. Rond diezelfde tijd begon zoon André te studeren in Wageningen. Daar speelt hij al snel viool in het studentenorkest en wordt er vervolgens als saxofonist leider van een jazzband. Hij raakte bevriend met de bekende tekenaar Eppo Doeve, met wie hij onder meer speelde in het orkest van de Tilburgse jazzpionier Max Goijarts.

De twee vrienden wisten de beroemde bassaxofonist Adrian Rollini naar Nederland te halen. In het boek staat een mooie foto waarop we Rollini zien zitten naast Madame tegen de achtergrond van villa Zonlicht. Daar logeerde hij met zijn vrouw Dixie in de zomer van 1929. Hoogstwaarschijnlijk is de foto genomen door André die bekend stond als een fervent amateurfotograaf, en dat geldt vermoedelijk ook voor diverse andere foto’s die bij en rond de villa genomen zijn, al dan niet met Madame als hoofdpersoon.

Madame aan het werk op het land. Naast haar (v.l.n.r) haar zoon André en haar zus Minka en twee onbekenden. Vermoedelijk tweede helft jaren twintig. © Collectie Rinus van der Loo

Madame was inmiddels goed ingeburgerd in Heukelom en omgeving. In krantenberichten en vastgelegde herinneringen komt zij naar voren als een goedgeefse vrouw ‘die zich het wel en wee van de buurtschap aantrok’ en die bijvoorbeeld ook op haar eigen kosten een sintelweg liet aanleggen waarvan ook andere mensen konden profiteren. En zoals André beschermheer werd van het plaatselijke scherpschuttersgilde, zo trad zijn moeder onder meer op als beschermvrouwe van een groot muziek- en zangconcours dat in 1934 in Oisterwijk werd gehouden. Wat kennelijk ook indruk maakte op de buurtbewoners was het feit dat Madame zelf meewerkte op en rond de boerderij.

André Eschauzier won in 1933 met zijn band The Rythm Harmonists het Jazzwereldconcours voor amateurbands in Scheveningen. Als hoofdprijs mocht de band bij platenmaatschappij Decca een plaat maken – volgens Van der Waals de eerste plaatuitgave van Decca in Nederland. In 1936 studeerde Enschauzier af als landbouwkundig ingenieur en kreeg hij een baan in de zaadteelt en zaadhandel. Uit diverse foto’s blijkt dat hij een groot liefhebber van grote auto’s was. Hij bleef actief in de Nederlandse jazzwereld.

André Eschauzier hield van luxe automobielen. Hij zit met (hoogstwaarschijnlijk) zijn vrouw Mientje Buhrs in een Reo Flying Cloud. © Collectie Daphne Eschauzier

Madame kreeg ook wel eens voor kortere of langere tijd familie uit Letland te logeren, onder wie een zus en twee nichtjes in de huwbare leeftijd. Zouden hun aanwezigheid en verhalen over grote feesten stof kunnen zijn geweest voor roddels als zouden er op villa Zonlicht dingen gebeuren die niet door de beugel konden? Werd Madame wellicht door sommigen als een soort koppelaarster gezien, iemand die destijds zelf een rijke vent aan de haak had weten te slaan? Eén van haar nichtjes, Ottilie, trouwde in 1937 met jonkheer Ton Ploos van Amstel. Dat was kort nadat Madame’s eigen zoon in het huwelijksbootje was gestapt met Mientje Buhrs.

Werkgelegenheid

Madame zorgde ook voor werkgelegenheid. Volgens Van der Waals beschikte zij over een ‘harde kern’ van zo’n zeven personeelsleden. Van één van hen, Jana Vriends, vertelt hij in het kort het trieste levensverhaal. Je ziet haar op diverse foto’s staan, steeds in dezelfde houding, het hoofd licht neergebogen, door het leven getekend. Letterlijk terneergeslagen, zou je kunnen zeggen. Jana werd in 1865 geboren als dochter van dagloners uit Hilvarenbeek. Zij was al twee keer weduwe geworden en had verschillende kinderen verloren toen zij in 1919, 54 jaar oud, trouwde met de 56-jarige Lambertus Berben. De man had een crimineel verleden. Zo was hij onder meer diverse malen veroordeeld voor mishandeling en bedreiging, diefstal en ‘ontucht’ (lees: incest). Wist Jana hier niet van toen zij haar jawoord gaf? Vast staat dat zij het niet lang volhield en bij haar dochter ging wonen, al bleef ze wel met Berben getrouwd. Zijn naam ontbreekt overigens op haar bidprentje, noteert Van der Waals.

André Eschauzier met zijn toenmalige jazzorkestleden bij villa Zonlicht, tweede helft jaren twintig. © Collectie Ate van Delden

Jana overleed in 1943. Anderhalf jaar eerder, op 29 mei 1941, had Madame haar laatste adem uitgeblazen op villa Zonlicht, 69 jaar oud. Zij werd in Den Haag bijgezet in het graf van haar man. Rond diezelfde tijd kwam een zekere Rudi Wertheimer als ‘rentmeester’ in de villa wonen. Wertheimer, zoon van een Joodse lederfabrikant, was Duitsland ontvlucht en in 1930 in Oisterwijk komen wonen, waar hij werk vond in de plaatselijke lederfabriek. Hoewel genaturaliseerd tot Nederlander moest hij als jood medio 1941 onderduiken. Zijn functie van rentmeester was een ‘schuilbetrekking’, stelt Van der Waals. ‘In 1942 volgde tóch ontdekking’. Op welk manier dan? Het enige wat de lezer te weten komt is het gegeven dat Wertheimer kort daarvoor gewaarschuwd was, maar zich kennelijk veilig genoeg waande. En dat hij samen met onder anderen de Berkel-Enschotse trappistin Louise Löb opgepakt werd. Hij overleed op 28 januari 1945 in het concentratiekamp Gross-Rosen bij Breslau (nu Wrocław in Polen).

Madame in de keuken van villa Zonlicht, jaren dertig. © Collectie Rinus van der Loo

Jos Krieckaart was vanaf 1930 zeg maar de rechterhand geweest van Madame. Hij leidde het personeel en runde de boerderij. Hij bleef er ook na de oorlog werken en kocht uiteindelijk in 1952 de boerderij. Dat was kort nadat de aan derden verhuurde villa Zonlicht op 8 augustus van dat jaar tot de grond toe afbrandde, naar verluidt waarschijnlijk als gevolg van kortsluiting. Daarmee kwam een triest einde aan een al met al opmerkelijke geschiedenis.

Op 8 augustus 1952 brandde villa Zonlicht tot de grond toe af. © Collectie Rinus van der Loo

In het voorlaatste hoofdstuk van zijn boek heeft Van der Waals de integrale tekst opgenomen van een uit 1984 daterend ‘document’ waarin de in 1997 overleden André Eschauzier terugkijkt op zijn leven. Mogelijk schreef hij dit op verzoek, maar het is onbekend van wie. Eigenlijk vat dit stuk in kort bestek en met veel aardige details een belangrijk deel van het voorafgaande verhaal goed samen. Zelfs zo dat je alleen daarvan al – met de nodige toelichting uiteraard – een boekje had kunnen maken. Dat kon zeker in combinatie met de hier bijeengebrachte, bijzondere foto’s die ook het huidige boek mede zo aantrekkelijk maken.

Wilhelm Arnold Eschauzier en zijn vrouw Antonine Wilhelmine (staand) tijdens een uitstapje naar Bad Neuenahr in Duitsland in 1909. Op het hobbelpaard hun zoontje André. © Collectie Daphne Eschauzier

Een deel van Eschauziers herinneringen heeft Van der Waals overigens al eerder opgenomen in een hoofdstuk waarin hij royaal citeert uit een uit 1990 daterend interview in het Brabants Dagblad. Een beetje dubbelop dus. Sowieso vertelt de auteur zijn verhaal nogal eens omslachtig. Dat komt niet op de laatste plaats omdat hij – wat mij betreft – regelmatig veel te gedetailleerd te werk gaat en de lezer overlaadt met tal van gegevens die je eventueel in een notenapparaat zou kunnen opnemen. Zo vindt hij de koopakte in verband met de aankoop van de boerderij door Madame in 1921 interessant genoeg om die in zijn geheel over te nemen in de lopende tekst en hem dan ook nog eens in facsimile toe te voegen als bijlage achterin het boek.

In 1967 schilderde Eppo Doeve dit portret van zijn vriend André Eschauzier. © Collectie Daphne Eschauzier

Die gedetailleerde aanpak zal overigens menigeen met een heemkundige belangstelling voor de regio juist wel heel goed bevallen. Los daarvan is het belangrijker om vast te stellen dat de Oisterwijkse Historische Brochurereeks met dit boek een interessant vervolg heeft gekregen. We kennen de Russische Madame voortaan niet meer enkel als de naam van een door vage verhalen omgeven vrouw, maar als een persoon van vlees en bloed, geplaatst in haar tijd en eigen omgeving. Dankzij intensief speurwerk en een grote inzet is Martin van der Waals erin geslaagd om deze welgestelde, boerse, struise dame met haar verre van alledaagse levensweg in woord en beeld aan de vergetelheid te ontrukken en als het ware weer tot leven te wekken.

De Russische Madame
Antonine Wilhelmine Eschauzier-Bersin
Een levenspad van Letland naar Heukelom

door Martin van der Waals

Oisterwijkse Historische Brochurereeks deel 10
Stichting Het Kwartier van Oisterwijk 2019,
184 pp., ISBN 978-90-824154-7-6, pb.,
€ 15,00

UITGAVE BIJ HET KWARTIER VAN OISTERWIJK

© Brabant Cultureel 2019