Column: De vrouw

door JACE van de Ven

De vrouw en de plek die haar toekomt in het maatschappelijk leven staan ten gevolge van het WK Vrouwenvoetbal extra in de belangstelling. En terecht, want we zijn volgens mij het point of no return gepasseerd. Was het vroeger meestal zo dat de vrouw in voorspoedige tijden het een en ander kreeg toegeworpen en in tijden van schaarste haar privileges weer moest inleveren, vanaf nu zal de vrouwenemancipatie gestaag verder groeien tot er niet meer geëmancipeerd hoeft te worden.

Waarom ik dat denk? Omdat vrouwen voor het eerst zo ver zijn gekomen dat zij over zichzelf kunnen beslissen, omdat zij hebben gestudeerd, omdat zij daardoor mondig zijn geworden, omdat door allerlei elektronische hulpmiddelen lichaamskracht minder belangrijk is geworden, omdat…, omdat… Mensen die slimmer zijn dan ik weten vast nog tig redenen meer.


IK ZEI HET AL,
DE VROUW IS MONDIG GEWORDEN
EN DE MAN MOET DAAR
NOG EVENTJES AAN WENNEN
“.

Wij mannen moeten er nog even aan wennen. We kiezen soms nog de verkeerde woorden zonder het zelf in de gaten te hebben. ‘Respect’ stond er bijvoorbeeld met grote letters op onze krant na de tweede overwinning van het Nederlands dameselftal in Frankrijk. Respect, dacht ik? Zouden ze dat ook geschreven hebben als het mannenelftal gewonnen zou hebben? Ze bedoelen het goed, maar het klinkt bijna neerbuigend.

En die aardige Art Rooyakkers zei deze week in zijn RTL-avondprogramma tegen een oud-voetbalster die hij te gast had, dat Sarina Wiegman er nu wel aan toe was om een topclub als Ajax of PSV te gaan trainen. “Waarom?” kreeg hij ten antwoord, “ze traint toch al een topclub!” Ik zei het al, de vrouw is mondig geworden en de man moet daar nog eventjes aan wennen.

Met deze inleiding in het achterhoofd wil ik wijzen op het boek Mijn rooie, roomse oma van de Tilburgse Ineke van Pelt, dat alweer enkele maanden geleden verscheen. Het gaat over Marie van Pelt-Moelands die leefde van 1890 tot 1973. Zij was geëmancipeerd voor haar tijd, maar telde toch niet mee, omdat de maatschappij ervan uitging dat vrouwen een dienende rol op de achtergrond vervulden.


“MIJN OMA LIET WEL
HAAR GEZAG GELDEN
ALS HET GING
OM FINANCIËLE ZAKEN”.

Dat Ineke van Pelt een boek schrijft over haar oma en niet over de neef van haar opa, Bart van Pelt, die een bekend vakbondsleider in Tilburg was en die tijdens zijn leven in tal van politieke conflicten verzeild raakte, is een interessant fenomeen en heeft met de voortschrijdende emancipatie te maken. Lange tijd werd maar een deel van de geschiedenis belangrijk gevonden, de vorsten die aan de macht waren, de oorlogen die gevoerd werden en welk land andere landen zijn wil wist op te leggen. Gaandeweg kwam er interesse voor de mens in de historie, zijn doen en laten, zijn overleven. Daarbij werd nog weinig over de vrouw geschreven, omdat haar rijk het huisgezin was. Naar binnen gekeerd, niet openbaar.

Maar al die door vrouwen geleide huisgezinnen vormden samen wel de maatschappij. Ineke van Pelt: “Mijn oma liet wel haar gezag gelden als het ging om financiële zaken. Haar man leverde trouw bij haar zijn loonzakje in en dit werd door haar nagerekend. Zodoende was het onmogelijk voor hem om het café in te gaan, want iedere cent die ontbrak werd door haar opgemerkt. En er werd door haar beslist waar het geld aan opgemaakt werd. Zo weinig mogelijk zodat er veel gespaard kon worden.”

Oma Marie geloofde in de leer van de katholieke kerk, maar ze stemde volgens haar kleindochter op de socialisten. Omdat dat niet mocht van de pastoor, ging ze het biechten, maar ze deed het wel. Je kunt er honderd jaar later lacherig over doen, maar het was een daad van verzet, gewaagder dan men zich nu kan voorstellen. En hoe klein de bijdrage van oma Marie aan de vrouwenemancipatie ook is, het is een van die kleine stapjes die uiteindelijk het verschil gemaakt hebben, waardoor de kansen voor vrouwen nu heel wat rooskleuriger zijn dan toen.


Naar de mening van de vrouw
werd niet gevraagd,
omdat men ervan uitging dat de vrouw
geen eigen mening had.

Naar de mening van de vrouw werd niet gevraagd, omdat men ervan uitging dat de vrouw geen eigen mening had. Ineke van Pelt vraagt zich dan ook af of er naar haar oma geluisterd werd als zij zich mengde in discussies die plaatsvonden bij haar thuis tussen haar broers, haar man Frans van Pelt en diens neef Bart, de vakbondsman. Het onderwerp van gesprek was meestal de politiek en de misstanden op de textielfabrieken.

Al schikten vrouwen zich vroeger in onze contreien in hun rol, zij wisten heel goed van zichzelf dat ze niet inferieur aan mannen waren. Ook toen deden zij het op de basisschool al vaak beter dan jongens. Maar studeren? Dat was alleen weggelegd voor rijke juffers. Een meisje moest na de lagere school gaan ‘dienen’ (bij rijke mensen, boeren of middenstanders in de huishouding werken) of stopwerk doen in de textielfabrieken om daarna te trouwen en kinderen groot te brengen.

“Of mijn oma geleden heeft onder haar rol als huisvrouw is de vraag. Ik denk het niet”, zegt Ineke van Pelt. “Op de vraag of zij gelukkig was zou ze geantwoord hebben, dat het er in het leven niet om ging om gelukkig te zijn. Dat vond zij bijkomstig. Zij hechtte meer waarde aan deugden zoals rechtvaardigheid, eerlijkheid en matigheid en aan het opvoeden van haar kinderen met de hierboven genoemde deugden.” In de verantwoording van het boek schrijft zij: “Ik besef heel goed dat het verhaal van mijn rooie, roomse oma niet uniek is; er moeten in dezelfde tijd nog veel meer rooie, roomse oma’s zijn geweest (…). Zij stonden weliswaar niet op de barricaden, maar hun bijdrage heeft voor een groot gedeelte wel onze maatschappij gevormd.”

‘Mijn rooie, roomse oma
door Ineke van Pelt

Uitgeverij Opzij 2019, 192 pp.
ISBN 978-94-92851-02-4, pb., € 17,95

PERSBERICHT INEKE VAN PELT

© Brabant Cultureel 2019