Schaken, zonder bord en met eer en schande

Het lijkt romantisch, maar in de praktijk was schaken een complex gebeuren dat niet alleen een man en een vrouw betrof, maar ook raakte aan hun families en sociale omgeving. Eer en eerverlies vormde daarbij het centrale gegeven en eerherstel was belangrijker dan individueel geluk. Rolf Hage schreef er een interessant boek over dat veel nieuw licht werpt op het fenomeen.

door Lauran Toorians

Wanneer het woord ‘eer’ valt, denken we al snel aan iets is van vroeger, achterhaald en alleen nog van betekenis in een afschrikwekkend begrip als ‘eerwraak’. Dat is echter een misvatting, want eer (en schande) is overal en ook supportersgeweld na een verloren voetbalwedstrijd kan worden opgevat als eerwraak. Daar hoef je dus geen Albanees voor te zijn. Wikipedia omschrijft het als volgt: ‘Eer is het persoonlijke of maatschappelijke aanzien dat men heeft. Eer is gekoppeld aan het morele bestaan van mensen, hun gevoel van eigenwaarde en de erkenning daarvan door anderen. Het heeft betrekking op de sociale status, de goede naam, de reputatie, de uiterlijke verschijning en de fysieke prestatie van individuen en/of van groepen.’

Acceptatie
Hugo de Groot kon het met minder woorden af. Hij omschreef eer als ‘het goed gevoelen dat anderen van ons hebben’. Het gaat bij eer dus sterk om acceptatie over en weer en dat speelt altijd en overal waar mensen samen zijn. De nadere invulling wordt bepaald door cultuur (gewoontes en gebruiken), de tijd en zeer ten dele – al denken we soms anders – door de persoon of personen in kwestie. Geschonden eer leidt tot schande en dient te worden gerepareerd en ook de manier waarop dat kan is sterk cultuurgebonden. Groepen hooligans vechten het uit op een afgelegen industrieterrein, heren van stand duelleren en anderen herstellen de schade met een afkoopsom of een ferme handdruk en een luid uitgesproken excuus.

Ontvoering van juffrouw Catharina van Orleans, prent uit 1696-1700 van Jan Luyken. © Rijksmuseum Amsterdam

Rolf Hage, stadsarchivaris van ’s-Hertogenbosch, promoveerde begin juli 2017 aan de Vrije Universiteit op een proefschrift over een tot de verbeelding sprekend ‘eerprobleem’, namelijk schaking. Van zijn proefschrift verscheen nu een bewerkte handelseditie met de titel Eer tegen eer. Hage maakt duidelijk dat eer op meerdere niveaus een rol speelde bij schaking en dat het zeker niet simpelweg gaat om een verliefd paar dat er tegen de zin van de ouders vandoor gaat om te trouwen. Of om een verliefde man die een vrouw tegen haar zin schaakt en dwingt tot een huwelijk. Hoewel liefde steeds een rol speelde, laat Hage zien dat er veel meer variatie bestond en dat hierbij niet alleen de eer van beide families en van de schaker en geschaakte in het geding waren. Ook de eer van de verdere sociale omgeving van beide partijen liep schade op en ook daar diende de schande uiteindelijk te worden uitgewist.

Hage onderzocht schakingen in de Republiek – in ruime zin, dus ook Staats-Brabant – gedurende de periode 1580-1795 en stelde een digitale databank samen waarvoor hij putte uit allerlei bronnen, van processtukken tot volkstheater. Behalve een kwestie van eer en schande, was schaken in de bestudeerde periode ook een misdrijf waarop de doodstraf stond. Daardoor is schaking in Nederland steeds vooral beschouwd als een juridisch probleem. Met zijn bredere, antropologische benadering toont Hage aan dat schaking veel complexer is en dat eer en schande daarbij centraal staan. Hij onderscheidt verschillende vormen van schaking met elk hun eigen problematiekrond eer en schande.

Hugo de Groot omschreef eer als
‘het goed gevoelen dat anderen van ons hebben’

Deze genuanceerde benadering van schaking geeft dit boek een technisch’ karakter, wat natuurlijk verwacht mag worden van een proefschrift. Toch is dit boek uiterst leesbaar en lezenswaardig en de vele voorbeelden maken het geheel levendig. Wie is niet geïnteresseerd in familieroddels? En ook dat gaat over eer, want roddel geeft aan hoe anderen over ons denken en is dus medebepalend voor onze eer.

Anne van Merode
Geschaakt worden kon geheel vrijwillig gebeuren, waarbij de vrouw niet altijd lijkt te hebben beseft in wat voor precaire situatie zij zich begaf en wat voor schande zij haar familie aandeed. Herstel was echter niet uitgesloten. Een voorbeeld daarvan dat door Hage deels in het boek en uitvoeriger in zijn database wordt beschreven, is dat van Anne de Merode. Zij liet zich samen met haar zuster Odilie in 1589 schaken door twee officieren in Staatse dienst. De zussen motiveerden dat door te zeggen dat zij niet tegen hun wil een door de familie gearrangeerd katholiek huwelijk wilden aangaan en dat zij vrijwillig waren meegegaan. Anne werd geschaakt door de uit Wales afkomstige kolonel Thomas Morgan met wie zij ook trouwde en kinderen kreeg. Morgan was op dat moment militair gouverneur van Bergen op Zoom. Uiteindelijk kon de familie de Merode niet anders dan inschikken en niets wijst erop dat de eer van Anne – of die van Thomas Morgan – blijvende schade opliep. Hun kinderen sloten uitstekende huwelijken en nadat Thomas was overleden trouwde Anne de Merode met Justinus van Nassau. Dat was weliswaar een buitenechtelijke zoon van Willem de Zwijger, maar toch wel degelijk iemand uit de hoogste kringen in de Republiek.

IJsschaking op de Amstel. Prent uit Jan Soet, ‘Maagden-baak’ (Amsterdam 1641).

Niet in het boek, maar wel in de database vinden we Susanna van Fornenbergh. Zij werd in 1663 geschaakt door Willem Ripperda met wie zij in Gent trouwde. Dat liep fout af, want Ripperda bleek al gehuwd en bigamie was ook toen verboden. Wat Hage niet vermeldt, is dat Ripperda dit kunststukje kort daarop nog eens herhaalde, namelijk met de Tilburgse Isabella van Boucholt. Van schaking lijkt daarbij geen sprake, van huwelijksbedrog wel. Haar vader was rentmeester van de (geconfisqueerde) geestelijke goederen en woonde als zodanig in het Huis Moerenburg, de voormalige pastorie van Tilburg en Enschot. Ripperda’s vader – Willem senior – behoorde tot de Overijsselse adel en had als diplomaat onderhandeld bij de Vrede van Munster. Willem senior verzette zich hevig tegen de huwelijksplannen van zijn zoon, maar de schepenbank van Tilburg gaf toch toestemming, ondanks dat Willem junior dus al getrouwd was. Of er in Tilburg daadwerkelijk is getrouwd, staat niet vast. Wel kreeg Isabella kort daarop een kind dat nog geen jaar later vaderloos werd doordat Willem Ripperda door struikrovers werd vermoord. Pas daarmee werd het Parijse huwelijk dat hij, minderjarig en zonder toestemming van zijn vader, eerder was aangegaan ontbonden. Willem Ripperda senior erkende later wel zijn Parijse kleinzoon, maar niet het Tilburgse kind waarvan nooit meer iets is vernomen.

‘EER TEGEN EER.
Een cultuurhistorische studie van schaking tijdens de Republiek,
1580-1795′
door Rolf Hage

Hilversum: Verloren 2019, 280 pp.,
ISBN 978-90-8704-766-5, hb., € 29,00.

Uitgeverij Verloren ‘Eer tegen eer’

Databank Schakingen

© Brabant Cultureel