Column: Björn van der Doelen

door JACE van de Ven

In het Brabants Wielercafé in Oss maak je nogal eens wat mee. Zo vertelde de inmiddels wijlen Jos Suijkerbuijk er eens dat niet Wout Wagtmans of Wim van Est de beste wielrenner van zijn generatie was, maar hij, Jos Suijkerbuijk. De te vroeg overleden Jos van der Vleuten antwoordde op de vraag of hij ooit doping had gepakt in onvervalst Mierlo-Houts: “Wa denkte gaj naw zèèllef?” Eddy Plankaert pareerde dezelfde vraag met: “Nooit gepakt, altijd gekregen.”

En zo zou ik nog even kunnen doorgaan met teksten van renners die je in een interview van Mart Smeets nooit zult horen. Het is lachen en wenen in het Brabants Wielercafé, het publiek strijdt al twaalf jaar lang twee keer per jaar om één van de 320 entreekaarten te bemachtigen. Die zijn meestal binnen een dag uitverkocht. Al van het begin af aan mag ik er telkenmale een fietsverhaal voorlezen en daar ben ik trots op. Vooral omdat de entr’actes kennelijk zorgvuldig worden uitgezocht, want naast het onvolprezen huisorkest De Meet hadden we er bijvoorbeeld ook al JW Roy en Alex Roeka. En onlangs – de zaal van De Groene Engel zat ondanks de return tussen Ajax en Tottenham Hotspur op diezelfde avond helemaal vol – hoorde ik er voor het eerst Björn van der Doelen. Björn van der Doelen live! Ask for more.

Ik kende hem als voetballer en wist dat hij ook optrad als zanger, alleen of met zijn band De Huursoldaten. Wel eens ooit een flard ergens opgevangen, maar als iemand die altijd Radio 4 of het Vlaamse Klara heeft opstaan, had ik nog nooit een heel nummer van hem gehoord. Hij viel niet tegen, zijn optreden was krachtig en liefdevol tegelijk en zijn label heeft de mooiste merknaam die ik ken: Val allemaal maar kapot, ik doe het zelf wel-records.

Die omschrijving past op de een of andere manier prachtig bij de zanger Björn van der Doelen die kennelijk ook De Parel van Brabant, De Golden Boy, De Witte Socrates, De Koning van de Prairie, De Baas, De Stem Gods en De Redder van het Universum wordt genoemd. Van der Doelen deed me onmiddellijk denken aan Jos Kessels, de fameuze columnist van het Eindhovens Dagblad. Beiden stralen eenzelfde onverstoorbare eigengereidheid uit die ondersteund wordt door klasse: ze kunnen wat ze doen. En nog een overeenkomst, geloof het of niet, Jos Kessels was in zijn jeugd een redelijk goed voetballer.

Omdat ik weinig van Björn van der Doelen weet, ga ik op zijn site op zoek naar een bio, uitspraken van fans en filmpjes van nummers van hem. Tot mijn verbazing kom ik Jos Kessels daar weer tegen als zwijgende protagonist in de verbeelding van het nummer Zoas alleen een man zwijgen kan. Kennelijk zien Van der Doelen en Kessels zelf ook overeenkomsten tussen elkaar.

Een week later lees ik in de krant dat er een boek verschijnt over Joep Lennarts, de Brabantse fotograaf die acht jaar geleden uit het leven stapte. En terwijl ik dat lees en de foto’s bekijk, denk ik: Ook jij hoort erbij. Van der Doelen, Kessels en Lennarts zijn verwant en zijn op de een of andere manier representant van een stuk Nederland – laten we zeggen, Oost-Brabant en omstreken – terwijl ze geen regionale figuren zijn, maar juist heel goed weten en wisten wat er in de wereld te koop is. Ze staan en stonden aan het front van de zich steeds veranderende tijden, maar zijn niet geneigd om alles wat zich daar aandient voor zoete koek te slikken.

Zo wars van humbug als ze zijn, ogen zij uiterlijk soms stug en compromisloos, hard zelfs, maar innerlijk zitten ze vol emotie en heimwee naar een puurheid die ze ooit voelden toen de gemaakte wereld hen nog niet dagelijks aanviel. Met mensen die daar gedachteloos in meedraaien hebben ze niets, zij voelen meer mee met de rauwe kant van het leven, met mensen die zichzelf niet makkelijk kunnen verklaren en vragen zich zelf af óf zij zich wel zullen verklaren. Ze zeggen: lees mijn columns maar, bekijk mijn foto’s, beluister mijn liedjes en ‘valt allemaal maar kapot-records’.

In de auto, op weg naar huis van het wielercafé in Oss naar Tilburg, draai ik de cd Eerwaarde vader zegen mij want ik heb gezondigd van Björn van der Doelen, die ik geruild heb tegen twee boekjes met wielerverhalen. En ik glimlach om een sticker die hij me erbij cadeau gegeven heeft en die staat voor Björn van der Doelen en de Huursoldaten: Witte gij wel wie ik ben?Ja, Björn, intussen wel jongen.

© Brabant Cultureel 2019