West-Brabantse wereldburger aan het hoofd van het Bossche Vocalistenconcours

”Eigenlijk ben ik een West-Brabantse jongen”, relativeert Ivan van Kalmthout (1968) zijn verhaal, nadat hij net verteld heeft in welke buitenlanden hij allemaal heeft gewerkt en dat hij nog maar pas geleden Mandarijn heeft geleerd in China. Hij is de opvolger van Annett Andriessen als directeur van het Internationale Vocalisten Concours (IVC) in ’s-Hertogenbosch.

door Camiel Hamans

Het West-Brabantse van Ivan van Kalmthout slaat niet alleen op zijn geboorteplaats Standdaarbuiten en op zijn Ettense jeugd, maar ook op de generaties voor hem. “Mijn vaders familie komt uit Zegge, mijn moeder, die uit een Moluks KNIL-gezin stamt, is opgegroeid in Zundert. Als kind had ik vioolles en was ik gefascineerd door klassieke muziek. Niet dat ik uit een erg muzikale familie stam. Mijn grootvader van vaderskant speelde piston in de fanfare, dat was alles. Maar klassieke muziek was alles voor mij. Ik herinner me dat we met school, dat was de KSE in Etten-Leur, naar Apocalypse Now gingen, de film van Francis Ford Coppola over de Vietnamoorlog. Daarin zit een scène waarin een rij helikopters komt aanvliegen over zee, een dorpje aan de kust beschiet en in een vlammenzee verandert. De zeer toepasselijke soundtrack bij die aanval is Wagners Ritt der Walküren, het begin van de derde acte van Die Walküre, weet ik nu.”

Ivan van Kalmthout op het balkon bij zijn kantoor aan de Prins Bernhardstraat in ’s-Hertogenbosch. Foto Gemma Kessels

“Ik was zo onder de indruk van die muziek dat ik van mijn zakgeld een elpee gekocht heb met hoogtepunten uit die opera. Het was een opname onder leiding van Von Karajan. De namen van de zangers zeiden me nog niet veel, Gundula Janowitz, Régine Crespin en Jon Vickers. Het neusje van de zalm, ontdekte ik later. Hoe vaak ik die plaat gedraaid heb, weet ik niet, maar vaak, heel, heel vaak. Een tijdje later las ik wat over Maria Callas. Over haar leven, haar persoon, de opera’s die ze tot een nieuw leven had weten te wekken en over de Italiaanse cultuur waarin opera zo prominent is. Op die manier leerde ik op een heel traditionele manier het een en ander over opera. Mijn eerste echte operaconcert was in Breda, in Concordia. Christine Deutekom zong bekende en geliefde aria’s. Mijn interesse voor opera ging zover dat ik Italiaans begon te leren. Talen leren gaat me gemakkelijk af. Ik herinner me nog dat ik tijdens mijn eindexamen van de middelbare school tussendoor naar cassettebandjes zat te luisteren met mijn Italiaanse lessen.”

Bij de uitgang van het van het IVC kantoor ontmoet Ivan van Kalmthout collega’s Madeleine Kok met haar hond Fleur en Leonie de Bot. Foto Gemma Kessels

Management
“Na mijn middelbare school wist ik niet meteen wat ik zou gaan studeren. Ik wilde iets met theater, maar om van de viool mijn beroep te maken, leek me niets. Ik had geen ambitie om zelf op het toneel te gaan staan. Theaterwetenschap trok me ook niet. Dat leek me een studie voor mensen die afgewezen waren voor de toneelschool. Ik wilde achter de schermen werken. Daarom werd het management. Ik koos voor wat nu de Business University Nyenrode heet. Bij het intakegesprek heb ik duidelijk gezegd dat ik mijn toekomst in het operamanagement zag, niet in het harde bedrijfsleven. Dat was prima. Ze hebben me aangenomen en geaccepteerd dat ik me daarin wilde specialiseren. Ik was de eerste, maar ook meteen de laatste. Op Nyenrode leidde ik vanzelfsprekend de culturele club.”

“Tijdens de lange Nyenrode-vakanties figureerde ik. In ’87 heb ik nog samen met IVC-winnares Ileana Cotrubas op de planken gestaan. Het was een Holland-Festivalvoorstelling die uit Italië gehaald was, Puccini’s La Rondine door het Teatro Communale di Bologna. Ik moest daar met een oudere dame het toneel over dansen. Zij droeg een hoed met daarbovenop ongeveer een fruitmand. Onze grootste lol was, van mij en de andere figuranten, om quasi per ongeluk tegen die hoed en dat fruit te slaan. Woedend werd ze dan. Dat was ons grote moment. Ik heb ook nog wel in andere producties gestaan, maar dat leidde niet tot zulke emoties.”

Ivan van Kalmthout maakt een wandeling van de Prins Bernhardstraat naar de Parade via het Design Museum en het Noord Brabants Museum. Foto Gemma Kessels

Concertgebouw
“Tijdens mijn studie moest je ook stage lopen. Ik kon terecht bij het Concertgebouw waar Martijn Sanders, een van de eerste MBA’s in Nederland, toen de scepter zwaaide. Sanders is degene geweest die sponsors in de Nederlandse muziek geïntroduceerd heeft, die begreep dat cultuur niet alleen op liefde en subsidie kan steunen. Een goede leerschool dus voor een aankomend kunstmanager. Op een dag ontmoette ik in Bodega Keyzer, naast het Concertgebouw, een vriend die daar met een vriendin een glas zat te drinken. Zij kende Pieter Alferink, de impresario die toen al naam gemaakt had met Pavarotti, Quasthoff en de masterclass van Elisabeth Schwarzkopf in Amsterdam. Zij introduceerde me bij Alferink, die net een trainee zocht.” 

“Ik voel me hier op mijn plaats. Het is een goed team, een mooie omgeving, een belangrijk doel waaraan we werken.” Foto Gemma Kessels

“Ik heb er een goede tijd gehad. Marco Riaskoff, bekend geworden met zijn serie Meesterpianisten, liep er rond. Het was net de tijd van de viering van het honderdjarig bestaan van het Concertgebouw. Met de concerten die in dat kader georganiseerd werden, hadden wij vaak van doen. Ik herinner me nog een concert van het Mahler Jugend Orchester onder leiding van Abbado met Jessye Norman en Birgitte Fassbaender, drie wereldsterren bij elkaar. Mahler Drie voerden ze uit. In de bijna twintig jaar dat Abbado voor dit orkest stond, is dit de enige keer geweest dat ze in Amsterdam hebben opgetreden, maar het was dan ook een heel bijzondere serie, deze viering van het honderdjarig bestaan.”

Antwerpen
“Een paar jaar later, 1991, vroeg Marc Clémeur me om naar Antwerpen te komen. Hij leidde daar en in Gent de Vlaamse Opera. Ik begon er als assistent artistieke planning en werkte onder meer samen met Hein Mulders, die nu intendant is in Essen. Naderhand heb ik de casting voor mijn rekening mogen nemen. Vijf jaar heb ik in Antwerpen gewerkt. Toen kon ik Leiter Künstlerischen Betriebsbüro worden bij de Hamburgische Staatsoper. Dit was een functie waarin ik me vooral met planning en organisatie bezighield. Mijn baas was hier Albin Hänseroth, de legendarische operaleider die aan het hoofd stond van het Gran Theatre Liceu in Barcelona, toen dat een paar jaar eerder was afgebrand. Mijn volgende standplaats werd dit Liceu, het belangrijkste Spaanse operahuis, hoewel de Catalanen natuurlijk zeggen dat het een Catalaanse opera is. Het gebouw was binnen een paar jaar weer volledig opgebouwd.”

’s-Hertogenbosch is het decor van het Internationale Vocalisten Concours. Foto Gemma Kessels

“In Barcelona heb ik tien jaar gewerkt als adjunct-artistieke directeur. Ik heb er de kans te baat genomen om naast Spaans ook Catalaans te leren. Het was een prachtige tijd. Barcelona was na de Olympische Spelen van 1992 helemaal in opkomst. De top van de top kwam langs. Alle grote namen. Ik kan een pagina vullen met sterren. Vervolgens werd het Berlijn, waar ik Operndirektor van de Berliner Staatsoper werd. Ik werkte daar met Daniel Barenboim en Jürgen Flimm. Toch zijn die dikke drie jaar dat ik daar gewerkt heb, niet mijn beste geweest. We bespeelden het Schillertheater, een theater aan de Bismarckstrasse waar het behelpen was en dat niet erg populair was. In 2013 zou de Staatsoper Unter den Linden weer klaar zijn en zouden we daar naar verhuizen, maar dat kwam niet rond.”

Barcelona
“Toen ik vervolgens de kans kreeg om terug te gaan naar Barcelona heb ik die kans met beide handen aangegrepen. Ik werd daar interim-artistiek directeur. Jammer genoeg was de sfeer heel anders dan in mijn eerste periode. Daarom heb ik mijn contract niet verlengd. Ook omdat ik vlak daarvoor getrouwd was en mijn partner, die advocaat is, in Londen werkte. Ik heb me toen bij hem gevoegd en heb een tijdje een kleine operagroep, Mahogany Opera Group, begeleid. Mijn man kreeg vervolgens een baan in Nederland en dus keek ik uit naar een functie hier.” 

“Annett Andriessen heeft van het IVC weer een instituut gemaakt met uitstraling en een wereldnaam. Ik zet haar beleid daarom voort.” Foto Gemma Kessels

“Toen de positie van Annett Andriessen vrij kwam, leek me dat wel wat. Ik had twee keer in de jury gezeten en kende het IVC daardoor enigszins. De sfeer trok me. Beide keren dat ik lid geweest ben van de jury, had ik het erg leuk gevonden. Bovendien denk ik dat ik met mijn ervaring iets voor jonge zangers kan doen. Ik heb daarom mijn interesse laten blijken, maar ik heb de baan niet zomaar gekregen. Het was een zware procedure met een stevige commissie. Ik voel me hier op mijn plaats. Het is een goed team, een mooie omgeving, een belangrijk doel waaraan we werken, en wat voor mij ook telt is dat de functie, behalve in de concourstijd, enige ruimte biedt voor een privéleven. Dat komt er niet van als je in de leiding van een operahuis zit. Alleen al door alle afzeggingen en ziektes ben je dag en nacht in touw.”

Wereldnaam
“Annett heeft van het IVC weer een instituut gemaakt met uitstraling en een wereldnaam. Ik zet haar beleid daarom voort. Ik wil er een paar dingetjes aan toevoegen. Het concours blijft onze core business. Daarnaast hebben we al regelmatig masterclasses. Daar gaan we ook mee door. Er komt een belcanto summerschool in september met Nelly Miricioiu, Jennifer Larmore en dirigent Giuliano Carella, drie grote specialisten op dit terrein. We gaan samenwerken met de Opera aan de Parade en de Opera Sing Along Den Bosch, twee plaatselijke initiatieven. En dit jaar hebben we een concours voor liedduo’s (piano en zang) met de grote Engelse sopraan Dame Felicity Lott als juryvoorzitter en Jard van Nes, IVC-laureaat in 1978, als een van de leden van de jury. De juryleden geven eveneens masterclasses.” 

“Dit is een majeure klus. Ik breng mijn kennis, mijn ervaring, mijn netwerk en mijn liefde mee.” Foto Gemma Kessels

“Het Liedconcours wordt geopend met de voorstelling Grenze(n)loos door de Colombiaans-Nederlandse bariton Michael Wilmering, prijswinnaar op het vorige IVC Liedduo-concours, en de Syrische danser Ahmed Joudeh, twee kunstenaars met een verschillende achtergrond, die bij aankomst in Nederland beiden vreemdeling waren. Bas Heijne zal een lezing geven over de relatie tussen lied en literatuur en jurylid Thomas Oliemans geeft een recital, begeleid door collega-jurylid Graham Johnson. Volgend jaar komen opera en oratorium weer aan de beurt in het concours.”

Internetplatform
“Wat ik daarnaast zou willen voor het door Annett in gang gezette IVC 2.0 is een internetplatform waar zangers, organisatoren en andere ‘stakeholders’ vragen en antwoorden kunnen uitwisselen. De masterclasses kunnen we daarop ook laten zien, zodat buiten de concourstijd het IVC een vraagbaak kan worden voor de klassieke wereld. We moeten binnenkort aan onze aanvragen voor het nieuwe kunstenplan gaan werken. Dit is een majeure klus. Ik breng mijn kennis, mijn ervaring, mijn netwerk en mijn liefde mee. Ik kan meer dan casten, ik heb meer in huis dan alleen management. Ik hou van klassieke muziek en van opera. Met die bagage ga ik op weg om het IVC in de toekomst een positie te bieden die minstens even sterk is als nu.”

Agenda

LIEDDUO-CONCOURS

17 mei
Eerste Ronde Evangelische Broederkerk Zeist

30 juni
Eerste Ronde Theater aan de Parade ’s-Hertogenbosch

20-24 november
Internationaal Vocalisten Concours, lezing, masterclasses, performance, recital, halve finales en finale,
Theater aan de Parade ’s-Hertogenbosch,

SING ALONG

26 juni
In samenwerking met het Brabant Koor,
Theater aan de Parade ’s-Hertogenbosch

BELCANTO SUMMERSCHOOL

6 september
Openbare masterclass door
Nelly Miricioiu, Jennifer Larmore en Giuliano Carella,
Theater aan de Parade, ’s-Hertogenbosch

7 september
Presentatieconcert,
Theater aan de Parade, ’s-Hertogenbosch

Kaartverkoop vanaf 4 juni via:
IVC ‘s-Hertogenbosch

Internationaal Vocalistenconcours ’s-Hertogenbosch

Lees terug in Brabant Cultureel:
Vertrekkend IVC-directeur Andriessen was als kind
al gefascineerd door opera

© Brabant Cultureel 2019