De maanden (eerste kwartaal)

door Herman Coenen


Januari

Vrieskou. Helder licht, ijl blauwe hemel. Je loopt in de snijdende wind, je wangen koud, maar op je voorhoofd ligt de warme hand van de zon: ‘Ik ben hier, vergeet me niet.’

Zo is het ook met deze maandag, driekwart januari, troost en verademing na weken van grauw en somber, vochtig en nat. Terwijl je je afvraagt of de winter ooit nog wel komt, is er opeen zo’n dag die door al het grijs heen snijdt. De pure kou waarin je ’s morgens buiten staat, herinnert aan besneeuwd hooggebergte, wolkjes adem uit je mond, of diezelfde wolkjes onmiddellijk achter je verdwijnend door de snelheid waarmee je over een bevroren vaart glijdt, de ijzers krassend onder je, je lijf in een cadans waaraan geen einde lijkt te kunnen komen.

Een week geleden zag ik ergens langs de weg schaamteloos, in groten getale neerhangende groengele katjes. In een pot in mijn tuin steekt door slappe bruine bladeren heen een anjer zijn priemend rode bloempje de lucht in. Niet brutaal, gewoon vanzelfsprekend. Wij hebben er een formule voor gevonden en wijden er veel woorden aan. Wetenschappers verzamelen en meten factoren, ontwerpen prognoses. Ze hebben gelijk. We moeten ons iets realiseren.

Maar tegelijk is er onder alles het sprakeloze waarmee je telkens weer oog in oog staat. Het glanzend ijs op een plat dak, de witte rozetten van een bloeiende struik, de wolk kauwtjes die lachend over de kale boomtoppen scheert, als de zwarte voile van een rouwvolle dame. Zie je haar nu knipogen?


Februari

Stralende dag. Zo waren er wel meer in februari. Het oude februari waarin twee elfstedentochten plaatsvonden waaraan ik meedeed. In de weken ervoor trainde ik, over eindeloze vaarten. Stralend, strak blauwe hemel, rustige kou. Schaatsen langs dorre knisperende rietkragen, tussen grauwe weilanden waar honderden ganzen stil bijeen hurkten.

Vanmorgen hoor ik door het open raam hoge vogelstemmen buitelen, een merel duikt ongedurig op de hulst, de staart omhoog van vitale aandrang, voor vanmiddag geeft het weerbericht in de krant twintig graden aan. Hogedrukgebied ligt stil boven onze streken. De nieuwe februari? Moeten we de vertrouwde beelden wissen? Er andere voor in de plaats schuiven? Of geen van beide, maar meegolven, zoals de vogels, met wat de dag brengt en het hele idee van wat een maand is, zijn gelijkblijvende identiteit aan de uitbottende wilgen hangen. De jaarkalender enkel nog indelen in die driehonderd vijf en zestig dagen waarvan geen gelijk aan de vorige of de volgende, onvoorspelbaar als de atmosfeer en het menselijk hart. Kijk, de eksters, er zitten twee achter een derde aan, fel wit en diep zwart in het zonlicht op een schuin zwart dak onder een witte schoorsteen, een almaar verschietend schaakspel.


Maart

Wat verspringt er wanneer een nieuwe maand begint? Het licht, buiten, overdag. In deze eerste maanden van het jaar wordt het helderder. Niet met sprongen, maar de kalender lijkt je er met de neus op te drukken. Je slaat een blad om, leest een andere naam en realiseert je: Het is lichter. Er trilt iets in de lucht. Je voelt een stuwende energie in de atmosfeer, in de natuur. En dan doet ons kaderende, indelende bewustzijn daar iets mee. De naam, de betekenissen…

Maart voert dit wel heel krachtig uit. Met een dreun zet hij het subtiele groeien van licht en levenszin een helm op. Martius, de maand van de Latijnse oorlogsgod. Na de gedwongen winterstop konden de krijgsmannen weer uitrukken. Lente, aan de slag, hakken, stoten, onderwerpen, veroveren! Want in de tijd van de Romeinen deden ze dat nog te voet. Raketten, beeldschermen, knoppen, de technologie heeft vandaag de lente eigenlijk overbodig gemaakt. En toch, ‘Maart’, de stevige -M- aan het begin, de korte eenlettergrepige klank, het brengt iets teweeg, een klaroenstoot die je wakker maakt. Kom onder je dekentje vandaan, van je bank af, buiten barsten de groene knoppen open, dit jaar nog sneller dan het vorige, dus wat let je, begin, pak aan, doe, maak!

Herman Coenen (1946) is socioloog en oud-hoogleraar van de Universiteit voor Humanistiek (Utrecht) en woont in Tilburg. Hij publiceerde eerder gedichten en korte verhalen in literaire tijdschriften, in Brabant Cultureel, eigen bundels en op cd.

hermancoenen.wordpress.com

© Brabant Cultureel 2019