Mea Wijdeven is zuinig met woorden in dichtbundel Van Nature

Met haar vijfde dichtbundel sinds 2003 laat Mea Wijdeven opnieuw zien een dichter met een heel eigen stemgeluid te zijn. Bedachtzaam en doorleefd, maar niet zwaar op de hand en ook niet zweverig, dat is de poëzie van Wijdeven. Dat zij zelf aangeeft dat dit haar laatste bundel is, klinkt bedreigend. Hopelijk is het dat niet.

door Lauran Toorians

Mea Wijdeven (1936) is geen dichter die de ene bundel na de andere de wereld instuurt. Zij debuteerde in 2003 met Hawwaen in oktober 2018 verscheen haar vijfde bundel met de titel Van Nature. In een kort voorwoord – ‘verheldering’ – uit zij het vermoeden dat dit ook haar laatste bundel zal zijn. Haar leeftijd, ze is 82, zal bij die overweging een rol spelen, maar de bundel vermeldt niet of dat de enige reden is. Mocht zij de honderd halen, dan kunnen er best nog vijf bundels in het vat zitten. In de ‘verheldering’ geeft zij zonder in detail te treden ook aan dat haar leven niet altijd gemakkelijk was, maar dat ze naast overleven ook steeds heeft nagestreefd om het leven ten volle te leven. In haar beroepsleven werkte zij in de sociale dienstverlening. Daarna ging zij schilderlessen volgen en begon zij te dichten (of in elk geval te publiceren).

Haar gedichten zijn kort en ze is duidelijk zuinig met woorden die zij met zorg kiest. Het zijn vaak onverwachte woorden, soms van eigen makelij, of woorden in een ontregelende setting. De sfeer is op de een af andere manier vaak spiritueel zonder dat het zweverig wordt, de gedichten zijn mijmeringen en hoewel het qua vorm nooit haiku’s zijn, doen ze daar wel aan denken. Binnengebed is een aardig voorbeeld dat deze elementen in zich draagt.

BINNENGEBED

mijn zintuigpijlen rusten
in een jonge weide

(mijn ogen zijn net terug
van een troebele poel)

mijn zitplaats is
het warme zand

klappende vleugels
breken de lucht

de geur van citroenmelisse
wekt mild mijn smaak


Vorm speelt bij deze gedichten nauwelijks een rol. Het draait om klanken en beelden en een originaliteit die nergens gezocht aandoet. Kenmerkend is misschien ook de mededeling in een kort stukje in een regio-editie van het Brabants Dagblad waarin wordt vermeld dat Van Nature veertig beste gedichten bevat van de achtentachtig gedichten die zij schreef sinds haar vorige bundel die verscheen in 2011. Dat bevestigt niet alleen dat hier geen veelschrijver aan het woord is, maar ook een dichter die in staat is om te schrappen in eigen werk. Ook hier dus soberheid ten top. Dit alles geeft een regel als ‘mijn levenslot is teugels’ een lading die je als lezer vanzelf naar mededogen leidt.

Als dit de laatste bundel van Mea Wijdeven moet zijn, dan is het passend hier ook het laatste gedicht te citeren. Het is tevens het gedicht dat zijn titel leent aan de bundel.

VAN NATURE

het glanzende vijvervlak laat je
door zijn fijne golving
jouw veranderend echte zien
de ogen rondkijkend en oren
gespitst op natuurklank
de lichtval op het ven
maakt de rimpeling fleurig
de frons is aangescherpt
en de mond…
(een merel neemt de vijver
voor zijn badderbeurt)



Mea Wijdeven, Van Nature.
Gedichten. 2018, 54 pp., ISBN 978-90-817545-1-4, pb.
De bundel kost € 10,00 en is verkrijgbaar bij boekhandel Derijks in Oss en kantoorboekhandel Ceelen in Heesch, of via

m.lambermont-wijdeven@planet.nl.



© Brabant Cultureel 2019