Kunstenaar Bert Loerakker maakt van trauma zijn kracht

Tweemaal in zijn leven moest Bert Loerakker (70) helemaal opnieuw beginnen. De eerste keer nadat hij voortijdig  het  seminarie verliet en uiteindelijk als leraar overspannen raakte. En in 2008 toen bij een grote brand in de Helmondse Cacaofabriek nagenoeg al zijn werk werd verwoest, op eerder particulier verkochte schilderijen en museumstukken na. De in Helmond woonachtige kunstenaar is sinds die laatste ramp actiever dan ooit. Schilderijen van hem zijn nu te zien in Museum Helmond, als onderdeel van de expositie ’Lyrische abstractie – Collectie Roef-Meelker’. Onlangs bracht Loerakker ook een lijvig boekwerk uit.

door Anja van den Akker

Een schilderij van Loerakker herken je meteen aan de tweedeling. Het is altijd een werk van twee stukken, tegenwoordig soms zelfs drie. Links zien we een beeld gerelateerd aan de natuur. Rechts gaat het om pure abstractie en geometrie. Samen zijn ze één onlosmakelijk geheel, waarbij links en rechts elkaar versterken.

Bert Loerakker bij een werk uit 2012 . Een Loerakker herken je meteen aan de tweedeling. Olieverf, alkydverf en alkydlak op linnen paneel (100 x 100 cm.). Foto Isabelle Woudsma

Zijn kunst weerspiegelt Loerakker zelf. Zijn jeugd, karakter en de twee ego’s die hem altijd weer scherp houden. Het ene stuk is expressief, emotioneel, sociaal en houdt van snoeiharde gitaarrock. En dan is er tegelijkertijd een verstilde kant, de rust en inspiratie die hij vindt in de natuur. Al zeventig jaar is zijn leven één aaneengerekt lint van tegenstellingen.

Stramienen
Dat begon al vroeg, zo vertelt Bert Loerakker. “Mijn moeder was vroom katholiek. Zij leefde volgens stramienen en rituelen, zocht altijd vastigheid. Mijn vader was heel anders. Hij had een eigen schildersbedrijf, hield van kunst en was ook nog eens protestant. Hij heeft zich later katholiek laten dopen maar pas nadat zijn eigen vader was gestorven. Eerder kon hij het kennelijk niet.” Zijn vader was een schat van een man die zichzelf wegcijferde. “Joviaal, stond middenin het leven en kon met iedereen omgaan. Dat gemakkelijk met mensen omgaan, de nieuwsgierigheid en brede interesse in de wereld, heb ik van mijn vader.”

Bert Loerakker, al zeventig jaar een leven vol tegenstellingen. Foto Isabelle Woudsma

Als kind wilde Loerakker cowboy of missionaris worden, dat leek hem allebei reuze avontuurlijk. “Maar mede onder invloed van moeder gingen mijn twee broers en ik naar het seminarie en mijn zus naar de nonnenschool. Ik had het daar na drie maanden eigenlijk al gezien. Maar pas na drie jaar ben ik weggelopen. Dat was geen regime voor mij. Na het seminarie wilde ik zonder anderen te kwetsen mijn eigen leven leiden. Dat leer je daar namelijk niet. Je wordt steeds onder de duim gehouden.”

Loerakker leed aan een post-seminarie syndroom. “Er was een psychiater in Eindhoven die hierin was gespecialiseerd. Ik ben nooit seksueel misbruikt, maar wel enorm onderdrukt. Ik stelde dingen aan de kaak en dat mocht niet. Kunstboeken werden gecensureerd. In de retraiteweek voor de studenten zaten de heren priesters dikke sigaren te roken in de kamer. Dat vond ik niet kunnen. In een jaar tijd kwamen alle drie zonen van mijn moeder voortijdig uit het seminarie. Dat was voor haar verschrikkelijk. Aan het seminarie heb ik de drang om me te manifesteren overgehouden.”

De tentoonstelling ‘Lyrische abstractie’ van Bert Loerakker in Museum Helmond is te zien in combinatie met kunstwerken uit de Collectie Roef Meelker. Foto Isabelle Woudsma

Kunstacademie
Toen wist Loerakker dat hij kunstenaar wilde worden. “Mijn moeder vond dat ik eerst de hbs moest afmaken. Maar in het derde jaar ging ik niet over. Ik wilde naar de kunstacademie in Tilburg, dat was tevens een lerarenopleiding. Mijn vader, die geïnteresseerd was in kunst, nam me mee naar musea. Van Mondriaan tot Dik Ket. Zo breed is de kunst, liet mijn vader mij beseffen.”

Op zijn eenentwintigste verhuisde hij van Breda naar Helmond om les te geven. Wat was zijn moeder trots. Kwam het toch nog goed. Maar het bleek daar niets voor hem. “Ik stortte psychisch in, raakte overspannen. Mijn tijdelijke aanstelling ging niet door. Om een flatje te kunnen krijgen, trouwde ik. Zij was negentien en ik twee jaar ouder. Het was heel dubbel: ik wist, ik wil kunstenaar worden en geen leraar, maar ik heb ook een vrouw en geen werk. Mijn vader stopte me weleens wat toe. Mijn vrouw vond gelukkig dat ik mijn ding moest doen. Zij is echt de liefde van mijn leven.”

Bert Loerakker in Museum Helmond. Schilderij Zonder titel uit 2018. Foto Isabelle Woudsma

Loerakker ging voor nieuwe inspiratie naar Parijs. “Ik wilde van die donkere schilderijen af. In Parijs zag ik lichte werken, wit! Na de academie schilderde ik bijvoorbeeld vrouwen met vogelkoppen die elkaar aanvallen. Een soort teken van bedreiging, uit balans zijn, zou je kunnen zeggen. In Parijs kreeg ik het gevoel dat ik mijn vrijheid terugkreeg. Er was weer ruimte in mijn hoofd. Ik liep nog wel bij de psychiater, maar ik had een enorme drang om alle ellende aan de kant te zetten. Dat trauma werd mijn kracht. Na de brand in 2008 is dit nog een keer gebeurd, besef ik nu.”

Bert Loerakker, Olieverf op linnen ( 80×80 cm.) Zonder Titel uit 1972. Collectie Museum Helmond.

Therapie
Zijn recept is simpel: je moet jezelf steeds verrassen. Probeer altijd iets open te laten. Dat is het leven. “Door die brand, waarbij ik alles verloor, besef ik nog meer hoe vluchtelingen en ontheemden zich moeten voelen. Dat is veel erger.” Voor de brand had hij al een werkperiode in Kasterlee geboekt. “Ik belde af en vertelde dat ik niks meer had. Nog geen potlood of gum. Ze zeiden: kom toch maar. Ga desnoods in de kroeg zitten. Ik heb daar in korte tijd honderdtwintig monotypes gemaakt, de helft kon meteen weer weg. Maar ik besefte wel: ik kan het nog. Het was een rouwproces waar ik keihard doorheen moest. Een soort therapie voor mij, maar kunst moet natuurlijk nooit therapeutisch worden.”

Bert Loerakker, Olieverf en alkydverf op katoen paneel (70×50 cm.) uit 1997, Zonder Titel. Collectie Museum Helmond.

Loerakker had het gevoel dat het allemaal snel moest gebeuren. “Ik was mijn jasje kwijt, mijn tweede huid. Die moest opnieuw groeien. Het ging sneller, alles moest sneller: sneller beslissen, minder twijfel tijdens het proces. Ik was zestig, ik moest nog even wat wegzetten voor mijn gevoel. De brand heeft uiteindelijk iets goeds teweeggebracht: driehonderd nieuwe werken tot nu toe. Mijn schilderijen zijn ook expressiever geworden. En er is een nieuwe dimensie bijgekomen: van twee naar drie elementen. Die staan niet langer naast elkaar maar gaan ook over elkaar, zelfs schuin soms. Het moet natuurlijk geen maniertje worden. Er hoort wel een ontwikkeling in te zitten. Je moet in jezelf durven duiken, niet bang zijn voor wat eruit komt. Stel dat ik failliet ga, dan kan ik altijd nog leuke landschapjes gaan schilderen? Nee hoor, dat nooit. Ik refereer wel steeds aan de natuur, maar ik neem een grote vrijheid. Ik kan hele mooie landschapjes schilderen. Dat heb ik vroeger gedaan tijdens mijn reizen. Maar die hou ik zelf, ook al zou ik er veel geld mee kunnen verdienen. Het zijn voor mij dierbare herinneringen. Ik kijk ze af en toe in, aquarellen vaak. Ze zijn goed, maar ik verkoop ze niet.”

Ter ondersteuning van zijn werk is fotografie ervoor in de plaats gekomen. “Dat aquarelleren is op. Ik haal daar geen voldoening meer uit. De natuur blijft altijd mijn basis. Dat kunnen rode rozen zijn of wolkenluchten, daar ben ik gek op. Voor die wolken ga ik zelfs naar Zeeland. Maar wat zo aardig is: als je met je camera heel extreem inzoomt op de natuur, kom je op abstractie uit.” Zo onderstreept hij nog eens de eenheid van de tweedeling in zijn werk.

‘Aan het seminarie heb ik de drang om me te manifesteren overgehouden.’ Foto Isabelle Woudsma

Voldoening
“In 2010 ben ik geridderd. Dat streelt toch wel je ego. Toen dacht ik: dit hadden mijn ouders moeten zien.” Zelf is hij ook trots op zijn tweede en nieuwste boek. Het mooiste en tevens duurste, met 290 pagina’s en 540 afbeeldingen, schilderijen, tekeningen, foto’s. Een groot deel van na de brand. “Waar haal je die energie vandaan, vragen ze me weleens. Dat is een drang. Ik denk soms: waar doe ik het voor? Maar dan is daar toch weer dat moment van voldoening.” Loerakker is geen type om welvoldaan achterover te leunen. “Ik denk dat ik het mezelf altijd moeilijk zal blijven maken.”

Werk van Bert Loerakker maakt tot half maart 2019 deel uit van de expositie Lyrische abstractie in Museum Helmond (locatie Kunsthal Boscotondo). Die tentoonstelling presenteert een omvangrijk deel van de kunstcollectie Roef Meelker. Deze kleurrijke verzameling omvat werken uit Ecole de Paris en Cobra van onder anderen Karel Appel, Asger Jorn, André Masson, Nicolaes de Staël en Barbara Hepworth. De collectie is in 1999 geschonken aan de gemeente Helmond door wijlen Pieter Roef senior. 


‘Lyrische abstractie. Roef Meelker collectie & Bert Loerakker’,
t/m 17 maart 2019 in Museum Helmond.

bertloerakker.nl

museumhelmond.nl

Bert Loerakker, ‘Naar grotere artistieke vrijheid’.
Helmond: eigen beheer 2018, 288 pp.,
ISBN 978-90-829052-0-5, hb., € 60,00. Te koop bij:
Museum Helmond,
Motta Kunstboeken Eindhoven,
Museum De Pont Tilburg
en via www.bertloerakker.nl.

Het boek van 30×24 cm bestaat uit twee aan elkaar scharnierende delen en telt 288 pagina’s met 540 afbeeldingen in kleur. Oplage 400 stuks. Het ontwerp is verzorgd door Mark van den Eijnden van Grafisch Ontwerpbureau Storm te Weert.

© Brabant Cultureel 2019




Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.