Jean Cocteau, dichter met duizend poten in Design Museum Den Bosch

Hij werkte met Picasso, Stravinsky en de Ballets Russes, maar was vooral dichter en is ten onrechte veel minder bekend dan zijn beroemde kunstvrienden: Jean Cocteau. Surrealist pur sang. Een nieuwe biografie en een levendige expositie in het Design Museum Den Bosch brengen hem onder de mensen.

door Lauran Toorians

Jean Cocteau (1889-1963) was een culturele duizendpoot die met elke poot in de avant-garde stond. Recent verscheen een nieuwe biografie – tweetalig, Nederlands en Frans – en in het Design Museum in Den Bosch is een expositie aan hem gewijd. Op de voorkant van het boek staat een kenmerkende foto die Philippe Halsman in 1949 van hem maakte: jasje achterstevoren en met zes handen rokend, schrijvend, gebarend en met onder meer een schaar. Hij schreef, tekende en schilderde, maakte films en balletten met onder meer de Ballets Russes en verkeerde met alle groten die tijdens zijn leven iets voorstelden in de kunst en cultuur, van Stravinsky en Picasso tot Coco Chanel en Édith Piaf.

De greep van het zwaard dat Cocteau voor zichzelf maakte toen hij lid werd van de Académie Française. Foto nai010 uitgevers

Schaduw
Cocteau werd geboren in een gegoede familie in een plaats niet ver van Parijs en groeide op in alle weelde die de Belle Epoque kon bieden. Daar staat tegenover dat de volslagen onverwachte zelfmoord van zijn vader toen Jean pas negen jaar oud was een blijvende schaduw over zijn leven wierp. Ook zijn homoseksuele geaardheid was problematisch, want hoewel hij enerzijds expliciet homo-erotisch werk maakte, ontkende hij evenzogoed homoseksueel te zijn. Het feit dat dit ook in Frankrijk sociaal niet bepaald algemeen was geaccepteerd en zelfs in 1942 strafbaar werd gesteld, zal daarbij een rol hebben gespeeld. Zo sprankelend creatief als zijn werk ook is, er is bijna altijd wel een melancholische of donkere ondertoon en als het erop aankomt is zijn werk altijd serieus en vormt de confrontatie met verlies en met de dood een steeds terugkerend thema.

De nieuwe biografie is geschreven door Ioannis Kontaxopoulos. Hij is als jurist werkzaam bij de Raad van de Europese Unie en woont in België. Hij publiceerde al vaker over Cocteau, gaf diens correspondentie met Picasso uit en bezit een omvangrijke collectie werken van Cocteau en kunstenaars uit diens omgeving. Bijna net zo’n duizendpoot als Cocteau zelf, zou je dus denken, maar toch veel meer gefixeerd op zijn onderwerp. Wellicht door zijn Griekse achtergrond lijkt Kontaxopoulos ook een bijzondere fascinatie te hebben voor Cocteau’s omgang met de klassieke mythologie. Met name het verhaal over Orpheus die van de goden toestemming krijgt om zijn geliefde Euridice uit het dodenrijk terug te halen, en faalt, heeft Cocteau meermaals geïnspireerd. Opvallend daarbij is dat het bij Cocteau dan niet zozeer om de verloren geliefde lijkt te gaan, maar veel meer om de confrontatie met de dood zelf. Hierbij komt natuurlijk ook Freud om de hoek kijken. Cocteau groef diep in zijn onderbewuste – wat dat ook mag zijn – en voerde ook een lange strijd met de opium. De inspiratie kwam hem duidelijk niet altijd kosteloos aanwaaien.

Jean Cocteau, Zelfportret met Eiffeltoren. Pasteltekening, circa 1960. Foto nai010 uitgevers

Een belangrijke doorbraak voor de jonge Cocteau vormde zijn ballet Parade, met muziek van Erik Satie en een choreografie van Léonide Massine. Guillaume Apollinaire schreef hiervoor het programmaboekje waarin hij als eerste het woord ‘surrealisme’ gebruikte. Een jaar eerder had Cocteau met ditzelfde idee Stravinsky benaderd, maar die zag er toen niks in. Later sloten de twee wel vriendschap en maakten zij samen Oedipus Rex. Cocteau nam vaker zelf het initiatief om kunstenaars die hij bewonderde op te zoeken. Waar het lukte om vriendschap te sluiten, bracht dit natuurlijk steeds een hele kring zielsverwanten met zich mee. Picasso leerde hij in 1916 kennen en dit werd een langdurige vriendschap waarin beide kunstenaars elkaar stimuleerden en beïnvloedden.

‘Grand Che Vre Cou’, keramiek van Jean Cocteau.

Symboliek
In 1946 maakte Cocteau een film naar het al uit 1757 daterende sprookje La Belle at la Bête. De film werd goed ontvangen door de critici, maar Cocteau klaagde dat het grote publiek er veel beter in slaagde de diepere symboliek van de film te doorzien dan de critici die zich concentreerden op uiterlijkheden. Het lijkt typerend voor de man die altijd voor de troepen uit wilde lopen en onbegrepen wilde zijn, maar ontevreden was wanneer hij niet werd begrepen.

Jean Cocteau, Het oog (1952). Broche gemaakt voor Elsa Schiaparelli naar een tekening uit 1937. Foto nai010 uitgevers

Erkenning bleef niet uit. In 1955 werd Jean Cocteau benoemd tot lid van de Académie Française. Leden van dit eerbiedwaardige gezelschap dragen bij officiële gelegenheden een deftig kostuum en een zwaard dat zij bij hun inauguratie ontvangen. Cocteau ontwierp zijn eigen zwaard, een surrealistisch meesterwerk dat in de tentoonstelling in Den Bosch is te zien. Die tentoonstelling is een waar evenement om in aanwezig te zijn. Behalve dat de volle breedte van Cocteau’s productie in vitrines is te zien, worden op meerdere plaatsen fragmenten uit films en uit gefilmde interviews getoond. Dat zijn in dit geval stuk voor stuk beelden die de aandacht vasthouden en die daarmee getuigen van de kracht van de beelden die Cocteau schiep. Wie dit ziet, weet dat de animatiefilm en de musical Belle en het Beest achterwege had kunnen blijven. Disney doet het niet altijd beter. Prettig aan de tentoonstelling is ook dat die uitnodigt tot dwalen, er is geen dwingende volgorde en de bezoeker mag net zo associatief heen en weer springen als de geest van Cocteau dat heeft gedaan.

Fragmenten uit de film ‘La Belle at la Bête’ uit 1946 van Jean Cocteau.

Een klein minpuntje aan het overigens zeer leesbare en prachtig geïllustreerde boek van Kontaxopoulos is dat het is opgebouwd uit thematische hoofdstukken. Daardoor ontstaat het gevoel dat je bij elk nieuw hoofdstuk terugkeert naar het begin om dan letterlijk weer aan een nieuw hoofdstuk uit het leven van Cocteau te beginnen. De samenhang is daardoor soms wat zoek. Verder ligt het accent – uiteraard ook in de tentoonstelling, want die is per definitie visueel – sterk op het beeldende werk. De poëzie blijft wat achter.

Jean Cocteau, Le Mystère de Jean l’Oiseleur. Tekening, 1926. Foto nai010 uitgevers

Gebaar
Cocteau zelf beschouwde zichzelf in de allereerste plaats als dichter en vond alles wat hij deed poëzie. Daarmee voldeed hij uitstekend aan wat de Oostenrijkse dichter H. C. Artmann in 1953 vastlegde in zijn Acht-Punkte-Proklamation des poetischen Actes (Achtpuntenproclamatie van de poëtische handeling). Hij stelde dat een dichter niet hoeft te schrijven en dat elke poëtische handeling op zichzelf een gedicht kan zijn: ‘Voorwaarde is echter de meer of minder sterk gevoelde aandrang om poëtisch te willen handelen. Dat onlogische gebaar zelf kan, op deze wijze uitgevoerd, worden verheven tot een handeling van buitengewone schoonheid, ja tot een gedicht. Schoonheid is overigens een begrip dat een zeer uitgebreide speelruimte verdient.’ Waarschijnlijk zou Cocteau dit hebben onderschreven.


Ioannis Kontaxopoulos, Jean Cocteau. Metamorphosis.
Rotterdam: nai010 uitgevers /
Design Museum Den Bosch 2018,
320 pp., ISBN 978-94-6208-470-4, pb., € 34,95.
www.nai010.com

brabantcultureel

Overzichtstentoonstelling Jean Cocteau, Metamorphosis. 
Foto’s Piet den Blanken



https://designmuseum.nl


Zoeken op ‘Jean Cocteau’ in Youtube levert tal van treffers op, vaak fragmenten. Zeker het bekijken waard is de reprise – honderd jaar na de première – van het ballet Parade:




Voor de volledige film ‘La belle et la Bête’ (in een wonderlijk kader):



Voor Artmann, zie
laurantoorians.com