Dichteres Pien Storm van Leeuwen verzet de zinnen in bos en veld

Onlangs verscheen de vijfde dichtbundel ‘Verlegen zwijgt de tijd’ van Pien Storm van Leeuwen. De Chaamse vindt haar inspiratie in de natuur, dicht bij huis. Zij is bovendien de bedenker van de ‘poosplaatsen’, banken met in steen gebeitelde gedichten in het groen. Een nadere kennismaking met de dichteres.

door Joke Knoop

Het land achter het huis van Pien Storm van Leeuwen is als een gedicht, met tal van plekken om peinzend te verpozen. In stenen bankjes zijn dichtregels gehakt, een grote kring stenen (twintig, een kei voor iedere eeuw sinds onze jaartelling) verwijst naar de Keltische cultuur. Beelden gemaakt van cortenstaal vangen het oog. Een vredig vennetje vormt het mooie middelpunt. De tuin is weelderig wild.

Pien Storm van Leeuwen. Foto Piet den Blanken

Hier, te midden van akkers en aangelanden, is het thuis van de dichteres. Zij vindt haar inspiratiebron in de natuur. In haar nieuwe bundel Verlegen zwijgt de tijd belicht zij de tijdloze landschappen in de wijde omgeving van haar woonplaats Chaam. In de wereld van buiten verzet zij haar zinnen en blijft ze zich verwonderen. Haar man, fotograaf Jan Willem Storm van Leeuwen, vergezelt haar en haar werk. Bij elk gedicht prijkt een natuurfoto.

Verpozen
Jan Willem Storm van Leeuwen fotografeert poëtische landschappen en zij schildert met woorden. Dat maakt Verlegen zwijgt de tijd zowel een fotoboek om in te bladeren, als een dichtbundel om wat langer in te verpozen. Haar gewogen woorden volgen nauwkeurig de beelden. Hij ‘vangt’ in zijn cameralens een ooievaar in volle vlucht. Bij de foto staat haar gedicht Langs wildert en water, waarin een ooievaar opschrikt van de cameraklik.

Dat doet de vraag rijzen wat er eerst was: de foto of het gedicht? Zijn haar woorden dienstbaar aan zijn beeld of is het andersom? Of doet het er eigenlijk niet toe? Pien Storm van Leeuwen: “Die ooievaar, dat is ons overkomen. Daar heb ik later het gedicht bij gemaakt.” Belangrijker dan de volgorde van ontstaan, is dat woord en beeld elkaar versterken: “Het is mooi als taal en beeld een dialoog aangaan en een eenheid vormen.”

Jan Willem Storm van Leeuwen fotografeert poëtische landschappen en Pien Storm van Leeuwen schildert met woorden. Foto Piet den Blanken

Het is de tijdloze schoonheid van de natuur die haar naar de pen doet grijpen. Storm van Leeuwen vormt nieuwe woorden: heuvelingen, bloemsluieren, vlonderen, ons omzingen. Ze gebruikt woorden die voorbij het tegenwoordige taalgebruik reiken, zoals laven, lispelen, mare, zompig. “Mij boeit de klankverbeelding, de taal die zingt en die beelden laat zien, waar ik muziek bij hoor. Een woord als zompig (ze doet het geluid na van laarzen die zich lostrekken uit modder) is zo prachtig! Ik wil die woorden bewaren. En ik maak nieuwe woorden die mooi van klank zijn, of beeldend, of vol van emotie.” De dichteres hecht niet aan eindrijm. De lezer van haar gedichten kan het niet ontgaan dat zij wel van alliteraties houdt (terzijde: dat blijkt behoorlijk besmettelijk). “Ja, ik vind het fijn om te werken met alliteraties. Zijn het er erg veel? Iedere dichter heeft zijn eigen pad te gaan.”

Gaandeweg
Pien Storm van Leeuwen (geboren in Haarlem in 1945, opgegroeid bij Arnhem) is opgeleid voor het onderwijs. Wat boeit haar in poëzie? “Dat is het contemplatieve proces. Poëzie dwingt me om me te verdiepen, intens na te denken waarom iets me raakt en daar woorden bij vinden, zoeken naar klanken. Bij water gebruik ik andere klanken dan bij heide. Ik speur naar diepere lagen. Gaandeweg rijp ik, ik leer steeds bij. Ik kom verder op het pad dat dieper gaat. Of dat met het vorderen van de jaren te maken heeft? Misschien, maar de verwondering is hetzelfde gebleven.” Ze ervaart dat alles als een grote rijkdom en die weelde wil ze delen.

Foto Piet den Blanken

Ze schrijft toegankelijke gedichten. Storm van Leeuwen nuanceert dat: “Mijn oogmerk is niet het schrijven van toegankelijke poëzie. Ik streef ernaar om poëzie te schrijven die verdiept en waarin ik mijn intense beleving van het altijddurende, de tijdloze schoonheid die ik beleef in de natuur onder woorden breng. Ik zoek daarbij naar klankrijke taal, creëer nieuwe woorden en gebruik ook tal van metaforen, Daarnaast streef ik er naar mijn gedichten toch enigszins toegankelijk te houden.” Poëzie mag in haar ogen niet voorbehouden zijn aan een kleine groep kenners. “Zonder de kwaliteit onder druk te zetten, probeer ik zo te schrijven dat het gedicht ook voor een groter publiek te genieten is.”

Poosplaatsen
In die opzet is ze in ieder geval geslaagd met de door haar bedachte poosplaatsen: een samentrekking van verpozen en poëzie. Menig wandelaar stuit in Noord-Brabant en in Vlaanderen op een kei of een bankje met een gedicht over de natuur ter plekke. Begin van de zomer 2018 kwam de honderdste poosplaats tot stand, bij Esch onder ’s-Hertogenbosch en ditmaal met een gedicht van eigen hand. Bij de poosplaatsen betrekt ze ook andere dichters. Van de honderd gedichten zijn er 33 van haarzelf.

De eerste poosplaats is sinds 2004 te vinden in Baarle-Nassau. Eigenlijk is de Rabobank daar debet aan, want die bank vroeg veertien jaar geleden aan de inwoners van de Baronie een wereld-idee. Storm van Leeuwen opperde een wandelroute door de dreven van Chaam, gelardeerd met gedichten die waren geïnspireerd door de plek. De bank vroeg om een voorstel voor de hele Baronie en sindsdien verrijzen her en der plotselinge poosplaatsen. De initiatiefneemster: “Het is belangrijk om kleine monumenten te maken in evenwicht met de omgeving. Opdat de voorbijganger er niet gedachteloos aan voorbij gaat, maar stil blijft staan en de rust vindt om te kijken naar die plek in de natuur.”

“Het mooie is dat mensen die nooit een dichtbundel zouden lezen, door de poosplaatsen worden geconfronteerd met poëzie. Een gedicht geeft meerwaarde aan een plek. Mensen vinden er zingeving in, terwijl ze niet eens op zoek waren. Een voorbeeld: een boerin in Vlaanderen zegt dat ze een bepaalde poosplaats op haar bidprentje wil. Een jonge weduwnaar verpoost graag bij een gedicht in de natuur over de betrekkelijkheid van het leven.”

Foto Piet den Blanken

Sculptuur
Storm van Leeuwen is een bezige bij. Naast gedichten maakt zij ook schilderijen en sculpturen van cortenstaal. Haar beeldend werk staat mijlenver af van de natuur en gaat vooral over (strakke) lijn, (uitgesproken) kleur. Daarnaast werkt ze aan poosplaatsen. Ze publiceert, werkt mee aan verzamelbundels, houdt lezingen en workshops. Haar eerstvolgende project is een bijdrage aan en expositie aan het Princenhaags Museum in Breda en een bijdrage aan het boek over vierhonderd jaar Turfvaart.

Tot slot declameert Pien Storm van Leeuwen desgevraagd een gedicht uit haar nieuwe bundel. Ze duidt nader: “Het gaat over het einde van de dag. De schoonheid van het avondrood dat niet blijft. Je kijkt en het wonder dringt binnen: het passioneel penseel, het rode. Het duizelt je, je wenst dat het blijft, maar je kunt het niet vasthouden. Je kunt er geen greep op krijgen, ook al gaat de zon elke dag onder.” Op de bijbehorende foto verschieten sparrenstammen van kleur. De verwoording van haar verwondering:

 

Even nog klampt de dag zich aan kleur
strijkt vurig rood langs vale stammen

haar gloed ademt afscheid
in ogen vol wonder
bloost een bede om te blijven

dan dooft haar passioneel penseel
en duizelt zonlicht onder.

 

Pien Storm van Leeuwen, Verlegen zwijgt de tijd. Chaam: Stichting Trajart / Uitgeverij Ceedata 2018, 90 pp., ISBN 978-90-71947-56-8, pb., € 7,50.

Te verkrijgen bij verscheidene boekhandels in de regio of via storm@ceedata.nl

www.pienstormvanleeuwen.nl

Over poosplaatsen: www.cubra.nl en www.straatpoëzie.nl

 

© Brabant Cultureel 2018