Column: Supporter

door JACE van de Ven

Meestal vragen mensen mij om een tekst, maar nu moest ik door anderen gemaakte zinnen komen inspreken, liefst met een beetje een Tilburgse tongval. Maar ik ben geen echte Tilburger, wierp ik tegen. Nee, maar wel duidelijk een Brabander, vonden zij. Ze hadden me mijn eigen teksten horen voorlezen op het internet en dat was nou net de Brabantse tongval die zij bedoelden. Terwijl ik altijd gedacht heb dat ik mijn teksten in algemeen Nederlands heb ingesproken…

Maar goed, begin juni, zat ik ergens in het Willem II stadion in een skybox tegenover Sonny Mathura, expert in beeld en geluid en De Kruikenzeiker, een man die onder die naam een site over voetbalclub Willem II bestiert. Ze lieten me een opzwepend melodietje horen. Dat kwam onder de woorden die ik ín moest spreken, zeiden ze. En het zou steeds opzwepender worden.

Laat eerst de tekst maar eens zien, bromde ik kritisch. Nu kan ik er nog aan schaven, dacht ik. Maar hun zinnen vielen me alles mee. Een klein beetje van dik hout, maar dat moet ook in de sport. Ik struikelde maar over één zinnetje: “Tilburg is de stad waar we van helemaal niets, met zijn allen iets prachtigs van maken.”

Als dat al een goeie Nederlands zin is, dan vind ik hem toch ook nog weinig eerbiedig. Naar onze voorouders toe. Als het oude Tilburg ‘helemaal niets’ zou zijn geweest, vroeg ik mij af, zou ik niet weten waarom zowel Spaanse als Staatse troepen het tijdens de Tachtigjarige Oorlog regelmatig kwamen plunderen. Er moet iets te halen zijn geweest in dit ‘grootste dorp der Majorij’. Ook heeft de trots van de wevers op de kwaliteit van de stof die ze maakten mij altijd aangesproken. En dat je als geboren Tilburger uiteraard op Tilburg moet kankeren, maar dat een import-kruik het niet moet wagen dat ook te doen. We wonen hier nog steeds in het grootste dorp van de Meierij, dat lijkt me duidelijk.

En in dat dorp, dat trotser op zichzelf is dan menigeen denkt, presenteert de betaald voetbalclub nu nieuwe shirts die met Brabantse tongval moeten worden aangekondigd. De hemden, broeken en kousen zijn ontworpen met inbreng van supporters dankzij wie er op het tenue aspecten van de stad Tilburg en het clublied van Willem II terugkomen. Je kunt, denk ik, nationaal en internationaal prima meespelen als je jezelf blijft. Een club die zijn roots meedraagt, is mij liever dan een succesteam van een oliesjeik. Goed dat supporters dat aangeven.

De liefde voor een club is op de eerste plaats regionaal bepaald, anders deugt er iets niet. Iemand uit Eindhoven kan voor EVV Eindhoven zijn, een Tilburger voor NOAD of SARTO en een Bredanaar voor Baronie, maar stiekem willen ze ook dat PSV, Willem II of NAC wint. Dat zit diep in de mens. Daarom klinkt het altijd zo onwaarachtig als een burgemeester, net ergens nieuw benoemd, beweert een grote supporter te zijn van de club van zijn nieuwe woonplaats. Dat kan niet. Supporterschap is een liefde voor het leven. En net als de liefde kent het vreugde en leed. Als het met je club niet marcheert, kun je niet even voor een andere kiezen. “Feijenoordsupporter ben je niet voor je lol,” verzuchtte Gerard Cox toen het bij Feijenoord slecht ging. Daar kun je om lachen, maar zo hoort het te zijn. De club zelf moet als tegenprestatie voor die supporters opkomen en bijvoorbeeld voetballen in het tenue dat haar met hen verbindt. Vooruit Willem II, stoere kerels.

foto Joep Eijkens

 

© Brabant Cultureel 2018

 

 

Getagt als