Column: Cul(t)cafés

door JACE van de Ven

Onlangs meegewerkt aan een boekje voor het afscheid van George van den Bosch, vroeger drummer, maar sinds jaar en dag uitbater van Café Weemoed in Tilburg, een bruin tentje waar regionale kunstenaars en regionale zich kunstenaar noemende figuren elkaar ontmoeten. Trouwens, regionaal? Levi Weemoedt himself was er ook al eens, en Ronald Giphart en Ilja Leonard Pfeijffer schreven er met weemoed over.

Iedere stad kent wel zo’n plek, De Bommel in Eindhoven of De Vrachtwagen in Breda, meen ik, en in Den Bosch zal ook wel een hok met alcohol zijn waar je een kunstenaar op stap kunt ontmoeten, of iemand die zich kunstenaar noemt. Ach, dit soort cul(t)cafés waar de muziek niet hard staat en als er al muziek gespeeld wordt, dat niet per se van dat kaboeng kaboeng is. Cafés waar je een gesprek kunt voeren met mensen die, de fles in de hand, een oplossing voor alle wereldproblemen schijnen te hebben.

Hier gun je het de gelukkige nitwit na zijn tiende consumptie voor even te denken dat hij een genie is. Hier kun je die schrijver zonder boek spreken, die in zijn hoofd zojuist zijn zoveelste roman voltooide. Of iemand die met ernstig gezicht luchtgitaar speelt en duidelijk Santana doet vergeten. Of die tot nu toe niet opgemerkte wetenschapper die je een interessante theorie uitlegt die je halverwege niet meer kunt volgen. En hij zelf zo te horen ook niet.

En dan die bierkenners die exact weten te verklaren waarom je Rochefort zou moeten prefereren boven Chimay en Rodenbach boven La Chouffe en die het schijtlazerus krijgen van Heineken of Bavaria en die je vervolgens in willekeurige volgorde alcoholische consumpties van allerlei aard naar binnen ziet gieten zolang ze maar betaald zijn door een ander. Of zij die vinden dat George koppijnwijn schenkt, maar die tot sluitingsuur in schielijk tempo blijven lurken.

Na enige uren herken je hun koppen van schilderijen van Jeroen Bosch of Adriaen Brouwer en zie je de lijnen door de tijd. En je beseft dat je tot de zoveelste generatie behoort die het wiel opnieuw uitvindt, die ziet dat zoiets ook nodig is omdat anders alles fout loopt in de wereld. Jij ziet het, en gelukkig je gesprekspartner ook. Je wilt zijn telefoonnummer op een viltje schrijven om af te spreken om jullie visies later nog eens verder toe te lichten, maar die kutbrouwers van tegenwoordig verspreiden viltjes die aan twee kanten bedrukt zijn. Alweer zoiets wat niet deugt!

Tot slot sta je in de plee met je kop tegen de muur boven een pisbak te leuteren. De muren staan vol neergekalkte wijsheden. Het zijn kreten over kunst, seks en samenleving, stoer, maar soms lees je er de eenzaamheid doorheen, hoe lollig ze ook bedoeld zijn. Het is verdriet op zijn kop, dronkenmansliteratuur.

Gelaafd zoek je later je weg naar huis. Die kruisbestuiving tussen, kunst, cultuur en maatschappij die Kunstloc, de opvolger van Kunstbalie en bkkc zegt te willen bewerkstelligen, is al jaren te vinden in onze cul(t)cafés. Goed, Kunstloc bezigt een ander soort prietpraat, maar toch?

Interieur van café Weemoed, Korte Heuvel, Tilburg. Foto Joep Eijkens.

 

© Brabant Cultureel 2018