Column: Gôôôdverdomme!

door JACE van de Ven

Zelf ben ik achtenzestig, en Anton Dautzenberg is vijftig, maar we zijn aanstormende talenten. Dat bleek afgelopen maandag maar weer eens toen we op het biljart in Café De Troubadour het team Jasper Mikkers en Toine van Corven versloegen. Maar zij wilden revanche en die match verloren we, omdat ik tijdens het spelen aan Anton vroeg waarom hij niet genomineerd was voor de Publieksprijs BrabantCultuur 2018.

BrabantCultuur is een samenwerkingsverband van provincie, bkkc, Kunstbalie, Brabant C en Cubiss. Die instellingen ken je toch wel! Die zetten in Brabant cultuur op de kaart. Niets is ze te dol. In 2018 en 2019 gaan ze dat doen met campagnes. En de eerste campagne is de Publieksprijs BrabantCultuur. Daar kunnen Brabantse talenten in de kunst 2500 euro mee winnen.

“Ik was genomineerd, maar ik heb geweigerd,” fluisterde Anton me in het oor.
“Gôôôdverdomme”, brulde ik, “niet als ik aan het stoten ben.” Ik miste op een haar na.
“Ik heb geweigerd, omdat je als genomineerde vier weken lang brave burgers moet benaderen met de vraag of ze op jou willen stemmen.”
“Maar weten die brave burgers dan dat je een talent bent?”
“Dat hoeven ze niet te weten van de instellingen. Die hebben een foto van de genomineerden verspreid, maar geen foto van hun werk. En die foto van elke kunstenaar mogen die instellingen blijven gebruiken voor hun eigen reclamedoeleinden, daar moet je voor tekenen.”
“Het lijkt wel of jullie kunstenaars er zijn voor de instellingen, of jullie hun eigendom zijn. En dat voor 2500 euro en vier weken ploeteren en zeuren”, slijmde ik.

Dautzenberg legde aan terwijl hij antwoordde: “Terwijl zij iedere vier weken automatisch dat bedrag of meer als loon krijgen gestort. Ze zouden zelf eens zeventig procent van hun inkomen moeten crowdfunden.” Hij stootte vinnig, maar zijn keu ketste.
“Gôôôdverdomme”, kwaakte ik, “nou lig jij te lullen, terwijl je moet stoten.”
Maar hij ging gewoon door: “En ik ga ervan uit dat de fotograaf die de dertig foto’s maakt meer beurt dan die hele prijs van 2500 euro. Dat hoop ik voor hem.”
“Of haar, want het zijn meestal vrouwen in en om het bkkc”, merkte ik op, hoewel dat er geen bal mee te maken heeft.
“Daarbij, de winnaar laat zich voorspellen. Die zit het diepst in Facebook en Twitter, media die je data op hun beurt nog eens doorverkopen. En dan mag je werk allemaal ook nog eens niet te normverleggend of te moeilijk zijn, anders no votes.”
“Thumbs down voor de maker”, bevestigde ik.

“Ik zie mezelf niet als een maker,” reageerde Anton fel, “die badinerende term is bedacht door kunstinstellingen.” Hij stootte en miste opnieuw.
“Gôôôdverdomme!”
“En ook geen talent”, voer Dautzenberg voort. “Ik ben dit jaar vijftig geworden en heb vijftien boeken gepubliceerd. Lamenielache.”

Hij leek nu echt boos te worden en ik begon te vrezen voor het biljartlaken. Maar ik vond het leuk hem op te juinen. Elke keer als hij aanlegde zei ik zoiets als “Dan verdien je als kunstenaar al zo weinig en dan moet je ook nog die modern-design-liefhebbers van het bkkc onderhouden.” Of: “Het zou fijn zijn als de instellingen de kunstenaars eindelijk eens serieus namen en niet langer gebruikten om hun eigen baantje mee te legitimeren.” En dan stootte Anton zo hard dat ie miste. En dan riep ik als een aankomende puber die zichzelf geweldig vindt: “Gôôôdverdomme! Gôôôdverdomme! Gôôôdverdomme!”

We verloren de partij, maar het luchtte wel op. Dankjewel bkkc.

 

Boven: Anton Dautzenberg. Foto Willem Andrée

 

© Brabant Cultureel 2018

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.