Gedichten als wapen tegen de vergetelheid: wie van ons leest het tot leven

door Kees Hermis

 

Brief van mijn vader

Zijn handschrift brengt hem aan het woord
ik lees en hoor zijn stem, zijn zinnen
ademhaling

zie hoe hij uit zijn schrijven levend
tevoorschijn klimt, aan tafel zit,
ik tegenover hem

we zetten ons gesprek weer voort
tussen ons in de Bokmafles
de glazen asbak, sigaretten

tientallen jaren na zijn dood
schenkt hij ons nog eens in
en heffen we het glas

alsof het gisteren was praten we bij
zien elkaar in de ogen

zolang ik lees is hij terug
laat ik niet los, houdt het mij vast
een echo in de tijd

 

Gevonden

Er ligt een gedicht in de tuin
het leeft nog

met hartmassage en beademing
kan het misschien behouden worden

hoelang ligt het daar al
gewond, verfomfaaid, natgeregend

het moet zijn aan komen vliegen
ergens vandaan, op zijn vlucht
het spoor bijster geraakt en
over de kop geland, zich uitgeput
buiten adem hebben vervlogen

nu het gevonden is
staan wij eromheen, rapen het op
behoedzaam, met aandacht

wie van ons leest het tot leven

 

Het offerhuis

Witlicht en ijsblauw staan
koud door het slachthuis
over de snijtafels flitsen de vlijmen

wat liep en stond op poten
hangt nu gekoeld aan haken
door de achillespezen

vers vlees dat natrilt in de airco
die als een poolwind staat gericht
op wat versneden is, gevild

slachters op rubberlaarzen met
gummischorten voor vegen
de altaarblokken schoon

als tempeldienaars brengen zij
klinisch, steriel, neonverlicht
dagelijks hun offers aan Apollo

Pluimveeslachterij Goosens in Asten, 1999. foto Piet den Blanken

 

De gewichtloosheid van tijd

Zomeravondlicht over de bloembakken
een open hand de vijver waarin de stilte
afgezonken en geluidloos werd verdronken

de dennen onbewogen, zwijgende getuigen
die op afstand in zichzelf gekeerd hier
niets van vonden, nergens op wachtten

alleen jouw stem gonzend met tussenpozen
als een verlate bij op zoek naar nectar
honing, niets weet ik meer van wat je zei

het had geen tijd, diffuse ogenblikken zijn het
die ik mij herinner, iets dat bewegingloos
verwees naar wat voltooid is, eeuwigheid

 

Voorlopig afscheid

Sproeiregen van verstoven tijd
over de kale velden, meevoerend
fragmenten van voorbij

het heden wordt langzaam verkleed
met woordsporen en gebaren van
een levend en gewichtloos jij

hoe vaak ben je nu al gestorven
en al die keren was ik er
om je opnieuw af te staan

je te begraven voor altijd
maar telkens keer je aan mij terug
op onvoorspelbare momenten

ook nu aanraakbaarder dan anders
loop je weer naast me door het land
de lucht betrekt, je beeld lost op

ik weet dat dit voorlopig is en
dat zolang ik er zal zijn jij naar
me toe komt van een overkant

 

Kees Hermis (Hulst 1941) woont in Sint-Oedenrode en was werkzaam in het onderwijs, maakte houtsculpturen en debuteerde in 1977 met de dichtbundel ‘Vrijgesproken’, gevolgd door vele andere bundels en gedichten in literaire tijdschriften.

 

© Brabant Cultureel 2017

 

 

Getagt als