Eerste Nederlandse vertaling van Verlaine’s Biblio-sonnetten

De laatste verzen van een van de grootste Franse dichters waren nog nooit vertaald in het Nederlands. Daar is nu verandering in gekomen en de gedichten verschenen met vertaling en uitvoerige bijdragen over de context in een boek dat zowel poëzie- als boekenliefhebbers moet bevallen.

door Lauran Toorians

Zoals Vincent van Gogh in de schilderkunst zo is Paul Verlaine (1844-1896) onder de dichters een klassiek voorbeeld van een kunstenaar-bohémien die zijn leven gaf voor de kunst en die schoonheid voortbracht vanuit een diep ellendig leven. Daar houdt de overeenkomst wel zo ongeveer op, want Van Gogh bleef de steun houden van vooral zijn broer en had meer last van zichzelf dan van zijn drankzucht. Bij Verlaine waren het echt ‘seks, drugs (alcohol) en poëzie’ die hem op de rand van afgrond deden balanceren en hem uiteindelijk ook over de rand duwden. Nog net geen 52 was hij, toen hij totaal uitgeleefd en in bittere armoede in Parijs overleed.

Paul Verlaine op zijn doodsbed, getekend door Paul Cazals op 9 januari 1896.

Gevierd
De romanticus zal zeggen dat die armoede er slechts in materiële zin was, maar daarmee was ze niet minder bitter en slopend. In sterk contrast daarmee, leefde en stierf Verlaine als een beroemdheid. Een gevierd dichter met de roem van een moderne popster. In die zin past de ellende ook wel, want waar een tegenwoordige popster toch minstens miljonair moet zijn, gold in het fin de siècle en in kringen van het symbolisme als ideaal de bohémien-kunstenaar die als maatschappelijk buitenstaander zijn vrijheid betaalde met zijn gezondheid en zijn leven. Verlaine deed dit ten volle. Anderen speelden de rol van bohémien en hielden ondertussen een goed lopende onderneming draaiend, zoals Rodin die zijn atelier runde als een succesvol bedrijf.

In 1892 bracht Verlaine op uitnodiging van de Haagse boekhandelaar Blok een bezoek van twee weken aan Nederland. In Den Haag logeerde hij bij de beeldend kunstenaar en schrijver Philippe Zilcken, in Amsterdam bij de schilder en etser Willem Witsen en hij deed ook Leiden aan. Erg naar zijn zin lijkt hij het er niet te hebben gehad. De plichtplegingen en de eerbiedige afstandelijkheid waarmee hij werd bejegend staken scherp af bij het joviale en vaak ruige caféleven dat hij gewend was. Het gebeuren laat wel zien dat hij bij leven ook in Nederland een beroemdheid was, en die roem heeft onder poëzieliefhebbers niets aan glans verloren.

Drie Tilburgse poëzieliefhebbers hebben deze bewondering voor Verlaine omgezet in een fraai vormgegeven boek waarin de laatste sonnettenreeks van de meester centraal staat. Het is een onvoltooide cyclus, onderbroken door de dood van de dichter. Initiatiefnemer tot de reeks was de journalist en bibliofiel Pierre Dauze geweest. In oktober 1895 had hij Verlaine voorgesteld om een reeks van vierentwintig Biblio-sonnetten te schrijven waarvan Dauze er steeds één zou publiceren in de door hem uitgegeven Revue Bibio-iconographique, een tijdschrift voor liefhebbers en verzamelaars van (bibliofiele) boeken. Na voltooiing van de reeks zou Dauze die dan ook in boekvorm uitbrengen. De sonnetten moesten handelen over aspecten van de bibliofilie, maar verder bleef de dichter vrij.

Elitair
Toen hij op 8 januari 1896 overleed, had Verlaine dertien sonnetten geleverd en had Dauze er vijf gepubliceerd en daar bleef het ook bij. Daarin kwam pas verandering toen Dauze de dertien sonnetten uit de reeks in 1914 – de titelpagina zegt 1913 – publiceerde in een oplage van honderdtien exemplaren. Een uitgave met een elitair karakter, zoals Ed Schilders opmerkt in zijn gedetailleerde verhandeling over de bibliografische geschiedenis van deze sonnetten. Opmerkelijk is overigens dat van deze uitgave slechts vier exemplaren aanwezig zijn in bibliotheken in Europa, waaronder de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Van de exemplaren in privébezit hebben er twee een Tilburgse eigenaar. En nu is het dan ook in Tilburg dat de eerste Nederlandse vertaling van deze biblio-sonnetten is verschenen, door een Tilburgse vertaler, met begeleidende teksten door twee Tilburgse auteurs en tot een boek gemaakt door de Tilburgse grafisch ontwerper Sander Neijnens. De vertalingen door Martin Hulsenboom worden afzonderlijk besproken (kijk hier).

De samenstellers van de bundel met in het midden Martin Hulsenboom, de vertaler. Links Peter IJsenbrant en rechts Ed Schilders. Foto Ine Appels

Schamel
De vertalingen – de Franse teksten zijn ook opgenomen – door Hulsenboom worden voorafgegaan door een ‘biografische schets’ van de hand van Peter IJsenbrant. Het accent ligt hierin op de laatste weken van het dichtersleven. Verlaine ‘woonde’ toen in het schamele kamertje van zijn laatste maîtresse, Eugénie Krantz, een prostituee en gewezen Music Hall danseres die de dichter in een kroeg had leren kennen. Hij bezat vrijwel niets meer en van het weinige dat er nog was, moest regelmatig nog iets worden verkocht om aan eten te kunnen komen. Het was dan ook beslist uit nood dat Verlaine inging op de uitnodiging van Dauze om de reeks biblio-sonnetten te schrijven. Dat verklaart waarschijnlijk ook de ironie die in nogal wat van de dertien geleverde sonnetten is te vinden. Verlaine schreef voor rijke collectioneurs die veelal liever ‘hebben’ dan lezen terwijl hij zelf – of beter: terwijl Eugénie – zijn laatste boeken naar het antiquariaat bracht.

Het was evenwel een tijd waarin roem en geld niet hand in hand gingen (had hij maar over zijn leven kunnen vloggen). Het nieuws van Verlaine’s dood ging de volgende dag al de wereld in en vele vrienden en bekenden kwamen hem op zijn doodsbed de laatste eer bewijzen. Twee dagen later, op 10 januari 1896, werd hij begraven op het Cimetière des Batignolles in Parijs, in aanwezigheid van vele vrienden en collega-dichters.

De al genoemde bijdrage van Ed Schilders aan het boek vertelt werkelijk alles wat er te weten valt over de ontstaansgeschiedenis van deze sonnetten en hun verdere leven in druk. Daarmee is deze Nederlandse uitgave een mooi compleet boek geworden met niet alleen tekst en vertaling, maar ook alle achtergrondinformatie die een lezer zich maar kan wensen. En dat ook nog eens ruim geïllustreerd. Exemplaren van de uitgave van de Biblio-sonnets uit 1913 doen op veilingen bedragen van ruim tweeduizend tot meer dan veertigduizend euro (op Catawiki.nl liep het bieden begin 2016 op tot slechts honderdveertig euro), maar nu hoeft de liefhebber wat minder diep in de buidel te tasten om al dan niet in het gezelschap van maîtresse en vriend ‘Alcool’ van deze gedichten te genieten. Met leeslint.

Paul Verlaine, Biblio-sonnetten. Met illustraties van Richard Ranft. Uit het Frans vertaald door Martin Hulsenboom. Met een biografische schets van Paul Verlaine door Peter IJsenbrant & de bibliografische geschiedenis door Ed Schilders. Tilburg: Stichting Cultureel Brabant 2016,
111 pp., ISBN 978-90-822545-2-5, hb., € 29,00.

www.boekenfabriek.nl/a-46503443/home/biblio-sonnetten

www.cubra.nl/auteurs/Martin-Hulsenboom/Paul_Verlaine_Martin_Hulsenboom_Biblio-sonnetten.htm

Lees ook op Brabant Cultureel: Paul Verlaine had een ironische passie voor boeken

© Brabant Cultureel 2017