muse conNaction interpreteert woorden met muziek

Gerrit Kouwenaar, Esther Jansma, Ida Gerhardt, Rutger Kopland en Emily Dickinson, wat hebben die met elkaar gemeen? Alle vijf dichters, vier Nederlandstalige, maar Emily Dickinson schreef in het Engels. Drie vouwen, twee mannen, maar alle vijf verklankt door muse conNaction, het samenwerkingsverband van Noortje Korst en Annemiek van de Geijn.

door Camiel Hamans

Beide dames zijn honderd procent Brabants, maar beperken hun blikveld niet tot hun woonplaats Breda en omgeving. Noortje Korst, die uit een leraarsgezin stamt en zelf ook haar opleiding begon met een Pabo en een daaropvolgende studie Nederlands, heeft een aantal jaren in Afrika gewerkt en gereisd en raakte daar geïnteresseerd in talen, rituelen, dansen, teksten en liederen. Annemiek van de Geijn, wier wieg in een uiterst muzikaal nest stond, trok na haar conservatoriumopleiding een tijd door Europa en verdiende de kost als straatmuzikant.

Annemiek van de Geijn (r) en Noortje Korst (l). Foto Piet den Blanken

De twee kwamen elkaar tegen toen Noortje, intussen gediplomeerd als docent drama, cursussen gaf op het snijvlak van zingen en acteren en zij Annemiek daarbij uitnodigde haar te begeleiden aan de piano. Annemiek was afgestudeerd op de relatie tekst-muziek. Bij de bestudering daarvan was haar opgevallen dat in de pop de muziek vaak boven op de tekst gelegd wordt, zodat van de woorden nauwelijks iets overblijft. In de klassieke muziek draait het daarentegen voornamelijk om het mooie zingen, waarbij de vraag of de manier van zingen en de muziek iets bijdragen aan het begrip van de tekst evenmin een grote rol speelt.

Spreekstem
“Bij de manier waarop Noortje teksten zingt”, legt Van de Geijn uit “gaat het veel minder om het mooie zingen, zij ‘hangt’ in de tekst. Haar zingen ligt tegen de spreekstem aan. Zij laat een lied gebeuren, bijna zoals een actrice. Dat vond ik fascinerend. Daarom heb ik meteen toegestemd toen Noortje me voorstelde muziek bij haarb teksten te maken. We zijn een heel weekend bij elkaar gaan zitten. Vanuit die ervaring zijn we definitief gaan samenwerken aan liedjes en aan poëzie.”

De manier waarop muse conNAction poëzie en muziek verbindt, is volstrekt anders dan gebruikelijk. Een gekende manier is om van rijmwoord tot rijmwoord noten onder de lettergrepen te zetten, her en der een zin te herhalen en vervolgens een zanger of zangeres te vragen een hit te maken van het resultaat. Soms lukt dat, maar meestal niet. Een andere vaak toegepaste methode is die van het declameren met muziekversiering, een etherische fluit of juist een geëngageerde piano, of een dwingend jazzritme.

Annemiek van de Geijn (r) en Noortje Korst (l). Foto Piet den Blanken

Improviseren
muse conNAction pakt het volstrekt anders aan. Hun verklanking van poëzie leidt niet tot liedjes of tot aangeklede voordracht, maar tot een nieuw geïntegreerd kunstwerk van tekst en muziek. “Eerst lezen we en vragen ons af, waar gaan deze woorden over, waar ligt de gelaagdheid en om welke lagen gaat het, welke mogelijke interpretaties zien we,” vertelt Noortje Korst. “Vervolgens gaan we improviseren. Annemiek begint te spelen en als het me raakt, val ik in. Als ik er niets bij voel, blijft het stil. Wat we zo improviserenderwijs bedenken, nemen we op. We herhalen vervolgens dit procedé, en nogmaals en nogmaals. Daarna luisteren, opnieuw luisteren en nog eens, af en toe stellen we vast dat hier iets inzit en hier ook. Daar gaan we dan mee verder.”

“Maar het is ook niet zo dat we gewoon aan het begin van een bundel beginnen, of een hele bundel nemen. Anneke Reitsma, dé specialist als het gaat om Ida Gerhardt, vroeg ons om voor een optreden met Henk van Ulsen een paar van de Keltische gedichten van Gerhardt op muziek te zetten. Dat was aanleiding om het werk grondig te lezen en te herlezen. Dat bleek zo spannend, dat het ons niet meer losliet. Die gedichten, die tot betekenisassociaties leiden, die in onze ogen samenhangen of een relatie met elkaar hebben, kozen we uit. Heel vaak komen die uit bundels, die jaren uit elkaar liggen. Met die teksten zijn we aan het werk gegaan en dat heeft drie cd’s opgeleverd, de eerste onder de door ons gegeven titel beroepen, de tweede beproefd en de laatste bestemd. Binnen de drie cd’s zijn er telkens ook weer drie afdelingen, overigens van zeer wisselende lengte, waarin per keer steeds een ander aantal gedichten is opgenomen. Ook tussen de cd’s zijn er weer thematische verbanden. Ida Gerhardt, zoals wij die lezen en hier interpreteren, schrijft over leven en eeuwigheid, over water en Keltische motieven, over onheil en rouw. Dat is niet de volledige Ida Gerhardt, maar wel de onze.”

Lezer
Opvallend is dat in de verklanking van Gerhardt, net als eerder bij Kouwenaar, Kopland, Dickinson en Jansma, de gedichten zich niet alleen loszingen van de traditionele voordrachtstem; ze gaan leven. Door de vele, subtiel gemarkeerde herhalingen dringen zich bijna vanzelf interpretaties op, worden holle woorden gevuld met betekenis en krijgen poëtisch frasen gevoel. Gerrit Kouwenaar, een dichter die normaliter emotie ver achter de woorden verstopt, complimenteerde het duo in 2000, toen zij in de Grote Kerk In Breda een enkele tekst van hem lieten horen. Hij deed dat op voor hem uitbundige wijze met de woorden “jullie hebben me onverhoeds geraakt”. Dat leidde tot een voortgezette samenwerking die in 2003 resulteerde in een hele cd. Kouwenaar bekende dat Korst en Van de Geijn hem tot “lezer van zijn eigen poëzie maakten”.

Annemiek van de Geijn (r) en Noortje Korst (l). Foto Piet den Blanken

Bij Ida Gerhardt is dit niet anders. Gerhardt, de grote ongenaakbare, de in haar volk teleurgestelde en de beschadigde, die zich slechts in metrum kon uiten, wordt ineens een mens, met tederheid, maar tegelijk met een klassieke onverschrokkenheid. De dames van muse conNaction zijn in verband met het werken aan deze cd’s in contact gekomen met de schoondochter van Ida’s zuster Truus, die indertijd ook enige naam gemaakt heeft als dichteres. De beide zusters leefden hun hele volwassen leven in een brouille. Ida was jaloers op het aanvankelijke succes van haar oudere zuster Truus en Truus voelde zich gekleineerd en beledigd door de hardheid waarmee Ida haar in haar gedichten beschreef.

Toch had mevrouw Van den Bergh – Truus was de eerste echtgenote van de fabrikant en liberale politicus Sidney van den Bergh – al het werk van Ida in huis, in eerste druk. Ida zelf had ze nooit ontmoet, altijd was er die familievete. Een keer is er contact geweest, een kort briefje na het overlijden van de zoon van mevrouw Van den Bergh. Nu voelde het, vertelde Noortje Korst, voor mevrouw Van den Bergh als een soort van Wiedergutmachung. De eerste schetsen van de cd die de beide maaksters haar in haar huis in Genève konden presenteren en de toon die daar uit sprak, klonken, naar haar zeggen, als een handreiking.

Gerrit Kouwenaar schreef voor muse conNaction een gedicht:

Dichters muzikanten

Dichters muzikanten “op de oude tweesprong
komen zij elkaar tegen, namen spellend van sterren
en stenen, of fluitend op halmen, psalmen van krekels

elkander bekijkend de maat nemend aansprekend
zelfs even omhelzend op hun uiterste meter
vallen zij samen, onwennig bewogen, en delen
als eenmaal hun oren en ogen hun oorsprong hun kelen

tot de mijlpaal weer weg wijst, de tijd zich
weer inhaalt, de stilstand zich opbreekt, de twee
sprong zichzelf blijft, het trefpunt voorgoed
het ogenblik inblikt naneuriet nawuift”

Zo is het maar net. Wie naar Noortje Korst en Annemiek van de Geijn luistert op hun gedichten-cd’s wordt op de oude tweesprong de weg gewezen door woord en muziek. Naar begrip.

www.museconnaction.nl
De cd’s zijn te bestellingen via de website.

Op 18 juni 2017 presenteert muse conNaction een nieuwe cd
met een twaalftal grootmoederzangen.

 

 

© Brabant Cultureel – 2017

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.