Legs Boelen bekijkt de wereld door de ogen van zijn fotograferende opa Leo Sikkers

‘After Leo Sikkers – Nadruk Verboden’ is de werktitel waaronder de Nieuwkuijkse kunstenaar Legs Boelen een boek en een film wil gaan maken over de nalatenschap van zijn opa die straatfotograaf en drukker was. En die met zijn ansichtkaarten en passant het leven in de Langstraat tussen 1900 en 1940 in beeld bracht. Google Streetview avant la lettre.

door Joep Trommelen

Legs Boelen wil met een boek en een film een eerbetoon brengen aan zijn opa Leo Sikkers (1880-1950). En hij wil meer dan alleen nostalgische bespiegelingen op een rijtje zetten. Een van de in zijn ogen mooiste uitspraken van zijn opa wil hij in gedachten houden bij het maken van het boek en de film: De kennis van het verleden moedigt ons aan met opgestroopte mouwen de toekomst te benaderen. “Daar zit voor een deel de essentie in van waar ik nu mee bezig ben.”

Links Legs Boelen. Helemaal rechts zijn opa Leo Sikkers, drukker, fotograaf, selfie in zijn studio in Drunen begin 1900 met diens broer Willem, huis- en kunstschilder. Foto Leo Sikkers

Glasgerinkel
Het vreselijke gerinkel van brekende glas hoort Legs Boelen nog in zijn hoofd. Het klonk op de dag dat de familie besloot de glasnegatieven van opa Leo Sikkers weg te doen. Ze stonden in de garage, in de weg, waarschijnlijk omdat er een grotere auto moest komen. Legs was toen twaalf jaar.

“Dat was de eerste keer dat ik me echt realiseerde dat mijn opa fotograaf was geweest. Hij overleed in het jaar voordat ik werd geboren, dus ik heb hem nooit gekend. De familie besefte die dag niet dat er een schat aan uniek materiaal werd weggegooid. Want mijn opa was niet alleen een goede fotograaf, hij heeft tussen 1900 en 1940, toen de oorlog begon en roet in het eten gooide, de hele streek in beelden vastgelegd.”

De in 1880 in Drunen geboren Leo Sikkers dreef een handel in papierwaren; zakjes, schriften, kasboeken. De papierwaren sleet hij bij winkels in de streek, die hij op de fiets bezocht. Boelen: “En op die tochten nam hij zijn camera mee, een houten toestel dat hij rond 1900 kocht. Ik heb het gelukkig nog, het is bewaard gebleven. Dan maakte hij onderweg foto’s van straatbeelden, waar hij dan meestal in Duitsland ansichtkaarten van liet drukken die hij dan aan diezelfde winkeltjes kon verkopen. Hij werkte met glasnegatieven, waarvan hij er telkens een stuk of vijf bij zich had. Tegenwoordig knipt iedereen die zich fotograaf noemt aan de lopende band. Maar in die tijd moest je nog echt goed nadenken over wat je deed.”

Lanen bij Kasteel Loon op Zand, omstreeks 1930. Foto Leo Sikkers

Opa Sikkers begon later een eigen drukkerij en fotostudio waar mensen zich tegen een arcadische achtergrond konden laten fotograferen. En opa schreef ook liedjes en maakte tekeningen. “Mijn moeder zei altijd: ik wou dat jij opa nog gekend had. Zij heeft mij ook als doopnaam Leonardus gegeven. Moeder zag in mij de creativiteit van haar vader terug.”

Gedetineerden
Boelen is net als zijn opa een artistieke duizendpoot. Hij tekent, schildert, maakt muziek en gaf kunsteducatie aan gedetineerden. “Toen ik op de academie met fotografie in aanraking kwam, realiseerde ik me met een schok dat alles wat opa had gemaakt weg was! En hoe jammer dat was… Ik besloot, pas vijfenveertig jaar later, op zoek te gaan naar sporen, en dat heeft geleid tot het project waar ik nu mee bezig ben.”

Een aantal neven en nichten bleek tot zijn verrassing nog mapjes met originele foto’s te bezitten: contactafdrukken van glasplaten die Boelen ooit aan diggelen hoorde gaan. Hij vond ook ansichtkaarten met foto’s op rommelmarkten en zelfs een keer in een antiquariaat in Amsterdam. Er ging een wereld voor hem open toen hij ontdekte dat er veel verzamelaars van opa’s ansichtkaarten zijn. De foto’s bleken ook vaak te zijn gebruikt voor van alles en nog wat zonder dat Sikkers daar ooit een cent voor terugzag. En nog erger: velen verzuimden zelfs zijn naam te vermelden. Vandaar de toevoeging aan de werktitel: Nadruk verboden.

Brieven
De queeste naar het verdwenen oeuvre van opa was begonnen en inmiddels heeft Boelen naast honderden foto’s en ansichtkaarten heel veel kennis opgedaan en contacten gevonden met betrekking tot de fotografie in die periode waarin zijn opa actief was. Hij besloot in aan zijn opa gerichte brieven verslag te doen van de zoektocht. “Zo in de zin van: lieve opa, je moest eens weten waar ik zestig jaar na jouw dood mee bezig ben… Tot op de dag van vandaag schrijf ik hem brieven. En soms ontvang ik wel eens wat terug! Als mijn vrouw post ontvangt met een ansichtkaart die ik op internet heb gekocht, zegt ze: Legs, er is weer een brief van opa!”

Kruispunt met Groenstraat Udenhout, 1919. Foto Leo SIkkers

Boelen besloot de brieven als leidraad voor een artistiek project te gaan gebruiken. “Er zijn natuurlijk in Nederland al honderden boekjes met oude ansichten verschenen. Dus ik wilde niet het zoveelste oubollige boekje maken. Het moet daarom een documentaire gaan worden, een boek met een dvd erbij. Ik wil mijn onderzoek in beeld brengen, mijn speurtocht naar de foto’s en vooral de contacten met jonge straatfotografen en met historici die ik tijdens die tocht heb ontmoet.”

Boelen viel van de ene verbazing in de andere. “Met digitale technieken kun je heel mooi inzoomen op details in die foto’s, die vaak een opvallend hoge resolutie hebben. Dan zie je ook dat opa oog had voor mensen, voor types. Hij heeft ook een hele mooie serie gemaakt over het Brabantse landleven. Daarvoor heeft hij mensen gevraagd model te staan voor een wat romantisch aandoende serie.”

Vooruit
Boelen wil niet alleen naar het verleden kijken, want dat deed Leo Sikkers ook niet. Hij maakte bijvoorbeeld foto’s in Kaatsheuvel van de plek waar in 1912 de markante kerk met de twee torens werd gebouw. “Daarvan heeft hij een serie foto’s. Ik realiseerde me toen ik dat zag dat opa niet met het verleden bezig was, maar met zijn heden. Hij keek vooruit! Dat ga ik met mijn documentaire ook proberen te doen.

Mijn kleindochter van negen heeft een Kiddy Zoomer, een roze ‘horloge’ waar ze ook foto’s mee kan maken en zelfs een beetje bewerken. Op een dag zei ze: Opa, pak jouw i-phone eens en laat me eens een foto van jouw opa zien! Met een beweging van haar vinger blies ze die foto op mijn iphone op en ze maakte er met die Kiddy Zoomer zelf een foto van. Klik, nou heb ik jouw opa ook!” Boelen raakte geïnspireerd door de foto’s. Gefascineerd door wat hij soms zag als hij inzoomde, besloot hij die details als basis voor tekeningen en schilderijen te gaan gebruiken.

De Vaart s’Grevelduin in Capelle, 1910. Foto Leo Sikkers

In de Eerste Wereldoorlog kreeg Leo Sikkers hulp van een Belgische vluchteling, Maurice Beny. Er waren toen een miljoen vluchtelingen in Nederland, vooral in Noord-Brabant. Hij leerde Sikkers foto’s te bewerken met potlood en penseel. Een ‘crayonist’ werd zo’n photoshopper avant la lettre in die dagen genoemd. Legs Boelen slaagde erin een kleinzoon van Beny op te sporen en bezocht de man in Brussel. “Ik viel van mijn stoel toen die man een doos met foto’s van mijn opa tevoorschijn haalde die ik mocht hebben.”

Gemobiliseerd
Hij leerde ook dat het fenomeen ansichtkaart, tegenwoordig met uitsterven bedreigd, in die Eerste Wereldoorlog een ongekende vlucht nam, vooral ook omdat gemobiliseerde soldaten de kaarten gebruikten als soms dagelijks communicatiemiddel met het thuisfront. De soldaten hoefden geen postzegels te betalen, alleen de kaarten zelf moesten worden gekocht. “Er waren maanden dat er in Nederland 53 miljoen ansichtkaarten werden verstuurd. Moet je nagaan: 53 miljoen! Mensen zaten in de trein kaarten te schrijven die ze dan op het volgende station in de bus gooiden. Het is bijna hetzelfde als dat appen en twitteren van nu. De ansichtkaart was toen hét communicatiemiddel. Een foto op een ansichtkaart droeg een boodschap in zich in de trant van hier ben ik toch maar mooi geweest. Zo’n kaart sturen was soms een beetje opscheppen. Maar dat geeft niet, dat is toch heel menselijk? Tegenwoordig doen we met whatsapp en twitter toch ook niet anders?”

Leo Sikkers werd zelf ook onder de wapenen geroepen in de Eerste Wereldoorlog. Hij verbleef in de buurt van Rucphen en was kok, maar nam ook zijn camera mee. “Ook hij stuurde veel eigen kaarten naar huis.” Gaandeweg zijn speurtocht ontdekte Boelen steeds meer overeenkomsten tussen toen en nu. “Uitgevers van ansichtkaarten stuurden fotografen op pad om hun omgeving in beeld te brengen. Net zoals Google dat nu doet voor Google streetview.”

Sikkers was ook voorzitter van de Drunense harmonie en vicevoorzitter van de Langstraatse bond van harmonieën en fanfares. Hij was een groot muziekliefhebber en maakte ook tekeningen. “In de brieven die ik aan hem schrijf, hebben we het ook over die overeenkomsten tussen ons”, vertelt Boelen. “En ik wil zeker ook harmonie- en fanfaremuziek in de documentaire gaan gebruiken.”

Legs Boelen. Foto Piet den Blanken

Het filmen moet nog beginnen. Boelen schat dat het project wel een jaar of drie in beslag kan gaan nemen. Er is nog een belangrijke horde te nemen: de financiën. Want een film maken kost veel geld. Hij werkt momenteel aan een zogeheten teaser van het project die hij kan laten zien aan potentiële sponsors. Hij grijnst: “Die, als ze dit lezen en geïnteresseerd zijn, zich met mij in verbinding kunnen stellen.”

www.legsboelen.nl

 

 

© Brabant Cultureel  2017