‘Ontvoerde’ Sophia Alberts in 1700 speelbal van katholieken en protestanten

Een vlucht van Helmond naar Venray zette in 1700 en de jaren daarna de verhouding tussen katholieken en protestanten op scherp. Sophia Alberts verliet na een knallende ruzie haar ouderlijk huis en werd even later ook nog eens katholiek. Een dramatisch verhaal, echt gebeurd. Knap gereconstrueerd door historicus Henk Roosenboom.

door Lauran Toorians

Liefdesleed is van alle tijden en alle culturen, kan de meest dramatische vormen aannemen en doet het altijd goed in de kunsten, van Piramus en Thisbe (Romeo en Julia) tot Madame Bovary, La Bohème en elke willekeurige soapserie. Ook in het echte leven zijn mensen in staat zich uit liefde in het ongeluk te storten of vanwege de liefde tot grof geweld over te gaan.

Portret van Reginaldus Cools. Ontleend aan Groot Kerkelijk Toneel des Hertogdoms van Brabant, ‘s-Gravenhage, 1727. Gescand uit Trajecta 7 (1998), p. 34

Nog steeds worden meisjes die niet de keuze van hun ouders volgen, maar hun hart, vermoord. Omdat zij de familie-eer aantasten of simpelweg omdat zij ongehoorzaam zijn. Dat dit ook in Nederland voorkomt, is niet onbekend, maar daarbij wordt al snel gedacht aan moslims. Dat is niet terecht. Ook Hindoestanen kunnen hiervan meepraten en in de Nederlandse biblebelt (de ‘Bijbelgordel’) – die ook door Noord-Brabant loopt – is het niet aanbevelenswaardig om twee geloven op één kussen te leggen. Segregatie is niet kleurgevoelig.

In een niet al te ver verleden was het ook in Nederland gebruikelijk dat een huwelijk tot stand kwam door bemiddeling van ouders, eventueel met tussenpersonen, en dat daarbij stand, status en vermogen belangrijker waren dan wederzijdse aantrekkingskracht. Het gekke is overigens dat die vaak toch komt. Gearrangeerde huwelijken blijken over het algemeen niet slechter dan huwelijken uit liefde, maar dat terzijde. Religie speelde uiteraard ook een belangrijke rol en was zeker in Staats Brabant vaak ook een zaak van status. Overheidsfuncties waren immers alleen toegankelijk voor wie van de gereformeerde religie was.

Romeo en Julia
Ook toen ontwikkelden zich natuurlijk verliefdheden die over deze sociale en religieuze grenzen heen reikten en die dus problematisch waren. Net als bij Romeo en Julia moest de liefde dan ondergronds, moesten de geliefden weg uit hun sociale omgeving, of moest het hart buigen (en breken) voor de harde realiteit van alledag. Uit historische bronnen zijn dergelijke situaties niet onbekend.
Adriaan van Boucholt, rentmeester van de geestelijke goederen, bewoonde van 1664 tot 1672 met zijn gezin de voormalige pastorie Moerenburg bij Tilburg. Die diende hij te verkopen, maar het pand was in slechte staat en al doende ‘bewees’ hij de bewoonbaarheid ervan. Zijn beide dochter dachten daar anders over. De ene liet zich verleiden door een Overijsselse edelman die nogal een losbol was en in Parijs al getrouwd bleek. Het verliefde koppel kreeg toch toestemming om in Tilburg te trouwen en het meisje beviel prompt van een kind, waarna vader-losbol werd vermoord en het meisje alleen achterbleef.

Markt, gezien in de richting van de Kerkstraat met de kerk Sint Lambertus. Gewassen pentekening van Jan de Beijer, 1742. RHCe: 104229. Origineel: Kon. Mus. Schone Kunsten, Brussel. Cat. de Grez 286.

Nog schandelijker was dat de andere dochter van huis wegliep en zich katholiek liet dopen. Het motief dat zij daarbij opgaf, was dat zij wegwilde uit de ‘ruïne van het huis’ waarin zij met haar ouders woonde. Of en hoe beide dames zijn bestraft, is niet bekend, maar pa stond danig in zijn hemd en de gereformeerde religie leed hiermee zeker ook fors reputatieschade.

Geschaakt door officieren
Eerder, in 1589 lieten de zusters Anna en Odilia de Merode zich vanuit Delft schaken door twee officieren in Staatse dienst, edellieden uit Wales en Engeland. Hun familie, die protestants was geworden, was voornemens hen uit te huwelijken aan katholieken, blijkbaar om zo lang de (tachtigjarige) oorlog nog onbeslist was alle opties open te houden.

Daar waren de meisjes niet van gediend en ondanks een aanzienlijk leeftijdsverschil mondde de schaking voor allebei uit in een duurzaam en met nageslacht gezegend huwelijk. Vooral moeder De Merode maakte over deze schaking veel stampei, maar dat lijkt in dit geval geen enkel effect te hebben gehad. De carrière van de beide mannen liep geen averij op en nadat zij weduwe was geworden, hertrouwde Anna de Merode met Justinus van Nassau, een natuurlijke zoon van Willem van Oranje. Zij was dus nog steeds van alle smetten vrij.

Protestant worden, kon uiteraard ook. Rond of kort voor 1650 verdween Janneke Gerrits uit Loon op Zand, om in 1652 op te duiken in een gereformeerd huwelijksregister in Nieuw Amsterdam (New York). Ze trouwde daar met een Deen, dus of de liefde of juist de verandering van godsdienst haar had gedreven, is niet duidelijk.

Al deze verhalen gaan over vrouwen en dat is niet verwonderlijk. Eeuwenlang hadden vrouwen nauwelijks een rechtspositie. Zij stonden onder het gezag van hun vader, een voogd of hun echtgenoot en wie zich aan dat gezag onttrok, kwam in opspraak en al gauw in aanraking met het gezag. Mannen konden vrijer opereren en wie niet voor schout of schepenen verscheen, liet ook minder sporen na waarmee een historicus aan het werk kan.

Mooi dossier
Een erg mooi dossier vond Henk Roosenboom, oud-gemeentearchivaris, in het archief van Helmond. Op 4 november 1700 verliet Sophia Alberts daar de ouderlijke woning. Zij was toen ongeveer achttien jaar oud en de dochter van de protestantse notaris in de stad. Zij vluchtte naar Venray dat toen tot de Zuidelijke Nederlanden behoorden en geen onderdeel was van de Republiek of van Staats Brabant. Venray was dus katholiek en dat werd Sophia ook.
In dit geval lijkt vooral de slechte relatie die Sophia met haar ouders had de reden te zijn geweest om van huis weg te lopen. Er was wel een geliefde, maar die reisde haar niet achterna naar Venray en liet haar dus zitten. Ook de overgang naar het katholicisme lijkt in eerste instantie nogal pragmatisch te zijn geweest. De pastoor van Venray speelde daar een belangrijke rol in en nu zij van iedereen verlaten was, zal een nieuwe geborgenheid in de katholieke kerk haar zeker welkom zijn geweest.

Na een korte periode van bezinning wilden de ouders Alberts hun opstandige dochter echter wel terug en werden gerechtelijke procedures in gang gezet om dat te bewerkstelligen. Hoewel de feitelijke afstand tussen Helmond en Venray niet erg groot is, vormden de Peel en een echte landsgrens belangrijke obstakels en bovendien hadden de katholieken met Sophia’s bekering een morele overwinning geboekt die zij niet graag uit handen gaven.

Pentekening van de markt van Helmond uit 1732 door Cornelis Pronk of Abraham de Haen. Linksachter de toren van de grote kerk, vóór 1648 de parochiekerk, aan de rechterkant, 2de pand van rechts staat herberg de Wildeman.
RHCe: 0104218. Los inliggend vel in een schetsenboek dat lange tijd is toegeschreven aan Hendrik Spilman, 1730 – 1732

Onmondige moeder
Meteen in het begin van het getouwtrek dat hieruit voortvloeide, ging het al mis. Sophia’s moeder schreef een verzoek aan de schepenen in Venray om haar dochter terug te sturen, waarop de schepenbank fijntjes wees op het feit dat mevrouw zonder instemming van haar echtgenoot niet zomaar een zaak aanhangig kon maken. Uiteraard ging ook de katholieke kerk zich ermee bemoeien en uiteindelijk nam Reginald Cools, die net van bisschop van Roermond tot bisschop van Antwerpen was bevorderd, Sophia Alberts officieel onder zijn hoede.

Sophia’s ouders bleven ijveren om haar terug te krijgen. Inmiddels was de hele zaak aangemerkt als een ontvoering, door de katholieken welteverstaan. Sophia bleef echter hardnekkig weigeren terug te keren naar haar hardvochtige vader en bleef, met kerkelijke bescherming, op de vlucht.

In Mechelen trouwde zij in 1704 tamelijk onverwacht met Robert Thiry. Hij werkte als klerk bij een advocaat en zal haar hebben uitgelegd dat zij daarmee van de macht van haar vader overging in die van haar echtgenoot, die haar goed gezind was. Samen trokken zij naar het zuiden van Frankrijk waar een oom van Robert een belangrijk man was die het paar vrijheid kon bieden. Lang genoot Sophia daar niet van, want op 22 januari 1708, ruim zeven jaar na haar vlucht en vier jaar na haar huwelijk, overleed zij. De hele zaak had ook gevolgen voor de katholieken in ’s-Hertogenbosch en Helmond, want in de strafzaak die de ontvoeringszaak werd, werden door de Staten-Generaal straffen en boetes opgelegd.

Meeslepende reconstructie
Over deze zaak rond Sophia Alberts is in het verleden al eerder gepubliceerd, maar steeds vanuit een erg beperkte achtergrond. Henk Roosenboom zocht alle beschikbare archiefmateriaal – en dat is veel meer dan alleen het Helmondse dossier – bij elkaar en slaagde erin om niet alleen het hele avontuur te reconstrueren, maar ook om dit op een bijzonder meeslepende manier op papier te zetten. Tegelijk leert de lezer daarmee veel over de lokale en regionale verhoudingen en over de relatie tussen katholieken en protestanten in Noord-Brabant rond 1700.

Aan het eind van het boek laat Roosenboom bovendien zien dat het idee van een ontvoering niet uit de lucht was komen vallen. Het kwam wel degelijk voor dat katholieken kinderen van protestant geworden familieleden ontvoerden om ze een katholieke opvoeding te geven. Het weglopen en de bekering van Sophia Alberts op deze manier te ‘framen’, bood de achterblijvers dus een kader om met de situatie om te gaan en ook juridisch in een bevattelijke vorm te gieten. Niettemin was elke zaak anders en in die zin is Sophia uniek. Toch lijkt wel degelijk verliefdheid ook een belangrijk vluchtmotief te zijn geweest en is de onmin tussen de dochter en haar ouders wellicht vergelijkbaar met de onvrede van de dochters van Adriaan van Boucholt om met hun ouders in een krot te moeten wonen.

Zeker moderne historici houden niet zo van individuele gevallen en persoonlijke verhalen. Het moet gaan over structuren en processen die grote ontwikkelingen blootleggen. Maar uiteindelijk gaat geschiedenis toch over mensen en maken dit soort persoonlijke geschiedenissen vaak meer duidelijk over een tijd en een plaats dan een dik boek vol lijsten en tabellen. Die ‘saaie’ boeken moeten er ook zijn, maar archieven liggen nog vol met mooie, ontroerende, persoonlijke verhalen die het verleden een gezicht geven en ook die verhalen zijn waardevol en belangrijk. Een populair tv-programma als Verre verwanten bewijst hoe een dergelijke aanpak voldoet aan een behoefte en het is te hopen dat Roosenboom en vele anderen doorgaan met onderzoek als dit. De biografie is in, en die hoeft bepaald niet per se een beroemdheid als onderwerp te hebben.

Henk Roosenboom, Ontvoerd of gevlucht? Religieuze spanningen in Brabant en de zaak Sophia Alberts, 1700-1710. Hilversum: Verloren 2016, 233 pp., ISBN 978-90-8704-628-6, pb., € 25,00.

www.verloren.nl

 

© Brabant Cultureel – december 2016