Tilburgse textiel nog lang niet uit de tijd

Er is een boeiend, rijk geïllustreerd boek verschenen over de Tilburgse textielindustrie vroeger en nu. Ronald Peeters en Ton Wagemakers vertellen hun verhaal in korte teksten en vooral honderden foto’s en andere illustraties.

door Joep Eijkens

In 1981 verscheen Ge waart mar arbeider. Een beeld van de tilburgse textiel 1890-1980, het liefst 450 foto’s tellende boek was samengesteld door Jan Commandeur, Cor Jacobs en Bob Westerhof. Zij vormden de kern van het zogeheten Sociaal Kollektief, voortgekomen uit een zeer gedreven groepje amateurfotografen die elkaar kenden van de Tilburgse studentenvereniging Theseus. “Het Sociaal Kollektief wil de fotografie als medium (als informatie- en voorlichtingsmateriaal) gebruiken om sociale problemen en maatschappelijke ontwikkelingen in beeld te brengen”, zo schreven de samenstellers.

Naast de textielindustrie kende Tilburg vele confectie- en tricotagebedrijven zoals de Brabantsche Tricotagefabriek B.V. hier op een foto uit 1935.

Waardevol
Dat boek uit 1981 is niet alleen interessant en waardevol vanwege de foto’s, maar ook vanwege de begeleidende teksten die voor een belangrijk deel gebaseerd waren op interviews met (gewezen) textielarbeiders. Die interviews waren gehouden in het kader van een grootschalig onderzoek van het aan de Tilburgse Hogeschool verbonden Instituut voor Ontwikkelingsvraagstukken (IVO) naar de oorzaken en gevolgen van de ondergang van de Tilburgse textielindustrie.

Ge waart mar arbeider werd uitgegeven door Boekhandel Gianotten. Op het eerste gezicht paste het wel bij de bekende serie ‘De geschiedenis van Tilburg in foto’s’ die werd samengesteld door Ronald Peeters, toenmalig hoofd van de afdeling historisch-topografische atlas van het Tilburgse gemeentearchief. Maar de grijze in plaats van zwarte ondergrondkleur van het stofomslag gaf al aan dat dit een ander soort boek was.

Gerard Cornelis van Spaendonck (1804-1873) hoorde tot de pioniers van de Tilburgse textielindustrie.

We hebben tot 18 november 2016 moeten wachten voordat de in 1996 voorlopig gestopte fotoboekenserie een vervolg kreeg met ditzelfde onderwerp: Tilburgse textiel in beeld. Het ruim 330 foto’s tellende boek is samengesteld door Ronald Peeters, inmiddels directeur Stadsmuseum in ruste, en Ton Wagemakers, voormalig directeur van wat nu TextielMuseum heet. Het werd uitgegeven door Gianotten Printed Media BV dat hiermee wederom een mooi visitekaartje afgeeft.

Het vervallen in- en exterieur van J. Brouwers’ Lakenfabrieken aan de Korte Schijfstraat, omstreeks 1980. Foto Joep Vogels.

Duivelshokken
Het is de moeite waard om beide fotoboeken over de Tilburgse textiel met elkaar te vergelijken. Ge waart mar arbeider verscheen in een tijd dat de Tilburgse textielindustrie op sterven na dood was. Indrukwekkend was die teloorgang door fotograaf Joep Vogels in beeld gebracht in zijn boek Duivelshokken in Tilburg dat in 1980 uitkwam: troosteloze beelden van verlaten fabrieken maar ook de schoonheid van het verval.

Het boek van het Sociaal Fotokollektief was niet op de laatste plaats bedoeld om de Tilburgse textielarbeiders een stem en een gezicht te geven. Zelfs wie het boek vluchtig doorbladert ziet dat de werkers van weleer de meeste foto’s bevolken. Die zijn bepaald niet mooi afgedrukt, om niet te zeggen ronduit grauw, maar dat past wel bij het onderwerp. Ge waart mar arbeider is een echt tijdsdocument. Tilburgse textiel in beeld, eveneens chronologisch van opbouw, heeft een totaal andere uitstraling. Het fraai uitgevoerde, kloeke boek ademt hier en daar de sfeer van een museum. Het eerste hoofdstuk bestrijkt de periode 1795-1855 en opent met een heuse galerij van geschilderde of gefotografeerde portretten van bekende fabrikanten zoals Hermanus Eras, Pieter van Dooren en Gerard Cornelis van Spaendonck.

Piepjong
In het tweede hoofdstuk (1856-1913) draait het vooral om fabrieken zelf (hoogbouw) en om de weefmachines, maar komt ook de werkende mens in beeld. Mooi zijn bijvoorbeeld de foto’s die rond 1900 gemaakt werden van piepjonge textielarbeiders en van stopsters en nopsters in de fabriek van de Gebroeders Diepen. Ook de groepsfoto’s waarop je de fabrikant ziet zitten als een soort vaderfiguur omringd door zijn personeel, zijn vaak interessant om te bekijken, van gezicht tot gezicht – ieder met zijn of haar eigen levensgeschiedenis. Vanzelfsprekend ontbreken ook de bekende foto’s van Henri Berssenbrugge niet, waaronder de uitgesproken schilderachtige, van rond 1900 daterende plaat van twee oudere vrouwen die aan het doppen zijn – het bijwerken van geverfde stof.

Een prent uit de brochure die de bekende linkse activist Henk Sneevliet schreef naar aanleiding van de ook landelijk aandacht trekkende grote Tilburgse textielstaking van 1935.

Het beeldmateriaal bestaat overigens zeker niet alleen uit foto’s. Zo zijn er posters, gedenkborden, tegeltableaus, reclamemateriaal, advertenties en – last but not least – tal van prachtige briefhoofden van evenzoveel fabrieken. Regelmatig kom je illustraties tegen die ook in Ge waart mar arbeider opgenomen zijn, waaronder een prachtige prent die in het revolutionaire blad De Nieuwe Fakkel gepubliceerd werd ten tijde van de ook landelijk beroemde Tilburgse Textielstaking van 1935.

Vernietigd
De periode 1940-1944 passeert de revue onder het motto ‘Duitse orders en stilstand’. Om het heel kort samen te vatten: de Tilburgse textielindustrie overleefde de oorlog zo goed en kwaad als het kon. Opmerkelijk – althans nieuw voor mij – is wat de auteurs in de inleidende tekst van het desbetreffende hoofdstuk opperen: ‘Stel eens voor dat de Duitsers het machinepark grotendeels vernietigd hadden. Ongetwijfeld had dat schokkende beelden opgeleverd, maar ook een totaal andere ontwikkeling van de Tilburgse textiel gegeven. In plaats van door te gaan met oude machines, was de aanschaf van nieuwe en moderne machines noodzakelijk geweest. Tilburg had dan meer kansen gehad om de crisis van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw te overleven en daarna weer te vernieuwen en innoveren. Stel die beelden eens voor: Tilburg moderne textielstad’.

Maar dat ‘vernieuwen en innoveren’ gebeurde na de oorlog te weinig. De fabrikanten gingen teveel op de oude voet verder en hadden te weinig oog voor de veranderingen in de wereld, nieuwe modes, technische ontwikkelingen. En als er al actie werd ondernomen, dan was het vaak te laat.

Zat er in het naoorlogse decennium nog volop leven in de Tilburgse textiel, eind jaren vijftig sloten de eerste fabrieken, en opende het Nederlands Texielmuseum zijn deuren. In de jaren zeventig was er geen houden meer aan. De in het boek opgenomen foto’s van lege fabriekshallen en andere bedrijfsruimten die het Tilburgse stadsarchief liet maken door Dré van den Bogaard, spreken boekdelen. Nog meer verval tref je op de eerder genoemde foto’s van Joep Vogels.

Vervolgens worden we geconfronteerd met foto’s van letterlijk omvallende fabrieksschoorstenen die opgeblazen werden (gelukkig bleven er vijf overeind). Andere sloopfoto’s completeren het geheel.

Overzicht van de productiehal van Innofa. Foto Jan van Oevelen.

Innovatief
Maar daarmee is het verhaal van Peeters en Wagemakers nog niet uit. In het laatste hoofdstuk nemen zij ons mee naar Tilburgse bedrijven die ook nu nog werkzaam zijn in de textiel. Het moeten er een stuk of dertig zijn. Vier ervan worden nader belicht: het TextielLab in het TextielMuseum, Innofa (innovatieve breisels), het daaruit voortgekomen FEBRIK (meubelstoffen) en de ook al flink aan de weg timmerende Wolkat Fibre NV (innovatieve recycling). Innofa werd opgericht door Rolf Dröge die in 1978 zijn textielfabriek had moeten sluiten. Er is een mooie foto bewaard gebleven uit die tijd. Hij siert, heel toepasselijk, de achterkant van Ge waart mar arbeider. Je ziet er het verlaten wolmagazijn van Dröge als een soort stilleven. Een deur staat half open en iemand heeft er met een krijtje ‘deur sluiten s.v.p.’ opgeschreven. Wie had kunnen denken dat Rolfs zonen Job en Rogier inmiddels ook in Amerika en Mexico actief zijn?

Ronald Peeters en Ton Wagemakers, Tilburgse textiel in beeld. Tilburg: Gianotten Printed Media BV 2016, 232 pp., ISBN 978-90-6663-078-9, hb., € 24,95.

www.gianottenprintedmedia.com

 

© Brabant Cultureel – december 2016