Longontsteking

door Ton van Reen

Nadat ik een half jaar met longontsteking in bed had gelegen, werd ik in het sanatorium in Horn gekeurd op tbc, een volksziekte in het begin van de jaren vijftig, en stond op de rand om afgevoerd te worden naar het sanatorium waar tbc-patiënten door rusten, zonneschijn en veel eten moesten herstellen. Gelukkig bleek ik alleen een zware longontsteking te hebben die me een half jaar uit school hield.

Het recept van dokter Smeets was: veel melk drinken. Dat heb ik geweten. Melk was er genoeg, in de buurt woonden de boeren Kobben Handrie en Gommans Sjang en Jan Rutten die graag aan particulieren verkochten, want ook in 1951 klaagden de boeren al over de prijs die ze kregen van de plaatselijke melkfabriek. De hele dag door stond er een kan melk langs mijn bed dat in de woonkamer stond. Daar stond trouwens ook de kolenkachel, die vaak moest hoesten en dan een stofwolk door de kamer verspreidde. Nu denk ik dat ik daarom zo lang ziek ben geweest. De woonkamer was de slechtste plek om van een longkwaal te genezen. Het was er altijd vochtig doordat op de kachel allerlei dingen warm werden gehouden, een grote pan met warm water, want een geiser bestond nog niet, restjes koffie, en soms een ketel met kookwas. En de schone was werd er op een wankel hekje rond gehangen.

Vaak zag ik vanuit mijn bed de onderbroeken en de handdoeken stomen, een ragfijn wolkje dat naar het raam trok, waarin het werd opgezogen, of als het buiten ijskoud was, een ragfijn laagje zilver aanbracht waarin ik mijn naam kon schrijven, achterstevoren, zodat de voorbijgangers op straat zagen dat ik nog in leven was. noT, gon feel ki. Tot de letters wazig werden en in ragfijne beekjes naar beneden druppelden en kinderen voor het raam bleven staan om te ontcijferen wat ik had geschreven. Op mijn koude zolderkamertje onder de pannen zou ik waarschijnlijk veel eerder zijn genezen, maar mijn moeder wilde me niet isoleren van het gezin en met mij had ze een praatpaal overdag als er anders niemand thuis was.

Soms kwam dokter Smeets, naar mijn mening om te controleren of ik genoeg melk dronk. Mijn moeder klaagde dat ik weerspannig was en de melk steeds uitkotste. Toen sprak dokter Smeets, terwijl hij naast mijn bed stond en ik alles heel goed kon horen, de voor mij historische woorden: “Dae jong wurt neet oud.” Mijn moeder barste in tranen uit. Ik niet, want ik had er enkele dagen voor nodig om te begrijpen dat hij het over mij had. Eindelijk had ik door dat ik volgens de dokter niet oud zou worden. Twintig? Dertig? Ik kon er niets bij bedenken.

Dokter Smeets heeft ongelijk gehad. Op het moment dat ik dit schrijf ben ik 74. Misschien heeft hij mijn leven gered door zo morbide openhartig te zijn, waardoor ik altijd getracht heb zo gezond mogelijk te leven. Niet elke dag natuurlijk. En gezond naar de mores van de tijd, en die veranderden in al die jaren regelmatig. Vroeger moest ik kaas eten vanwege de kalk voor de botten. Nu mag ik geen kaas meer eten vanwege de dierlijke vetten die mijn cholesterol verhogen. Vroeger mocht ik geen koffie drinken vanwege de cafeïne, nu moet ik koffie drinken tegen cholesterol. Eieren waren jarenlang totaal verboden, nu moet ik er zeven per week eten. Als ik me aan de allereerste schijf van vijf zou hebben gehouden, was ik nu al lang dood geweest.

Nu weet ik dat mijn moeder me graag oud wilde laten worden, want soms liet ze doorschemeren dat ze graag wilde dat ik missionaris zou worden, om in de wijngaard van de Heer mijn heeroom Johan, haar broer, te vervangen in de oogst. Hij was heel jong in Tanganyika overleden, in een plaats die Kipelapala heette. Ze gaf me boeken over heilige missionarissen, de martelaren van Oeganda, Peerke Donders en Monseigneur Hamer.

BC201604-Ton_van_Reen-Illustratie_Demian

Illustratie Demian Geerlings

Vaak als ik me wat ziek voel heb ik heimwee naar die kamer van toen, met het dampende wasrek, mijn naam op de ruit als schreeuw naar het leven en de boeken die me kalmaan genazen van een langdurig ziekbed. Ik wilde beter worden. Ik wilde avonturier worden in Afrika.

© Brabant Cultureel – augustus 2016