Brabants traject talentontwikkeling na de kunstacademie valt goed

Hoe verover je na de kunstacademie een plek in het kunstcircuit? De tijd dat kunstenaars kunst maakten en galeries die verkochten, lijkt voorbij. Kunstenaars en galeriehouders gaan samen op zoek naar een nieuw verdienmodel. Bkkc startte een project voor jonge kunstenaars in samenwerking met vier galeries in Noord-Brabant. Tot en met 18 september 2016 is in de studio van het Van Abbemuseum een expositie van de deelnemers en een verhelderende documentaire over het project te zien. Donderdag 15 september sluit het project af met een mini-symposium.

door Irma van Bommel

Jonge kunstenaars kunnen een opstapje na de kunstacademie goed gebruiken. Want, hoe bereik je een geïnteresseerd publiek, en – ook niet onbelangrijk – hoe bereik je mensen die jouw werk willen kopen? Hoe plaats je jezelf in de markt? Niet iedereen vindt direct een galerie. Tijden veranderen. Als gevolg van de economische crisis hebben veel galeries hun deuren moeten sluiten en overgebleven galeries kregen te maken met teruglopende bezoekersaantallen. Wat kun je als galeriehouder nog betekenen voor je kunstenaars?

bc201604-irma_van_bommel-talentontwikkeling_na_de_academie-3-foto_Marcel_de_Buck

Opening expositie Jump! in de studio van het Van Abbemuseum in Eindhoven, 7 juli 2016. foto Marcel de Buck

Jump!
Het doel dat bkkc (Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur) in Tilburg met het project talentontwikkeling voor ogen had, was tweeledig. Enerzijds een traject ontwikkelen voor jonge kunstenaars. Anderzijds met galeriehouders in discussie gaan over nieuwe verdienmodellen. Het project kreeg de toepasselijke naam Jump! en werd gefinancierd uit het budget Impulsgelden van bkkc. Dat het project een hoog experimenteel karakter had, moge duidelijk zijn. Duidelijk is ook dat er door het succes van dit eerste traject een vervolg komt.

Bkkc benaderde vier galeries in Noord-Brabant, te weten Galerie Pennings in Eindhoven, Jan van Hoof Galerie en Galerie Majke Hüsstege in Den Bosch en Luycks Gallery in Tilburg. Iedere galerie werd gevraagd twee kunstenaars voor te dragen voor deelname aan het project. Dat mochten kunstenaars zijn die al een band hadden met de galerie of net ontdekte, talentvolle kunstenaars. Petra Cardinaal van Galerie Pennings trad op als coach voor Noortje Haegens en Wiesje Peels. Jan van Hoof koos voor de begeleiding van Matijs van de Kerkhof en Marthe Zink. Majke Hüsstege schoof Lindert Paulussen en Stijn Poelstra naar voren. En Ingrid Luycks selecteerde Matthias Schaareman en Roos Holleman.

Het project ging twee jaar geleden van start. De deelnemers kregen bij bkkc trainingen en cursussen aangeboden, waarbij ze onder andere leerden zichzelf te presenteren aan publiek. Daarnaast namen ze deel aan discussies en kregen ze individuele begeleiding. Iedere deelnemer kreeg een persoonlijk budget, dat naar eigen voorkeur kon worden besteed aan workshops, masterclasses, residenties in het buitenland en materiaal. De deelnemers hebben zich zowel op artistiek als op zakelijk gebied kunnen ontwikkelen. Na diverse groeps- en solo-exposities is nu de eindpresentatie te zien in de studio van het Van Abbemuseum.

bc201604-irma_van_bommel-talentontwikkeling_na_de_academie-1-foto_Marcel_de_Buck

Jump! in de studio van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Foto Marcel de Buck

Tentoonstellingsontwerp
De deelnemers hadden de werken gewoon aan de muur kunnen hangen, maar kozen in plaats daarvan voor een tentoonstellingsontwerp, wat altijd iets extra’s geeft. Voor de presentatie ontwierp het duo Harm Rensink / Grietje Schepers (beiden volgden hun opleiding aan de Design Academy Eindhoven) een installatie. De twee tribunes die permanent in de studio staan plaatste het duo centraal in de ruimte, tegenover elkaar. Daaromheen zijn wanden geplaatst waar de werken aan zijn opgehangen, per wand het werk van twee kunstenaars, gegroepeerd naar galerie. Centraal in het midden tussen beide tribunes hangt een scherm waarop een boeiende documentaire over het project van Roeland van Doorn te zien is (hij studeerde een paar jaar geleden af aan Academie St. Joost in Breda). Van Doorn zoomde in op de kunstenaars en de galeriehouders en liet ze een voor een aan het woord. Dat leidde tot een aantal markante uitspraken.

Wat uit de film naar voren komt, is de warme band die is ontstaan tussen de kunstenaars en de galeriehouders die zich voor hen inzetten. Wat ook opvalt is dat de kunstenaars enthousiast zijn over het gevolgde traject. Ze zijn gegroeid in zowel artistiek opzicht als op het gebied van cultureel ondernemerschap. “Door het volgen van een masterclass heb ik met mijn werk een hoger peil bereikt,” vertelt Matthias Schaareman. “Maar we hebben ook handvatten aangereikt gekregen om je te profileren op de kunstmarkt.” “Kunstenaarschap is óók ondernemerschap,” betoogt galeriehouder Jan van Hoof. “Als kunstenaar wil je je onderscheiden, maar je hoopt ook dat je verkoopt,” merkt Matijs van de Kerkhof op. “Een galerie heeft een netwerk waar je als kunstenaar geen tijd voor hebt,” voegt Marthe Zink daaraan toe. “Jump! gaat door waar de kunstacademie ophoudt, neem taken op zich die de kunstacademie laat liggen,” verklaart Majke Hüsstege.

bc201604-irma_van_bommel-talentontwikkeling_na_de_academie-2-foto_Marcel_de_Buck

Documentaire over het project van Roeland van Doorn in van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Foto Marcel de Buck

Partner
Voor een aantal jonge kunstenaars was het contact met een galerie nieuw. De drempel om contact te zoeken met een galerie lag echter hoog. “Een galerie leek op een fort waar kunst wordt verkocht” (Matthias Schaareman). “Je probeert meer te zijn voor een kunstenaar dan een winkeltje,” verklaart galeriehouder Ingrid Luycks. Volgens Jan van Hoof is het de taak van een galeriehouder om het CV van een kunstenaar beter te maken. “Majke (Hüsstege) toont mijn werk in de galerie, op beurzen, ze geeft inhoudelijk steun en neemt me mee naar exposities,” somt Lindert Paulissen tevreden op. “Het is belangrijk wie jouw werk vertegenwoordigt,” realiseert Stijn Poelstra zich. “Petra (Cardinaal) is voor mij een partner die meedenkt over hoe ik dingen moet aanpakken,” vertelt Wiesje Peels. “We ontwikkelen een nieuw samenwerkingsmodel.” Noortje Haegens vult aan dat ze door de waardering die ze krijgt – van galeriehouder Petra Cardinaal, maar ook van bezoekers – steeds meer zelfvertrouwen krijgt.

“Het kunstenaarschap is een solitair beroep. Galeries werken ook solitair. Bijzonder is dat voor dit project voor het eerst aan aantal galeries hebben samengewerkt,” vertelt Petra Cardinaal. Er is een discussie op gang gebracht, niet alleen met de galeriehouders onderling en met de kunstenaars, maar er hebben ook ‘out of the box’-gesprekken plaatsgevonden met ondernemers buiten de kunstwereld. Over hoe het nu verder moet met de galeriewereld is nog geen pasklaar antwoord, maar de bewustwording dat er iets moet gaan veranderen is er al wel.

Tijdens het minisymposium (of de expertmeeting) op 15 september 2016 kan de discussie over de rol van de galerie in de toekomst worden voortgezet. Naast kunstenaars en galeriehouders komen ook kunstbeursorganisatoren en verzamelaars aan het woord.

De expositie ‘Jump! Talentontwikkeling van 8 kunstenaars door 4 galeries’ is t/m 18 september 2016 te zien in de studio van het Van Abbemuseum te Eindhoven.

www.vanabbemuseum.nl

Extra activiteiten op donderdagavond 1 en donderdag 8 september 2016.

Minisymposium donderdag 15 september 2016 in het Van Abbemuseum. Aanmelden via: www.bkkc.nl/expertmeeting-jump-galeries-in-een-nieuwe-rol

www.bkkc.nl/jump

Mirjam Emmen
m.emmen@bkkc.nl

Petra Cardinaal
info@galeriepennings.nl

© Brabant Cultureel – augustus 2016