Nico van Melo

door Ton van Reen

Als kind werd ik meestal vroeg in de ochtend gewekt door de paardenkarren die beladen met rammelende melktuiten, op weg waren naar de melkfabriek. Voor de kar stond een fors paard, het zogenaamde Belgisch Trekpaard. In de jaren vijftig had elke boer zo’n paard. Boer Nijssen, de vader van mijn vriend Dré, had ook zo’n paard. Het was fors van gestalte, uiterst werkwillig en het had een dienstbaar karakter. Het zou volgens Oom Tien, de vrijgezelle en inwonende broer van de boer die het werk met het paard deed, een neef zijn van het beroemde kampioenspaard Nico van Melo.

Vaak gingen we met Oom Tien op de kar naar het land, om er te spelen. Het was een tijd waarin er niet vaak op het horloge werd gekeken. Met een kan koffie en wat boterhammen mee, konden we ons op en rond het veld, bij de sloten en in de schaduwrijke bosjes met hakhout voor het stoken onder de varkensketel de hele dag goed vermaken. Aangekomen bij het land werd de neef van Nico voor de ploeg gezet. Braaf trok hij de ploeg voor na voor. Als er pauze was kreeg hij de haverzak om, om zijn buik vol te eten en dronk hij een emmer water leeg. Meestal zweette hij hevig. Ik herinner me dat een paard dat gewerkt had lekker rook.

Belgisch trekpaard in 1976. foto Piet den Blanken

Belgisch trekpaard in 1976. Foto Piet den Blanken

Paarden om te werken zijn er nog nauwelijks. De tractor heeft het trekpaard van het veld verdrongen. Het paard is er niet meer om te werken, maar om er de vrije tijd mee te vullen. En daarvoor dient het sierlijker rijpaard, het springpaard en de pony. Toch is er nooit een mooier paard geweest dan het Belgische Trekpaard, met zijn forse omvang, zijn dikke kont en zijn sterke geur die lekkerder ruikt dan parfum.

Van Nico van Melo staat een standbeeld in het dorp Castenray, waar ook een fietstocht is uitgezet langs de boerderijen waar de stevig gespierde paarden nu nog worden gefokt, vooral uit nostalgie. Wie geluk heeft, ziet ze hier en daar in de wei, en als het wat waait ruik je de geur van vroeger.

Ton van Reen (Waalwijk 1941) woont en werkt in de Peel. Hij debuteerde in 1965 met de gedichtenbundel De vogels. Zijn verzamelde proza verscheen in 2008 in twee lijvige banden bij De Geus in Breda. In 2011 verscheen Blijvend vers. Verzamelde gedichten (Utrecht).

www.tonvanreen.nl

© Brabant Cultureel – juni 2016