Expositie Breda over nieuwe verleidingen toont vooral veranderde beeldtaal

In het kader van het Jeroen Boschjaar gaf MOTI (Museum of the Image) in Breda kunstenaars opdracht tot het ontwerpen van films geïnspireerd op het beroemdste werk van Bosch, de ‘Tuin der Lusten’. MOTI stelt de vraag centraal hoe bestaand beeld (erfgoed) als inspiratie kan dienen voor de huidige beeldcultuur. De expositie ‘Nieuwe Lusten’ toont in de eerste plaats veranderingen in beeldtaal en daarnaast enkele nieuwe technieken op het gebied van computeranimatie. Alle werken zijn in 2016 speciaal voor deze expositie gemaakt.

door Irma van Bommel 

Vorig jaar gaf het MOTI ook al een opdracht aan kunstenaars. In het kader van het Van Goghjaar werd aan tal van beeldend kunstenaars gevraagd een kijkdoos te ontwerpen die was geïnspireerd op het werk van de schilder. Dit leverde veel verschillende interpretaties en uitingen op. De kijkdozenexpositie Van Goghs Mini’s is nog tot eind augustus te zien in het MOTI.

Bij Jeroen Bosch had het MOTI bewegend beeld in gedachten. Er is speciaal voor de Tuin der Lusten (ca. 1490-1500) gekozen, omdat er een band is met Breda. Voordat dit werk in de Tachtigjarige Oorlog door de Spanjaarden mee naar Madrid werd genomen, bevond het zich namelijk in het Kasteel van Breda.

bc201603-irma_van_bommel-moti-Floris_Kaayk-Hell-foto_Wouter_Stelweg-1000

Computeranimatie ‘Hell.exe’ van Floris Kaayk, 2016. Foto Wouter Stelwagen

Majestueus
Aan een aantal kunstenaars werd de opdracht gegeven een animatie te maken naar aanleiding van een deel van het beroemde drieluik. Ieder kreeg een onderdeel toebedeeld. Zo werd er een verdeling gemaakt tussen het middenpaneel, de twee zijpanelen en de achterkant van beide zijpanelen. De kijkdozenexpositie leverde kleine kunstwerken op, ter grootte van een schoenendoos. De animaties van Nieuwe Lusten daarentegen worden majestueus op groot formaat geprojecteerd. Ook de voor de gelegenheid van nieuw behang voorziene muren bevorderen het majestueuze karakter. De ruimte roept associaties op met de Fish Pond Song van Jeroen Kooijmans die eerder in het Stedelijk Museum in ’s-Hertogenbosch te zien was. Maar waar het in Den Bosch ging om één kunstwerk, worden in Breda verschillende films getoond.

Het drieluik van Jeroen Bosch dient eerst in gesloten vorm bekeken te worden. De achterkanten van beide zijluiken vormen samen één voorstelling: de hemelbol met de aarde als plat vlak. Behalve licht, donker, water en land zijn er alleen nog planten te zien. Hier wordt de derde dag uit het scheppingsverhaal volgens Genesis weergegeven (en niet de eerste dag zoals op een tekstbord staat te lezen). Met dit beeld als inspiratiebron begint de expositie. Eelco Brand maakte twee installaties die hij samen de titel The Birth of Landscape meegaf. Hij maakte een filmpje van een stukje land dat uit het water oprijst, getoond door een glazen bol, wat de associatie met de hemelbol oproept. Met de andere installatie stelt hij een coulisselandschap voor, opgebouwd uit talloze stroken uitgeknipte panoramafoto’s. De voorste stroken zijn donker van tint. Naar achteren worden de stroken steeds lichter van tint. Dit verwijst naar de wijze waarop schilders in de tijd van Jeroen Bosch dieptewerking suggereerden met een techniek die atmosferisch perspectief wordt genoemd.

bc201603-irma_van_bommel-moti-Eelco_Brand-the_birth_of_landscape-2016-foto_Wouter_Stelwagen-1000

Installatie ‘The Birth of Landscape’ van Eelco Brand, 2016. Foto Wouter Stelwagen

Fragmenten
Het duo Persijn Broersen & Margit Lukács kreeg het linkerpaneel met de Tuin van Eden toebedeeld. After Eden noemden zij hun videopresentatie. Met fragmenten uit bestaand filmmateriaal, uit zowel speelfilms als documentaires, hebben zij een nieuw verhaal gecreëerd. Het begint met paradijselijk beelden van landschappen. Echter, door toedoen van de mens (die steeds buiten beeld blijft, maar wiens aanwezigheid door geluiden wordt verraden) wordt het paradijselijke landschap bedreigd, zodat uiteindelijk een woestenij overblijft.

Studio Smack mocht zich uitleven op de hoofdvoorstelling op het middenpaneel. Met de animatie Paradise bleven de ontwerpers dicht bij de weergave door Jeroen Bosch. Zij kozen voor eenzelfde opbouw van het landschap, compleet met een groep ruiters dravend rond een vijver met schaars geklede dames. Op de voorgrond zien we vreemde menselijke creaturen, via de computer geschapen 3D modellen die volgens een tekstbord verwijzen naar de zonden van deze tijd: ‘consumptiedrang, escapisme, de verlokkingen van erotiek, ijdelheid en verdovende middelen’. Elke figuur heeft een eigen animatie-loop gekregen waarmee hij of zij door het landschap dwaalt. Door iedere figuur apart in het landschap te plaatsen en te laten bewegen tonen de kunstenaars, meer nog dan dat dit in het werk van Jeroen Bosch het geval is, dat ieder wezen voor zichzelf leeft. Het egocentrische wordt hiermee benadrukt. Dit is natuurlijk inherent aan de techniek, maar de techniek ondersteunt hier op fraaie wijze de betekenis van het werk.

Dat is ook het geval met het werk Hell.exe van Floris Kaayk. Hij kreeg het rechter zijluik als inspiratiebron: de zondaars die naar de hel worden gestuurd. Kaayk gebruikte een nieuwe techniek uit de gamewereld, waarbij 3D figuren zich autonoom bewegen en de film zich als vanzelf ontrolt, zoals bij een computerspel. In tegenstelling tot Studio Smack ontwierp hij de 3D modellen niet zelf, maar haalde hij bestaande 3D scans van internet die anderen eenvoudig met behulp van een app op een mobieltje hadden gemaakt. Telkens worden door de computer nieuwe figuren toegevoegd, wat deze computeranimatie tot een perpetuum mobile maakt.

Studio Smack, Paradise, 2016. foto Wouter Stelwagen

Computeranimatie ‘Paradise’ van Studio Smack, 2016. Foto Wouter Stelwagen

Band
Marijke de Bie en Bart Kemps maakten een documentaire waarin de kunstenaars aan het woord komen en de ‘making of’ wordt uitgelegd. De film geeft interessante achtergrondinformatie over deze boeiende expositie. Zo horen we dat een aantal kunstenaars een band heeft met Breda; ze volgden er de opleiding aan AKV|St. Joost of hebben er hun studio gevestigd (of allebei).

De titel van de expositie, Nieuwe Lusten, suggereert dat er nu andere verleidingen zijn dan vroeger. Dat kan wel zijn, maar uiteindelijk zijn deze toch terug te voeren tot de welbekende zeven hoofdzonden: hoogmoed, hebzucht, wellust, jaloezie, gulzigheid, woede en luiheid. Met uitzondering van escapisme, de neiging de werkelijkheid te ontvluchten, zoals bij tv- of gameverslaving. Escapisme kan als achtste hoofdzonde aan het bekende rijtje worden toegevoegd.

Wat wel sterk is veranderd, is de beeldtaal. Bediende Jeroen Bosch zich vijfhonderd jaar geleden van het subtiele gebruik van symbolen waarvan wij de betekenis niet precies kennen, de huidige kunst gebruikt een meer expliciete beeldtaal die weinig te raden overlaat.

Jeroen Bosch (ca. 1450–1516), het drieluik de Tuin der Lusten, 1490-1500 (Prado, Madrid) dat als inspiratie diende voor de expositie Nieuwe Lusten. Foto MOTI.

Jeroen Bosch (ca. 1450–1516), het drieluik de Tuin der Lusten, 1490-1500 (Prado, Madrid) dat als inspiratie diende voor de expositie Nieuwe Lusten. Foto MOTI.

Nieuwe Lusten, t/m 31 december 2016 in MOTI, Breda.

Bij de tentoonstelling verscheen een publicatie die eveneens is geïnspireerd op de Tuin der Lusten van Jeroen Bosch en met bijdragen van hedendaagse Nederlandse schrijvers (Karin Amatmoekrim, Hanna Bervoets, Abdelkader Benali, Hans Maarten van den Brink, A.H.J. Dautzenberg, Adriaan van Dis, Arnon Grunberg, Thomas Heerma van Voss, Edzard Mik, Nelleke Noordervliet, Willem Jan Otten, Jamal Ouarichi, Gustaaf Peek, Ilja Leonard Pfeijffer, Bas van Putten, P.F. Thomése, Manon Uphoff, Annelies Verbeke, Dirk van Weelden, Niña Weijers, Christiaan Weijts en Maartje Wortel):

Nieuwe Lusten. Breda: MOTI / De Geus 2016, 255 pp.,
ISBN 9789044535341, € 19,95.

www.motimuseum.nl

© Brabant Cultureel – juni 216