Cultuur is niet alleen iets van de elite en buurtcultuur staat als een huis

“Als je vanuit een helikopter naar Brabant kijkt, dan zie je dat overal de culturele sector groeit en bloeit. Er is heel veel initiatief vanuit de mensen. In combinatie met het kunstvakonderwijs hebben we een goed cultureel klimaat.” Na 24 jaar nam Pierre Rutgers (Geldrop 1950) recent afscheid als cultureel ambtenaar van de provincie Noord-Brabant.

door Emmanuel Naaijkens

Vanwege zijn lange staat van dienst noemen sommigen hem de ‘spin in het web’ van cultureel Noord-Brabant, maar zelf relativeert hij de invloed die ambtenaren hebben op het beleid. “Dat is het primaat van de politiek. Maar je kunt als ambtenaar wel voorstellen doen die passen binnen de beleidskaders. En als je die goed onderbouwt dan heb je veel kans dat je ideeën worden overgenomen.”


En daarbij was Rutgers de laatste tien jaar niet zo nauw betrokken bij de beleidsvorming, omdat hij vrijwel fulltime als ambtelijk secretaris voor het Prins Bernhard Cultuurfonds (PBC) Noord-Brabant werkte. Dat is een van de grootste particuliere cultuurfondsen in Nederland (zie ook Van oorlogsinspanning naar cultuurbeoefening)  In Noord-Brabant bedraagt het activiteitenbudget dit jaar maar liefst 2,7 miljoen euro (in 2005 was dat 780.000 euro). Van oudsher is er bestuurlijk een innige band tussen de afdeling Brabant van het PBC en de provincie. De Commissaris van de Koning is qualitate qua voorzitter en de provincie staat garant voor ambtelijke ondersteuning. Met subsidies voor hele grote, maar ook hele kleine, lokale initiatieven, zorgt het fonds voor de smeerolie van het culturele leven. En dat is temeer nodig, omdat de bezuinigingen van rijk, provincie en gemeenten hun sporen her en der in de culturele sectoren hebben na gelaten. “De danssector, die in Brabant prominent is, is zwaar getroffen. De bezuinigingen zijn ook fnuikend voor het cultureel talent. Het is voor hen moeilijker geworden om zich te ontwikkelen, er dreigt een verloren generatie. Gelukkig zien de bestuurders dat nu in.”

Pierre Rutgers. Foto Piet den Blanken

Pierre Rutgers. Foto Piet den Blanken

Te verduren
Dat de culturele sector het zwaar te verduren heeft merkt men bij het Bernhard Cultuurfonds. “Naar schatting twintig procent van de aanvragen voor subsidie komt daar tegenwoordig uit voort. Omdat er minder subsidieloketten zijn. En zelfs als wij de aanvragen honoreren komen projecten soms niet van de grond, omdat de aanvrager er niet in slaagt andere financiële bronnen aan te boren”, aldus Rutgers. Nee, het bedrijfsleven is niet en masse, zoals de politiek veronderstelde, als sponsor in het gat gesprongen dat door de bezuinigingen ontstaan is.

In veel steden en dorpen kwamen lokale centra voor amateurkunst en bibliotheken in nood doordat gemeenten schrapten in de subsidies. De huidige coalitie van Noord-Brabant heeft het tot een speerpunt gemaakt deze trend te keren. En dat lukt volgens Rutgers goed. “Eindhoven bijvoorbeeld halveerde de subsidie voor het Centrum van de Kunsten Eindhoven (CKE). Door als provincie mee te denken zijn er creatieve oplossingen gevonden, en is uiteindelijk de oorspronkelijke subsidie vrijwel in stand gebleven.”

Veerkracht
Hoe pijnlijk de ingrepen van de overheid ook waren en hoeveel begrip hij ook heeft voor de felle protesten die er waren, Rutgers wil de gevolgen ook wat nuanceren. “Op het gebied van de beeldende kunst was er bijvoorbeeld enige overproductie. We hebben in de provincie nogal wat kunstvakopleidingen. Elk jaar stromen er nieuwe professionals de cultuur in. Maar je ziet ook dat er flink wat veerkracht is. Er worden hele nieuwe wegen bewandeld en oplossingen verzonnen. Onder dwang, maar toch.”

Wat de kunstsector ook tot een makkelijke prooi maakt bij overheidsbezuinigingen, is dat vooral de elite profiteert van culturele voorzieningen. Volgens Pierre Rutgers gaat dat echter maar ten dele op. “Het is algemeen bekend dat de theaters vooral door bovenmodalen worden bezocht. Maar dat wil niet zeggen dat andere groepen in de samenleving verstoken blijven van cultuur. Nee, we zijn juist hard bezig om dat om te buigen. Kijk maar eens wat voor bloeiende amateurcultuur we in Noord-Brabant hebben. En verder zijn we bezig om met buurtcultuur de cultuur naar de krachtwijken te brengen.”

Bij zijn afscheid kreeg Pierre Rutgers speciale kaarten met zijn 'logo'. Foto Piet den Blanken

Bij zijn afscheid kreeg Pierre Rutgers speciale kaarten met zijn ‘logo’. Foto Piet den Blanken

Stokpaardje
Het stimuleren van de buurtcultuur is een van de stokpaardjes van Rutgers. Samen met Geert Lenders, collega bij de provincie, heeft hij zich daar vanaf 2010 sterk voor gemaakt. Dat resulteerde in het eerste provinciale buurtcultuurfonds van Nederland. Met steun van onder meer woningcorporaties. In tal van buurten en wijken lopen projecten waarbij professionele en amateurkunst samen met de bewoners aan de slag gaan. “Het is echt van onderop. De buurt krijgt geen kant-en-klare producten voorgeschoteld, maar kan zelf met ideeën komen. De creativiteit is enorm, het brengt ook mensen bij elkaar. Deze beweging staat als een huis.”

Paradoxaal is dat het idee van de buurtcultuur voortkomt uit de – mislukte – nominatie van Noord-Brabant als Culturele Hoofdstad van Europa. In de ogen van critici had dat vooral een feestje voor de elite moeten worden, maar Rutgers bestrijdt dat. “Toen was er al het besef: we gaan die nominatie niet halen als we ons alleen op topcultuur richten. Het is net als in de sport, topcultuur kan alleen ontstaan als er een brede basis is. En die hebben we in Brabant, alleen hebben we dat onvoldoende over het voetlicht gebracht bij de beoordelingscommissie.”

Rutgers prijst zich gelukkig dat het echec van de nominatie vrijwel niet geleid heeft tot het schrappen van de beschikbare budgetten. Daarmee is onder meer het Brabant C Fonds opgezet, waaruit onderscheidende culturele activiteiten worden gefinancierd. Als het gaat om hart voor cultuur is Noord-Brabant binnen Nederland min of meer een uitzondering. “Cultuur is wel degelijk een taak van de provincie, ook al zijn er provincies die er helemaal niets aan doen. Wat van bovenlokale betekenis is, ondersteunen we en we proberen dit op een hoger plan te trekken en te coördineren. Dat is een hele bewuste keuze van de provincie.”

Had dat wellicht met de directeur te maken, de Randstedeling Martijn Sanders? Waarom worden voor dit grote projecten mensen van buiten de provincie aangetrokken, zoals Ad ’s Gravesande voor het Jeroen Boschjaar? Rutgers: “Mijn persoonlijke mening is, ik zou voor Brabantse organisatoren gaan. Er lopen er genoeg rond die dat kunnen. Neem bijvoorbeeld Frank van den Eijnden die het Van Goghjaar heeft getrokken. Het voordeel is dat deze mensen hier geworteld zijn en de situatie goed kennen.”

bc201603-emanuel_naaijkens-pierre_rutgers-foto_piet_den_blanken_N002405

Pierre Rutgers in zijn tuin in het oude Gelderse stadje Buren, zijn huidige woonplaats. Foto Piet den Blanken

Vrijetijdseconomie
In de cultuurbeleidsnota’s van de overheid wordt er de laatste jaren op gestuurd dat cultuurmakers samenwerken met bedrijfsleven, of meer preciezer, dat kunst en cultuur in dienst moeten staan van de vrijetijdseconomie. Critici spreken in dit verband wel van ‘economisering’ van de cultuur. Volgens Rutgers is dat beeld overtrokken. “Ik zou zeggen dat cultuur ‘ook’ in dienst staat van de vrijteijdseconomie. Maar dat neemt niet weg dat grote delen van de culturele sector hun eigen ding aan het doen zijn. Zonder hiermee lastig gevallen te worden. Afgezien van de Jheronimus Boschexpositie, dat was gewoon een culturele topmanifestatie met – ook – een fenomenaal economisch effect. Ik zie het als een win-winsituatie, want het dwingt de verantwoordelijken om de subsidies op peil te houden.”

Van het begrip ‘ondernemerschap’ gaan bij een deel van de cultuurbeoefenaars de nekharen overeind staan. “Daar heb ik al heel wat prachtige discussies over gevoerd”, zegt Rutgers. “Maar ik zie het ook als een manier tot vernieuwing, dat werkt verfrissend. Maar het is goed als mensen de vinger aan de pols houden. Dat een belangrijke kernwaarde van cultuur de autonomie van de kunstenaar is.”

Samenwerking
Pierre Rutgers gelooft heilig in het belang van nauwe, zinvolle samenwerking tussen individuen en organisaties. Hij noemt dat ‘samen bouwen aan een toren’ waardoor er iets moois ontstaat. Hier komt de pedagoog naar boven die Rutgers ook is – in 1981 haalde hij zijn MO-A pedagogiek. In het oude Gelderse stadje Buren, zijn huidige woonplaats, is hij onder meer betrokken bij een groot driejaarlijks theaterproject. “Dat heeft een geweldige uitstraling op de samenleving. Het zorgt voor samenhang en verbinding. Mensen leren elkaar op die manier kennen.”

Het Prins Bernhard Cultuurfonds reikt jaarlijks een Brabant Bokaal uit aan drie Brabanders die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor cultuur of natuur in Brabant. Deze met de Brabant Bokaal onderscheiden Brabanders hebben zich verenigd in de Stichting Brabantse Hoeders. Vanwege zijn verdiensten, in het bijzonder voor cultuur in de breedte, is Pierre Rutgers bij zijn afscheid benoemd tot erelid van de Brabantse hoeders.

Lees verder
Pierre Rutgers: ‘Ik heb me altijd sterk gemaakt voor Brabant Cultureel’

 

© Brabant Cultureel – juni 2016

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.