Het ideale geschiedenisleesboek

Geschiedenis is een wetenschap, maar vertellen is een gave. Cas van Houtert beschikt over dit talent. En dat maakt zijn geschiedenisboek ‘Middeleeuwers tussen hoop en vrees’ tot een boek waarop menig professioneel historicus jaloers kan zijn.

door Camiel Hamans

Van Houtert is geen wetenschapper. Hij was journalist, meer dan veertig jaar lang. Hij won in 1974 de Prijs voor de Dagbladjournalistiek, was jaren lang hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad, maar is altijd gegrepen geweest door geschiedenis. Een paar jaar na zijn afscheid van de krant, maakt hij onder historici naam met zijn Uit doorgaans betrouwbare bron. De geschiedenis van het Eindhovens Dagblad (2003), een omvangrijke studie naar het ontstaan en de veelbewogen ontwikkeling van zijn eigen krant, waarbij hij zwarte oorlogsjaren geenszins uit de weg ging.

Maar Van Houterts grote liefde zijn de middeleeuwen. Daarover publiceerde hij in 2008 en 2009 al twee historische romans in de traditie van Umberto Eco en de Nederlandse schrijfster Hélène Nolthenius. Die romans gaan over een zwervende geleerde Loran die ongewild in moeilijkheden raakt, maar zich daar met vernuft , mystieke ervaringen en vrienden uit weet te redden. In deze romans De tanden van de tijd en Over Liefde en Dood, die helaas slechts bij de print-on-demand uitgever Free Musketeers zijn verschenen, toont Van Houtert hoe goed hij in de cultuur van de middeleeuwen ingelezen is.

boekomslagenIn zijn nieuwste boek, geen roman deze keer, maar capita selecta uit de politieke, religieuze en wetenschapsgeschiedenis van de middeleeuwen, laat Van Houtert zien waartoe scrupuleuze lezing van de belangrijkste bronnen gecombineerd met een groot verteltalent leidt: een boek zoals elke leerling zich zijn ideale geschiedenisleraar wenst.

Angst
Van Houterts omvangrijke boek behandelt acht perioden uit de ‘duistere’ jaren tussen 800 en 1250 en laat zien hoe een nadere studie van de gebeurtenissen uit deze jaren niet alleen ons begrip voor deze tijd vergroot, maar veel meer nog laat zien hoe mensen uit die tijd in wezen niet verschilden van die van nu. Zij het dat waar zij geloof en daarmee samenhangende angst combineerden, wij eerder onbegrip, teleurstelling en angst paren. Middeleeuwers vreesden rampen, oorlog, besmettelijke ziektes, de Wrake Gods en baden voor vrede, smeekten de Heer om vergiffenis en hoopten op de gelukzalige Wederkeer van Christus. De parallel lijkt duidelijk: vrede en angst blijft de mensheid vergezellen.

Van Houtert verdeelt zijn boek in acht tekenende episodes: het rijk van Karel de Grote, hoe de Noormannen van rovers tot vorsten werden, de verwachtingen en angsten rond het jaar duizend, de eeuwige twist tussen pausen en keizers om de macht, resulterend in de tocht naar Canossa van de Duitse keizer Hendrik IV, de eerste kruistocht, de hervorming van Cluny, de nederlaag van Abélard en ten slotte de bouw van de magistrale gotische kathedralen.

Bezield
Ongetwijfeld zou ook een andere keuze mogelijk geweest zijn, maar door deze onderwerpen breed te behandelen , weet Cas van Houtert tijdsbeelden te schetsen. Daardoor komen niet alleen alle essentiële feiten, namen en data aan bod, maar vooral ook de context. Van Houtert biedt een visie, hij laat zijn lezers ervaren wat en hoe de middeleeuwers dachten, hoe ze leefden, waarvoor ze bang waren, waarop ze hoopten en waartoe dit geleid heeft. Voor Van Houtert is geschiedenis geen verzameling feiten, maar een bezield verband. Dat probeert hij met zijn vertellingen in beeld te brengen.

Specialisten zullen vast kritiek hebben op Van Houterts werkwijze, het feit dat hij geen zelfstandig onderzoek heeft gedaan, maar afgaat op wat hij in de secundaire literatuur tegenkomt, en op zijn keuze van de bronnen, maar dat laat onverlet dat Van Houtert bereid en in staat is een overzicht te bieden, waar de modale specialist zich beperkt tot detailstudies en tot conclusies geldig voor de vierkante centimeter van zijn werkterrein.

Abelard en Heloise.  schilderij Edmund Leighton (1882).

‘Abelard en Heloise’. schilderij Edmund Leighton (1882).

Het zou wellicht nuttig geweest zijn als Van Houtert zich bij de behandeling van Abélard bijvoorbeeld niet alleen beperkt had tot de, overigens meeslepend beschreven tragische verhouding met Héloïse, de beruchte castratie en het eeuwige gevecht met Bernard van Clervaux, maar ook iets meer aandacht had gegeven aan Abélards belangwekkende commentaren op Aristoteles’ De interpretatione en Analytica Priora , zoals hij die kende in de Latijnse vertalingen van Boëthius en die in onze tijd door het baanbrekende werk van de filosoof Bertus de Rijk eindelijk weer toegankelijk geworden zijn. Daardoor zou het beeld van Abélard meer geworden zijn dan dat van een theoloog en vermeend ketter annex verliefde ziel en zou Abélard ook de hem toekomende plaats als groot logicus gegund zijn. Maar zo zal elke lezer die iets meer gelezen heeft detailkritiek hebben en heeft iedereen wel wat te zeuren.

Gids
Cas van Houtert pretendeert met zijn boek geen nieuwe feiten aan te dragen, geen volstrekt nieuwe visie op de geschiedenis van de middeleeuwen te bieden en nog minder in debat te gaan met beroepshistorici. Wat hij wil en wat hij bereikt: is een verhaal vertellen over een periode die ver achter ons ligt en waar wij, specialisten daargelaten, te weinig van weten. Van Houtert is de ideale gids op weg naar het verleden: hij kent de meeste relevante bronnen, ziet samenhangen en kan vertellen. Dat maakt Middeleeuwers tussen hoop en vrees tot een geslaagd geschiedenisleesboek. Tot het winteravondboek bij uitstek.

Cas van Houtert, Middeleeuwers tussen hoop en vrees.
Utrecht: Uitgeverij IJzer 2015, 603 pp., ISBN 978-90-8684-1202, pb. € 29,95.

www.uitgeverij-ijzer.nl

© Brabant Cultureel – december 2015