Afdalen van een berg in Wales

Een Bredanaar die een novelle publiceert in het Wels. Erg waarschijnlijk klinkt dat niet, maar in 1947 gebeurde het. De auteur was Louis Soeterboek en hij werd er niet beroemd mee. Toch bleef hij schrijven, zij het niet meer in het Wels. Bekend werd hij vooral als marketinggenie.

door Lauran Toorians

Het Wels, de Keltische taal van Wales, is een taal met een rijke en bijzonder lange literaire traditie die buiten Wales en een handjevol kenners weinig bekendheid geniet. Nog minder bekend is dat een Nederlander een heel bescheiden bijdrage aan de Welse literatuur leverde. In 1947 verscheen de novelle Benedict Gymro (Benedict de Welsman) in het Wels, met als auteur op de titelpagina Louis Olav Leroi. Dat was het pseudoniem waaronder Louis Soeterboek in die periode gedichten en korte verhalen publiceerde in het Nederlands en het Engels. Het boekje werd welwillend ontvangen, maar raakte vervolgens ook in Wales in de vergetelheid.

De novelle Benedict Gymro uit 1947.

De novelle Benedict Gymro uit 1947.

Katholiek
Soeterboek werd in 1916 in Breda geboren, woonde vanaf 1963 in Son en overleed in 1996 in Eindhoven. Hij moet een opvallende, zij het wat teruggetrokken persoonlijkheid zijn geweest met een talent voor talen. Behalve dat hij literair actief was, speelde hij een rol in de Nederlandse journalistiek en was hij in de jaren 1950 tot ’80 spraakmakend op het gebied van marketing en public relations.

Zijn middelbare schoolopleiding kreeg Soeterboek op het kleinseminarie het Damiaancollege in Sint-Oedenrode, waarna hij werk vond bij de Katholieke Wereldpers (KWP) in Breda. Dat was een katholiek persbureau dat in 1927 was opgericht door Hein Hoeben (1899-1942) en dat tal van katholieke kranten en weekbladen in binnen- en buitenland van nieuws voorzag. Hoeben, die als student in München de opkomst van het Nationaal Socialisme van dichtbij meemaakte, was als goed katholiek niet alleen fel anticommunist, maar ook uitgesproken antinationaalsocialistisch. Onder de medewerkers en contacten van zijn persbureau bevonden zich onder meer Friedrich Muckermann, Titus Brandsma, Henri Poels en de kardinalen Von Galen, Faulhaber en Pacelli (de latere paus Pius XII) en de Nationaalsocialisten beschouwde de KWP dan ook als ‘staatsvijand nummer één’.

Hoebens echtgenote wilde niet vluchten, maar daags na de Duitse inval, op 11 mei 1940, vertrok het echtpaar, samen met Louis Soeterboek en diens vrouw toch via België naar Frankrijk. Het was een chaotische vlucht met veel omwegen die uiteindelijk leidde naar Parijs. Van daaruit verbleef het viertal eerst ruim twee weken in Dixmont en daarna nog enige tijd in Nevers. Op 11 juni raakten de twee paren elkaar kwijt en de Soeterboeks slaagden erin Engeland te bereiken. Om onduidelijke redenen keerden de Hoebens terug naar Breda waar Hein Hoeben op 1 augustus 1940 door de Duitse politie werd opgepakt. Na een lange en slopende gevangenschap, uiteindelijk in Berlijn, overleed hij op 28 februari 1942 in een Berlijns ziekenhuis.

Zicht op de baai en boulevard van Llandudno, Noord-Wales. Foto Wikimedia Commons

Zicht op de baai en boulevard van Llandudno, Noord-Wales. foto Wikimedia Commons

Wales
Louis Soeterboek meldde zich in Engeland bij het Nederlandse leger en vervulde tot 1946 een functie bij de inlichtingendienst. Dat liet hem blijkbaar tijd om te studeren. Naast de middelbare schooltalen die hij al goed onder de knie had, leerde hij nu Hongaars en Russisch, en wat later dus ook Wels. Tijdens en na de oorlog was Soeterboek een aantal jaren correspondent van De Nieuwe Eeuw (met Gerard Knuvelder als hoofdredacteur) en De Stem. Daarna maakte hij naam voor zichzelf als specialist op het gebied van marketing en reclame.

Hoe hij precies in Wales verzeild raakte, is niet duidelijk, maar in elk geval tegen het eind van de oorlog bevond hij zich in het noordwesten van Wales. Hij leerde daar de tien jaar jongere uit Londen geëvacueerde Raymond Garlick (1926-2011) kennen. Garlick maakte zijn middelbare school af in Llandudo aan de Welse noordkust, had korte tijd een baantje en deed vervolgens een mislukte poging om toegelaten te worden tot een anglicaanse priesteropleiding. Uiteindelijk ging hij in 1944 Engelse literatuur studeren aan de Universiteit van Bangor in Noord-Wales, wat hij combineerde met colleges in de geschiedenis en de literatuur van Wales. Het is in deze setting dat hij Soeterboek zal hebben ontmoet, want ook die volgde gedurende zeven maanden colleges Wels en Welse literatuur in Bangor. De twee raakten bevriend, waarbij ook de religieuze instelling die zij deelden een rol zal hebben gespeeld. Garlick liet zich in 1948 katholiek dopen. In een land als Wales, waar katholieken een zeldzame soort zijn, zal dit de vriendschap zeker hebben versterkt.

Louis Soeterboek. Fotograaf onbekend

Louis Soeterboek. Fotograaf onbekend

Raymond Garlick
Soeterboek publiceerde in die tijd al poëzie onder zijn pseudoniem Louis Olav Leroi en schreef dus in deze periode ook zijn Welstalige novelle. Ook in dit opzicht was de vriendschap belangrijk voor Garlick, want het lijkt Soeterboek te zijn geweest die de dichter in Garlick deed ontwaken. Samen publiceerden zij in 1947 een bundel Poems. Raymond Garlick ontwikkelde zich tot een toonaangevend Anglo-Wels dichter die zich zijn leven lang actief bleef inzetten voor de Welse taal.

Garlick bouwde ook een band op met Nederland, want van 1961 tot 1967 was hij met veel plezier docent aan de Internationale School Eerde in Ommen (Overijssel). Daarna keerde hij terug naar Wales. Zijn geloof raakte hij later weer kwijt en hij liet zich weer uitschrijven als katholiek. In 1982 scheidde hij van zijn (Welse) echtgenote met wie hij in 1948 (katholiek) was getrouwd. Zij, Elin Garlick, was toen al enkele jaren eerder in Nederland gaan samenwonen met een vrouw en zette zich aan het vertalen van Nederlandse literatuur in het Wels. Zo verschenen van haar hand vertalingen van bijvoorbeeld Oeroeg en De verborgen bron van Hella Haasse, Het bittere kruid van Marga Minco en De kleine kapitein van Paul Biegel.

Het hoofdgebouw van de Universiteit van Bangor, Noord-Wales. Foto Wikimedia Commons

Het hoofdgebouw van de Universiteit van Bangor, Noord-Wales. foto Wikimedia Commons

Messias
Als student woonde Garlick enige tijd in het afgelegen huis Ty’r Mynydd aan de voet van de bergen van Snowdonia. Hij huurde dat van de bevriende schilder en schrijfster Brenda Chamberlain en genoot van de relatieve eenzaamheid en het ruige terrein. Het is goed denkbaar dat hij hiermee Soeterboek inspireerde, want de hoofdpersoon Benedict in diens novelle is een jongeman die als een soort Messias afdaalt van de berg en vanuit zijn eenzaamheid de blijde boodschap van het christelijke geloof komt verkondigen in het Welse dorp onder aan diezelfde berg.

De novelle is daarmee behalve een liefdesverklaring aan Noord-Wales ook een geloofsbelijdenis, wat meteen zal verklaren waarom het boek niet meer wordt gelezen. De Welse recensies die ik vond en die kort na verschijnen van het boek zijn geschreven, zien dit euvel ook. De recensenten zijn lovend over hoe goed Soeterboek Wels had geleerd, maar zijn met couleur locale navertelde Nieuwe Testament vonden zij op zijn best ‘vreemd’, maar ook ‘teleurstellend’. Zij zouden graag meer (in het Wels) van hem lezen, maar dan wel minder zweverig en hoogdravend.

Mogelijk heeft Soeterboek zich deze kritiek aangetrokken, want tot een nieuwe novelle of een roman is het nooit meer gekomen en hij publiceerde nooit meer in het Wels. Wel verschenen korte verhalen en gedichten in het Nederlands, Engels en Hongaars. Dat hij met Benedict Gymro een ‘haast onnavolgbare prestatie leverde’, zoals op een website valt te lezen, is dan ook lichtelijk overdreven. Soeterboek leerde goed Wels, maar dat is zeer navolgbaar.

Gedenksteen voor de Polen in Penrhos, Noord-Wales. Foto Wikimedia Commons

Gedenksteen voor de Polen in Penrhos, Noord-Wales. foto Wikimedia Commons

Humor
In 1946 nog steeds in Wales onderhield Soeterboek ook contact met de katholieke schrijvers in Noord-Brabant. Hij zond het verhaal ‘Het Poolse dorp’ in voor een prijsvraag die in Helmond was uitgeschreven. Onderwerp is het dorp Penrhos in het uiterste noordwesten van Wales waar de RAF een vliegveld aanlegde dat grotendeels werd bemand door Polen (die er voor een deel nog steeds wonen). Het verhaal verscheen vervolgens in de bundel Het Huis met de Elf kamers. Bekroonde verhalen uitDe Nieuwe Eeuw’-prijsvraag (Helmond [1946]) met verder bijdragen van J. Groen, Willem Hoffman, J. Seveke, H. van der Grinten, Jan van Baars, Ad. J. Odijk, Gabriël Gorris, Anton Eijkens, J. Naaijkens en Victor de Jonge. De Engelse en Nederlandse gedichten die hij in ballingschap schreef, bundelde hij in Tussen twee landen. Gedichten in twee talen / Between two countries. Poems in two languages (‘s-Gravenhage 1953).

In zijn latere literaire werk liet Soeterboek zich kennen als iemand die met humor kon reflecteren op zijn werkzaamheden als reclameman en die zijn vlotte pen ook inzette voor allerlei goede doelen. Zo maakte hij samen met Ted Schaap Een luchtige handleiding om langer te leven, een vrolijk boekje dat in 1962 werd uitgegeven door de Stichting Volksgezondheidszorg in Nijmegen. In 1967 verscheen De kroniek van Peer Verlinden (Helmond), een kolderieke biografie van een reclameman in 172 sonnetten. Het light verse bleek hem uiteindelijk het best te passen en hij publiceerde dierengedichten in de bundels Dierenriem onder het hart (1967 of 1976; beide jaartallen staan in de bundel) en De Katten van het Harde Ven (1989). Een aantal van zijn korte verhalen bundelde hij in 1987 in Euthanasie van een papegaai en andere verhalen (Son, eigen beheer).

Marketing
In de literatuur maakte Soeterboek ondanks deze ijverige volharding nooit naam. Zelf meende dat dit lag ‘aan de omstandigheid dat hij katholiek was, provinciaal en heteroseksueel’. Succes had hij wel als ‘marketinggoeroe’. Hij gaf les aan het Instituut voor Sociale Wetenschappen, doceerde aan de Karl Marx-universiteit in Boedapest en publiceerde toonaangevende handboeken als Reclame in trefwoorden (Deventer 1969), Profiel van een reclameman (Leiden 1971) en het Handboek voor industriële marketing en publiciteit (Deventer 1973) en met J.W. Vanderhoek, Encyclopedie voor reclame en marketing (Deventer 1981-1988).

Vraagbaak voor de vrouw, een huishoudencyclopedie in twaalf delen uit 1960.

Vraagbaak voor de vrouw, een huishoudencyclopedie in twaalf delen uit 1960.

Het brede publiek bereikte hij met kinderboekjes die hij schreef voor de Biotex-fabrieken en de Boerenleenbank en met de Vraagbaak voor de vrouw, een huishoudencyclopedie in twaalf delen die hij in 1960 maakte voor Lever’s Zeep-Maatschappij. Op late leeftijd werd hij zo goed als blind en hielden de herinneringen aan de oorlog en de nasleep daarvan hem erg bezig. Het tragische lot van Hein Hoeben heeft hem nooit losgelaten.

 

Louis Olav Leroi, Benedict Gymro. Llandybie: Llyfrau’r Dryw, 79 pp.
De uitgave is niet gedateerd, maar onder het voorwoord staat (in vertaling):
‘Breda (Nederland), voorjaar 1947’.
Een korte biografische schets door A.C. Maas is te vinden op

www.bureaupubliciteit.nl

© Brabant Cultureel – december 2015