Atelierbezoek Paul Legeland

Paul Legeland schildert indringende portretten in groot formaat. Enkele van deze manshoge koppen hangen aan de muren van zijn atelier. Dat maakt indruk. Wie rondkijkt ziet dat Legeland een veelzijdig kunstenaar is. Hij tekent, boetseert, maakt etsen en keramiek. In het volle atelier is ook plaats voor een drukpers en een draaischijf.  

door Irma van Bommel (tekst) en Piet den Blanken (foto’s)

Het atelier van Paul Legeland (1964) bevindt zich midden in Eindhoven, in het complex Ateliers Patagonia waar meerdere kunstenaars aan het werk zijn. Legeland volgde zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg. 

Kunstenaar Paul Legeland in zijn atelier in Eindhoven.

Na zijn academietijd schilderde hij vooral stillevens met een surrealistisch tintje: gebruiksvoorwerpen als tassen, manden en bh’s. ‘In zekere zin zijn het allemaal verpakkingen, waar iets in kan, iets wat vaak belangrijker is dan het object zelf. Door ze geïsoleerd op het witte doek te plaatsen, werpt de vraag zich op of de objecten zelf voldoende inhoud bezitten om onderwerp van een schilderij te worden. Krijgt een voorwerp meer betekenis zodra het is geschilderd?‘ Filosoferend voegt hij eraan toe: ‘In hoeverre geeft de schilderkunst het voorwerp inhoud, en is op haar beurt de schilderkunst een verpakking?’

Op zijn website is nog een aantal stillevens te zien. Ook te zien op zijn website: ‘Djel’, cartoons in de serie ‘Het Dakkapelleven’ en de serie ‘Gelul’. De cartoons tonen aan dat hij niet alleen in beeld maar ook in tekst heel vindingrijk is. Met zijn portretten is Legeland een serieuze richting ingeslagen, althans een richting waarin humor en vervreemding  minder zichtbaar zijn.

Surrealistisch

Toch heeft hij het surrealische en absurdistische niet helemaal los gelaten. Hij gebruikt voor zijn schilderingen verschillende dragers, bijvoorbeeld keramiek, om te kijken wat het effect daarvan is. Een geschilderd oor op een mok kan associaties oproepen met het cliché van Van Goghs offer. Een schildering van een afvoerputje op een bord of onderin een mok heeft een grappiger effect dan hetzelfde onderwerp geschilderd op doek. Maar een geschilderd portret op een bord kan weer net zo serieus overkomen als een portret op doek. En het kan een symbolische betekenis hebben. Het motief van een hoofd op een bord kent immers een lange traditie in de kunstgeschiedenis. Maar daarover later meer. 

‘De aangebrachte schildering is nooit zomaar een versiering. De schildering heeft wezenlijke gevolgen voor de aard van het voorwerp. Zo wordt de ene keer de praktische  bruikbaarheid van de voorwerpen te niet gedaan en de andere keer intact gelaten door de schildering. Nutteloze voorwerpen, zoals deksels zonder bijbehorende pot, krijgen door de schildering opeens bestaansrecht doordat ze een ‘geheim’ verhullen. Alsof hun wensen door de schildering vervuld worden.’ Overigens draait hij de borden en mokken zelf. Vaak zijn de objecten geglazuurd zodat ze in principe bruikbaar zijn.

Stilleven

Af en toe schildert hij nog weleens een stilleven op doek, zoals een krukje of een rood werkpakje. Het rode werkpakje (uit de serie ‘Reddy or Not’) was van een van zijn dochters, uit de tijd dat ze in het atelier kwam spelen en knutselen. Maar dat is voorbij. Kinderen worden groot en krijgen andere tijdsbestedingen en interesses. Dit schilderij is dan ook een afsluiting van een periode waar Legeland met weemoed aan terugdenkt. Het is niet toevallig dat het werkpakje is gedrapeerd in dezelfde houding als een lammetje, geschilderd door Zurbarán. Legeland zag het werk van deze Spaanse barokschilder onlangs op een tentoonstelling in Brussel. Dit soort subtiele verwijzingen naar de grote meesters in de kunst past Legeland vaker toe. 

Handschrift

Hoewel Legeland zich uit in verschillende technieken – schilderen, boetseren, etsen  –  is er sprake van een duidelijk handschrift. Dat komt omdat de verschijningsvormen van de diverse media in elkaar overlopen. In de huid van zijn geboetseerde werken zijn de sporen van zijn hand goed zichtbaar. Schilderen is voor Legeland boetseren met verf. In zijn etsen worden tekenachtige en schilderachtige effecten gecombineerd. Het schilderachtige effect wordt veroorzaakt door het gebruik van de aquatinttechniek. Goya was volgens Legeland een van de eerste kunstenaars die rond 1800 de techniek van de aquatint toepastte. Hij blijkt goed op de hoogte van de kunstgeschiedenis. 

Koppen

De laatste tijd houdt hij zich vooral bezig met koppen, in verschillende technieken. De manshoge geschilderde koppen zijn portretten van bestaande mannen, vrouwen en kinderen. De geboetseerde koppen zijn geen portretten. De etsen vertonen gelijkenis met bestaande personen, maar hebben ook iets universeels. Een man met lang haar staat symbool voor een Jezusfiguur. Legeland heeft vroeger veel gewerkt in Grafisch Atelier Daglicht in Eindhoven. Nu heeft hij zijn eigen drukpers. ‘Etsen is een techniek waarbij het beeld zich geleidelijk ontwikkelt. Soms gaan er wel twintig proefdrukken aan vooraf voordat het gewenste resultaat is bereikt. Het is een welhaast schilderkunstig proces.’

Vervreemdend

Voor zijn grote portretten kiest hij bekenden uit zijn naaste omgeving als onderwerp, zoals zijn eigen dochters, collega’s, maar daarnaast ook acteurs, actrices en schrijvers. Enkele  portretten vertonen gelijkenis met voor Legeland belangrijke voorbeelden als Van Gogh, Lovis Corinth en Max Beckmann. Overtuigend weet hij met olieverf vlees uit te drukken. Hij hanteert een grove verfstreek en schuwt het gebruik van de kleuren groen, rood en geel niet. Zijn werken hebben iets vervreemdends en toch ook iets herkenbaars. 

Tijdens het schilderen van een portret komt Legeland bij wijze van spreken allerlei figuren tegen die zich uiteindelijk in het portret nestelen. ‘Hoewel de portretten gemaakt zijn naar aanleiding van bestaande, nog levende, mensen en daar ook op lijken, is het ook zo dat de  portretten op andere of een groep andere mensen lijken. Alsof het een soort samenvattingen zijn van een karakter of type.’ De koppen zijn dan ook niet zozeer bedoeld als gelijkende portretten maar veeleer als karakterstudies. ‘Elk portret biedt ruimte voor de kijker om zich bewust te worden van zijn eigen situatie en zich af te vragen: wat is mijn houding, gedachte, oordeel, stemming?’

Renaissance

Hij wijst op een portret van zijn dochter. ‘Mijn kleine renaissance. Je ziet veel van jezelf terug in je kinderen.’ Ook hier weer een subtiele verwijzing naar de kunstgeschiedenis. Haar hals heeft hij opzettelijk wat verlengd, wat overdreven, zoals de Maniëristen in de zestiende eeuw ook wel deden. Ook de Maniëristen streefden geen realistische weergave na. Hij wijst op een ander portret, de kop van een vrouw. Hier gaat het niet om een goede gelijkenis, maar om het uitdrukken van tegenstrijdige emoties. ’Haar gezicht is van de ene kant sensueel, uitnodigend, van de andere kant afstandelijk door de schaduw die over haar ogen valt.’ Bij een ander portret, van een actrice, gaat het om de kwetsbaarheid, je kwetsbaar opstellen. 

Legeland kiest de mensen die hij wil portretteren zelf uit, maar wie ze zijn doet er uiteindelijk niet toe. Het gaat om de expressie, de zeggingskracht. Legeland haalt eruit wat hij kan gebruiken. Alle grote portretten maken deel uit van de serie Face It. De titel is veelzeggend. Het gaat niet om het gezicht, maar om de weerspiegeling van de ander in de kunstenaar en vice versa. Het gaat om reflectie. De portretten zeggen dan ook meer iets over de kunstenaar dan over de persoon in kwestie. ‘Het werk krijgt zijn eigen realiteit. Een portret is de visie van een kunstenaar.’ 

Huid

‘Een eigen handschrift, het meest eigene, is belangrijk voor een kunstenaar.’ Legeland heeft veel aandacht voor de oppervlaktestructuur, de ‘huid’ en dat geldt voor alle materialen waarin hij werkt. ‘Het beeld wordt gevormd, laag na laag. Het onstaat niet ineens zoals bij fotografie.’

De grote portretten van Legeland worden wel eens vergeleken met die van Lucian Freud. Maar die vergelijking gaat volgens Legeland niet op. ‘Lucian Freud werkt erg academisch, benauwend. Hij kan van een groot geheel een detail uitwerken. Zo werk ik niet. Ik bekijk het geheel. Ik werk intuïtief. Dat geeft wel een probleem als je na een paar dagen verder wilt werken. Dan is het moeilijk om er weer in te komen.’

Onthoofd

Recent werk hij aan een serie zelfportetten, bestaande uit losse koppen, meestal liggend weergegeven. De koppen lijken onthoofd. Dat is geen toeval. Daarmee verwijst hij naar de kunstgeschiedenis – naar de onthoofdingen van Holofernes, Johannes, Goliath en Medusa – waarmee hij zichzelf neerzet als slachtoffer. Toch is hij niet dood, hij kijkt de toeschouwer aan, zoals de Medusa van Caravaggio. Dat is confronterend. ‘Wat ik hiermee wil zeggen, is: Wat is mijn aandeel? Wat voeg ik toe aan de kunst? Wat laat ik achter?’ Om meteen daarop te zeggen: ‘Het enige wat telt is: Doorgaan als kunstenaar.’ De titel van deze opmerkelijke serie is Please, Don’t Leave Your Luggage Unattended. Alsof het een bom op een luchthaven betreft. Met zo’n ironische titel relativeert hij het beladen onderwerp. 

Als je het wilt maken in Nederland zou je naar Amsterdam moeten verhuizen. ‘Maar ik ben nu eenmaal gebonden aan Eindhoven.’ Drie dagen in de week geeft hij lessen beeldend en kunstgeschiedenis aan leerlingen havo en vwo van het Sint-Joriscollege in Eindhoven, een school waar ondermeer extra aandacht is voor kunst en cultuur. Bijzonder is dat Legeland zich naast zijn docentschap ook heeft ontwikkeld als een interessant beeldend kunstenaar. 

Info: Paul Legeland: www.legel.nl

© Brabant Cultureel 2014/2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.