Column: Burgemeester

door JACE van de Ven

Tijdens de Ronde van den Besterd in Tilburg sprak Wim van de Donk mij aan over mijn vorige column. Hij zei dat hij op het Provinciehuis navraag zou doen of het echt zo slecht geregeld is met de uitvoering van het kunstbeleid in Noord-Brabant als ik suggereerde. Ik denk dat hij zijn wenkbrauwen gefronst heeft toen hij las dat ik de Kunstbalie en het bkkc ‘die treurige instellingen’ noemde.

Aardig voor mij dat mijn woorden serieus genomen worden, maar had landvoogd Wim wel goed gelezen? Schreef ik ook niet: ‘… we moeten concluderen dat ik niet gelegitimeerd ben als kunstcolumnist op te treden. Trekt u zich er dus niet teveel van aan als ik het toch doe en vanuit die onbevangenheid wat ik ervaar als humbug aan de kaak probeer te stellen.’ Wat is dat nou: iets beweren en jezelf tegelijk onderuit halen? Dat doe ik, omdat het columnisme een lange traditie heeft van betweters die als ouwe knorrepotten voor zich uit pruttelen en op die manier proberen gevat te zijn. Oké, je leest in de Brabantse dagbladen en in de Linda tegenwoordig kennelijk ook zoetaardige stukjes die column heten en die nergens over gaan, maar dat weet ik niet zeker. Ik heb er nog nooit eentje kunnen uitlezen. Maar dat terzijde.

Wat ik wil zeggen is, dat ik mij als columnist min of meer beweeg als een politicus: ik doe gewichtig over zaken waar ik weinig vanaf weet en beweer aan de ene kant iets wat ik aan de andere kant weer in het midden laat. In mijn geval komt daar nog bij dat ik net als een politicus jaren vóór mijn pensioengerechtigde leeftijd met wachtgeld ben gestuurd en dat ik links en rechts word geëerd om dingen die anderen gedaan hebben, maar die ik heb verwoord. Het enige verschil tussen een politicus en mij is, dat ik korzelig murmel terwijl een politicus filantropisch grijnst alsof hij u een grote prijs van de Postcodeloterij komt afleveren.

Ach politici, vroeger heetten ze regelaars of de juiste mannen op de juiste plaats, tegenwoordig zijn het mensenmensen of verbinders, en over nieuwe kulwoorden denken mannetjesmakers alweer na.

In Tilburg zullen de mooie kwalificaties ons de komende maanden om de oren vliegen, want er moet een nieuwe burgemeester komen. Noordanus, die een op zijn zachtst gezegd ongelukkig verleden in de bouw- en huisvestingswereld met zich meedroeg en dat tijdens zijn burgemeesterschap in Tilburg eerder bevestigde dan ongedaan maakte, wordt door sommigen geëerd omdat hij de misdaad buiten de bouwwereld goed bestreden zou hebben. Prima, ik gun de man alle succes. Maar Tilburg moet nu wel iemand van een ander kaliber. Noordanus was geen mensenmens of verbinder – u ziet, kulwoorden schudt een columnist even gratuit uit de mouw als een politicus – want daarvoor is hij van nature te afstandelijk.

Het is in Tilburg tijd voor een vrouw of een man met een andere etnische achtergrond dan de oorspronkelijk Nederlandse, eentje die van heel ver weg komt en liefst van niks weet. Of ik suggesties heb? Philomena Bijlhout misschien, zij was onze kortst zittende staatssecretaris ooit, maar zit waarschijnlijk nog wel op wachtgeld. Twee vliegen in één klap. Of Joan Franka, die in 2012 met een indianentooi op haar scalp aan het songfestival meedeed. Zij kan de zo gewilde kleurrijke inbreng van minderheden integreren. En als men dan toch weer voor een man gaat, is het burgemeesterschap van Tilburg misschien iets voor Ton Rombouts. Een bijbaantje meer of minder maakt hem niet uit en, ambitieus als ie is, zal hij zijn carrière graag beëindigen in een grotere stad dan die waar hij nu de filantroop speelt.

Enne…, eh, waarom zou ik zelf niet solliciteren? Zoals gezegd zijn columnisten net politici. Daar komt bij dat ik een groot netwerk heb. In de Tilburgse horeca kent iedereen mij. Ik ga niet langer korzelig murmelen, maar filantropisch grijnzen, ga leren declareren, wietkotten sluiten en voetbalwedstrijden verbieden. Ik heb een vriend in Den Haag, een oud-klasgenoot in Brussel en ben bereid regelmatig enkele weekjes in Tilburgs zusterstad Minamiashigara sushi te gaan eten bij het werklunchen. En werkgelegenheid? Aan mij heeft iedereen de handen vol, maak je geen zorgen. Maar hét argument om voor mij te kiezen is dat ik over twee jaar zeventig word: anders dan anderen heb ik maar even de tijd om brokken te maken.

En nu maar hopen dat Wim van de Donk in het Provinciehuis mijn woorden opnieuw serieus neemt. Trakteer ik hem en Ton Rombouts binnenkort in het grotestedenoverleg.

Op de foto boven burgemeester Peter Noordanus van Tilburg met links columnist Jace van de Ven. Foto Joep Eijkens

© Brabant Cultureel 2017

 

 

Getagt als