Marja Vink verheft borduurwerk tot kunst

Marja Vink gebruikt foto’s van mensen als basis voor haar borduurwerk. Dat dit kan leiden tot expressieve kunst tonen de beelden in haar atelier. Tot voor kort was borduurwerk geen serieus medium in de beeldende kunst. Daar kwam pas verandering in toen het Textielmuseum in Tilburg zo’n vijftien jaar geleden een expositie wijdde aan hedendaagse borduurkunst. ‘En toen mocht het!’

door Irma van Bommel

Marja Vink in haar atelier. Foto Piet den Blanken

Marja Vink, in 1956 geboren in IJsselstein, groeide grotendeels op in Eindhoven, de stad waar ze nog steeds woont. Na een opleiding aan de Sociale Academie in Eindhoven, volgde ze de deeltijdopleiding aan de kunstacademie in Tilburg, maar maakte deze niet af. Ze stapte over op de Docentenopleiding Beeldende Vorming, eveneens in Tilburg, met als specialisatie textiel. Sindsdien is ze autonoom kunstenaar en geeft ze workshops

In haar atelier is naast textiel ook veel werk van handgeschept papier. “Mijn vroege werk”, verklaart Vink. Als afstudeeropdracht maakte ze een serie grote schalen die symbool stonden voor haar comfort zone, cirkels die op symbolische wijze een gebied markeerden waar mensen niet binnen mochten treden. ‘Eigen plek’ heette het werk. Via zelfportretten met een schaal kwam ze tot het borduren van zelfportretten. Daarbij stapte ze dus over op het materiaal textiel. Na een reis door India koos ze sociale thema’s voor haar werk.

De uitgebeelde uitingen van geweld vormen een contrast met de kwetsbaarheid van het materiaal. Foto Piet den Blanken

Gebaren
In de expositie ‘Stik maar!’, die in 2010 te zien was in Museum Kempenland in Eindhoven en die de textieltraditie van die stad als onderwerp had, waren haar sociale thema’s te zien. Haar werk bestond uit lijntekeningen van mensen met expressieve gebaren, geborduurd op doorschijnend organza. Mensen die hun vuist ballen tijdens een demonstratie en mensen die dreigende gebaren maken met een geweer. Door verschillende werken achter elkaar te hangen ontstaat er niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk een gelaagdheid. De expressie zit hem niet alleen in handgebaren, maar ook in lichaamshouding en gezichtsexpressie. Bijzonder is dat Vink dat allemaal weet te vangen in borduurwerk. Bewust kiest zij voor het contrast tussen de expressieve gebaren en de kwetsbare uitstraling van organza.

Marja Vink experimenteert niet alleen met verschillende materialen en presentatievormen maar ook met verschillende borduursteken. Foto Piet den Blanken

Vink haalt inspiratie uit onderwerpen die zij tijdens reizen fotografeert, maar meer nog uit nieuws dat in kranten verschijnt. Foto’s gebruikt ze als basis. Deze vereenvoudigt ze eerst via Photoshop, waarna ze de tekening vergroot en print op dun papier dat als patroon dient. Het papier bevestigt ze op organza. Borduren doet ze met een naaimachine, waarbij ze verschillende steken toepast. Door haar ervaring met het maken van kleding met de naaimachine, was de overstap naar borduren met de naaimachine niet groot, zegt ze zelf. “Maar borduurwerk was ‘not done’ in de kunstwereld. Daar kwam pas verandering in toen het Textielmuseum in Tilburg zo’n vijftien jaar geleden een expositie maakte over hedendaagse borduurkunst. En toen mocht het! Het was alsof ik toestemming nodig had.”

Achter de naaimachine. Foto Piet den Blanken

Na het borduren haalt ze het papieren patroon weg, hoewel ze bij enkele werken wat van het papier laat zitten om het maakproces te laten zien. Zoiets doet ze ook met de losse draden. Die knipt ze niet af, maar laat ze zelfs hangen. Ze doet dit om te tonen dat het textiel is, maar ook omdat de draden het dramatische effect verhogen. Recent wierp Vink zich op portretten (koppen) van individuele mensen, wat technisch moeilijker is om te borduren.

Ook in de woonkamer staan en hangen veel eigen kunstvoorwerpen. Foto Piet den Blanken

Achterkant
Het borduren gebeurt op de achterkant van het werk. Het is dus altijd een verrassing hoe het er aan de voorkant uit komt te zien. Door het werk los in de ruimte te hangen, kunnen bezoekers er omheen lopen en zien dat ook de achterkant de moeite waard is. Maar door het werk los in de ruimte te hangen, wordt ook de kwetsbaarheid van het materiaal benadrukt. Vink experimenteert niet alleen met diverse manieren van presenteren, maar ook met verschillende materialen. Zo gebruikt ze niet alleen organza als materiaal, maar ook handgeschept papier dat van katoenvezels is gemaakt en ouderwetse poetslappen (een viltachtig materiaal). Voor een expositie in Galerie Kempro in Sterksel eerder dit jaar maakte ze een boekwerk van portretten met dergelijke poetslappen als materiaal. “Ik probeer veel te experimenteren. Exposities helpen keuzes te maken. Dan besef ik wat ik precies wil laten zien en waarom.”

Marja Vink in haar atelier. Foto Piet den Blanken

Zo koos ze ervoor om bij een andere expositie niet de borduurwerken zelf te laten zien, maar afdrukken op kalkpapier. Deze maakt ze met een kopieerapparaat. Het voordeel is dat ze hiermee kunst in oplage kan maken. Toch zijn het niet zomaar kopietjes. Het zijn kunstwerken met een heel andere uitstraling dan textiel. De losse draden, die op de glasplaat van het kopieerapparaat telkens een ander patroon vormen, komen op de print van het kalkpapier veel dikker over, wat een ander effect geeft. Jammer is dat poetslappen en kalkpapier (in het pre-computer tijdperk door architecten gebruikt op de tekentafel) bijna niet meer worden geproduceerd.

Marja Vink in haar atelier. Foto Piet den Blanken

Afgereisd
De laatste twee jaar geeft ze een groep vluchtelingen – statushouders – naailes, in een leegstaand schoolgebouw in Eindhoven. Van deze vrouwen wil Vink portretten borduren, zowel in de formaten kop als ten voeten uit. Als het project klaar is, wil zij het tentoonstellen. Haar doel is om vluchtelingen nu eens positief in het nieuws te brengen. “Het zijn allemaal sterke vrouwen, die de halve wereld hebben afgereisd en hier hun kinderen opvoeden.” Allemaal moeten zij van de gemeente, omdat ze een uitkering krijgen, enkele uren per week vrijwilligerswerk doen. Voor deze vrouwen heeft dat goed uitgepakt. Ze zijn eruit, ze worden ergens verwacht, ze doen contacten op en ze leren een beetje Nederlands.

Iedere vrouw heeft een eigen verhaal. Zo vertelde een van de cursisten: “In Afrika was ik een slimme vrouw. Hier denken mensen dat ik dom ben.” Door ook de persoonlijke verhalen bij de borduurwerken te presenteren, wil Vink deze mensen een gezicht geven. Met haar oeuvre toont Marja Vink dat ze haar belangstelling voor wereldwijde maatschappelijke problemen combineert met beeldende kunst.

www.marjavink.nl

 

© Brabant Cultureel – 2017