Column: Ondanks

door JACE van de Ven

Het gebeurt nogal eens dat ik een column maak vóór en voorlees in het maandelijkse Tilburgse Cultureel Café in filmhuis/bioscoop Cinecitta. Daar passeert de laatste zondag van de maand steeds in twee uur tijd in interviews, presentaties en optredens wat er op gebied van moderne kunst en cultuur belangrijk gevonden wordt in qua inwonertal de tweede stad van Noord-Brabant.

Weet ik dan zoveel van moderne kunst, dat ik daar oordelend over kan meepraten? Dat niet, maar doen alsof verschaft enige status en streelt het ego. Daar komt bij dat ik heel goed kan suggereren dat ik er wel iets vanaf weet, daarbij geholpen door het feit ik kunstredacteur van het Brabants Dagblad ben geweest, de twee laatste decennia van de vorige eeuw en nog een paar jaar. Al besef ik, die krant voor de geest halend, dat dit misschien niet zo’n aanbeveling is als ik denk.

Maar mogelijk ben ik gerechtigd mij als kunstcolumnist uit te geven, omdat ik me uitgeef als dichter? Nee, ook niet, zegt u? En al die rappers dan met hun kromme teksten, bol van rijmdwang en hol van betekenis? O, dat is iets anders. Die zijn bekend, en als dichter zonder landelijke bekendheid word je gehouden voor een overjarige puber, rijp voor het programma Candlelight van Jan van Veen, mocht dat nog bestaan. Tja, daar sta ik dan.

Opmerkelijk trouwens, dat harde oordeel over dichters in de marge. Beeldend kunstenaar mag je wel zijn. Zeker vroeger. Tilburg kende tot in de jaren tachtig meer dan tweehonderdvijftig officieel geregistreerde beeldend kunstenaars die driemaandelijks een werk inleverden bij de gemeente en daarvoor via de Beeldende Kunstenaars Regeling, de BKR, werden betaald. Uiteraard verslikte de gemeente zich op den duur in al die kunstwerken. Ik heb nog eens een reportage gemaakt over wat ze in voorraad hadden. Daar was een gehele voormalige textielfabriek mee gevuld. Honderd meter rekken met schilderijen, daarachter wat sculpturen en tot slot – op een hoop geveegd – hele en uit elkaar gevallen baksels van keramiek. En dat was dan nog allemaal zonder de stukken die in overheidsgebouwen hingen of – want er waren ook geslaagde kunstwerken bij – illegaal bij ambtenaren thuis.

In 1987, toen de BKR ophield te bestaan, minimaliseerde het aantal beeldend kunstenaars in Tilburg, maar het bleef tot op de dag van vandaag toch substantieel groter dan het aantal componisten of dichters. En zij worden nog steeds serieuzer genomen dan die laatsten. Ik denk omdat zij over het algemeen opgeleid zijn op een academie. Dat klinkt! Terwijl voor het schrijven in de Nederlandse taal geen achting bestaat. Iemand die op een weeïg moment wel eens een poëtisch regeltje heeft geschreven of die ooit een zeven of meer voor opstel heeft gehaald, denkt dat ie het ook kan. Zo’n volwassen iemand zou zijn opstel van toen nog eens moeten kunnen nalezen.

Maar goed, we moeten concluderen dat ik niet gelegitimeerd ben als kunstcolumnist op te treden. Trekt u zich er dus niet teveel van aan als het toch doe en probeer vanuit die onbevangenheid wat ik ervaar als humbug aan de kaak te stellen. En daarnaast enthousiast te zijn over de maaksels van kunstenaars in Brabant die mijns inziens de moeite waard zijn. Want er wordt al genoeg op moderne kunstuitingen gefoeterd door hen die wel weten hoe je ‘al dat geld beter had kunnen gebruiken’. Wat zou de wereld saai zijn als zij het voor het vertellen hadden, met in de openbare ruimte hooguit een beeldje van Bambi of een steigerend paard, als het tenminste net echt zou lijken en niet te duur zou zijn.

Want ondanks dat de laatste decennia het kunstonderwijs zo goed als afgeschaft is, groeit de kunst toch, tegen de verdrukking in. Althans in Tilburg, en in de rest van Brabant ook, denk ik. Dat komt volgens mij omdat de bevolking mondiger is geworden en vindt dat wat zij maakt getoond of gehoord mag worden. Ook hebben de wegbezuinigde centra voor kunsteducatie als het Centrum voor Amateurkunst en de muziekscholen in Brabant veel kunsttalenten wel een basis gegeven waarmee zij verder konden.

Jammer genoeg kregen we in Noord-Brabant als opvolger van dit soort instituten zoiets als de Kunstbalie – voor amateurs – en het bkkc – voor professionals. Geldverslindende flops die alleen in het leven geroepen zijn om het provinciebestuur te kunnen laten zeggen: maar de kunst, dat hebben we toch geregeld. Breek me de bek daarover niet open.

Maar ook ondanks deze treurige instellingen blijven de kunstuitingen als onkruid opschieten in onze provincie. In dat maandelijkse Cultureel Café in Tilburg, dat momenteel zijn tienjarig bestaan viert, zie je steeds kunstinitiatieven geagendeerd die de moeite waard zijn. Ogenschijnlijk vindt de organisatie telkens moeiteloos mensen en gebeurtenissen die de interesse meer dan waard zijn. De stroom jonge musici die er de laatste jaren gepasseerd is bijvoorbeeld leek mij over het algemeen met meer inhoud behept dan wat er gemiddeld bij Holland got Talent te horen is. En steeds wist het café talenten te tonen die vaak in off-off locaties op heel behoorlijke wijze de strijd met de kunst aan het strijden zijn. Misschien krijgt Brabant wel meer dan het verdient.

Nu nog een columnist zien te vinden die zoiets kan constateren met enig prestige. Iemand die met kennis van zaken en natuurlijk overwicht de status quo overziet en er richting aan kan geven. Iemand die onze plattelandsbestuurders bereid zijn te geloven, zodat zij inzien dat de Brabantse cultuur geen bkkc, Sanders, ’s Gravesande of andersoortige humbug nodig heeft.

Veelzeggend, dat Leeuwarden straks Culturele Hoofdstad van Europa mag zijn, omdat Friesland die puurheid nog wel uitstraalt.

Op de foto boven, Jace van de Ven bij aanvang van 10 jaar Cultureel Cafe Cinecitta. Foto John Geerts / tilburgers.nl 

© Brabant Cultureel – 2017