‘Uw culturele instelling presteert goed, maar helaas….’

De Adviescommissie Kunsten heeft begin november bekendgemaakt welke culturele instellingen in Noord-Brabant de komende vier jaar provinciale subsidie krijgen. Het regende protesten van de instellingen die buiten de boot vielen. Kritische kanttekeningen van de commissie raakten daardoor ondergesneeuwd.

door Emmanuel Naaijkens

Het geweeklaag was in de Brabantse cultuurwereld niet van de lucht na de publicatie van het advies van de Adviescommissie Kunsten. Dat wil zeggen vanuit de hoek van de instellingen die de komende vier jaar niet op een provinciale subsidie kunnen rekenen. Vooral in Tilburg is de uitkomst van het advies hard aangekomen.

Scène uit ‘Gejaagd door de wind’ van Matzer Theaterproducties. Foto Jean Philipse

Rob van Steen, directeur van Theaters Tilburg, stuurde namens zijn collega’s in de stad een brandbrief naar Henri Swinkels, de gedeputeerde die cultuur in zijn portefeuille heeft. Want het advies pakte volgens Van Steen onevenredig nadelig uit voor Tilburg. Ook in Eindhoven reageerde men geschokt. “Onzekere toekomst cultuurinstellingen”, kopte het Eindhovens Dagblad. In Zundert sloeg een bom in: geen provinciaal geld meer voor het Van GoghHuis. “Voortbestaan van GoghHuis in gevaar”, kopte BN/De Stem niet ten onrechte.

Zal de soep zo heet worden gegeten? Voor de ‘verliezers’ valt te vrezen van wel, want gedeputeerde Swinkels gaat niet aan het advies morrelen. “Dat hebben we zo afgesproken.” De provincie kan niet verweten worden dat ze gierig is. In het kader van de Subsidieregeling Hedendaagse Cultuur is er de komende vier jaar 17,4 miljoen euro beschikbaar. En dat is 5,7 miljoen meer dan eerder is vastgelegd. Geld dat gaat naar de culturele basisinfrastructuur in de provincie. Bovendien is Noord-Brabant, in vergelijking met andere provincies, ruimhartig als het om verlenen van kunstsubsidies gaat.

Gemeenten
Dat laatste kan minder gezegd worden van de Brabantse gemeenten, constateert de Adviescommissie in haar rapport. Want die geven – de goede niet te na gesproken – minder aan kunstsubsidie dan landelijk gemiddeld. In dat opzicht klinkt de kritiek dat het Rijk onze provincie onderbedeeld met kunstsubsidies wat onwaarachtig.

Scène uit ‘Everybody Happy’ van Matzer Theaterproducties met Lottie Hellingman en Peter De Graef. Foto Jean Philipse

Het is begrijpelijk dat de verliezers teleurgesteld zijn. Voor een aantal instellingen zal naar verwachting het doek vallen. En dat schrijnt des te meer omdat de afwijzing van de subsidieaanvraag zeker niet altijd te maken heeft met een gebrek aan artistieke kwaliteit. Sterker nog, als je de adviezen over afzonderlijke instellingen leest, dan bekruipt je als lezer het gevoel dat het kwartje net zo goed de andere kant uit had kunnen vallen. De Adviescommissie heeft bij die individuele aanvragen hier en daar wat kritische opmerkingen, maar is over het geheel genomen positief. En dan volgt voor een aantal aanvragers toch de duim omlaag, of op zijn best een plaatsje in de wachtkamer.

Een voorbeeld: Matzer is een landelijk opererende theatergroep die zich profileert met maatschappelijk engagement en die daarin succesvol is. In het advies over Matzer staat een twintigtal (zeer) lovende kwalificaties. Een greep: zeer goed, bevlogenheid, zeer actief, professioneel, slim ondernemerschap en twee talenten (regisseuse Liliane Brakema en actrice Ilke Paddenburg) die op doorbreken staan. Het gezelschap verdient subsidie, aldus de commissie, maar de aanvraag kan pas gehonoreerd worden ‘voor zover de definitieve ranking dat uitwijst’. Deze cryptische omschrijving heeft betrekking op honorering van subsidieaanvragen bij het Rijk. Bij een positief landelijk oordeel komt de provincie alsnog over de brug. Voor theater Matzer is het dus nog even nagelbijten.

Matter Theaterproducties met ‘Three Sisters in Concert’, 2016. Foto MATZER Theaterproducties

Zorgen
De Adviescommissie constateert tevreden dat in ieder geval aan meer instellingen subsidie is toegekend dan in de afgelopen periode van vier jaar. Niettemin maakt de commissie enkele kritische kanttekeningen, ook richting provinciaal bestuur:

  • Instellingen hebben een te beperkte blik op publieksstrategie. Het gaat, aldus de commissie, om meer dan het vergroten van het publieksbereik. De strategie moet onder meer ook gericht zijn op het vasthouden van het publiek en het vergroten van de betrokkenheid van de bezoekers.
  • Er zijn instellingen die in hun subsidieaanvraag op bijna alle criteria goed scoren, maar die desondanks door de subsidieplafonds buiten de boot vallen.
  • Veel moeite heeft de commissie met de uitzonderingspositie voor philharmonie zuidnederland. De subsidieaanvraag van dit muziekgezelschap passeert niet de Adviescommissie. En dat is onjuist. [Noot: Provinciale Staten heeft recent twee miljoen subsidie toegekend voor 2017. Over de aansluitende jaren volgt later een besluit. Er zijn wel stevige voorwaarden gesteld aan de subsidieverlening].
  • De commissie maakt zich zorgen over de verzwakkende positie van de discipline muziek in de culturele infrastructuur van Brabant.
  • De commissie maakt zich eveneens zorgen over de positie van de dans in Brabant. Bestaande gezelschappen stagneren op onderdelen; nieuwkomers zijn er niet of nauwelijks.
  • Het provinciaal bestuur legt in de beoordelingscriteria (te) veel de nadruk op medesubsidiëring door het Rijk. Daardoor vallen juist waardevolle instellingen met regionale betekenis uit de boot.
  • De commissie waarschuwt voor versnippering omdat de provincie nog andere regelingen kent om kunst en cultuur te ondersteunen.

Ga hier naar het rapport van de Adviescommissie Kunsten.

 

© Brabant Cultureel – december 2016