DansBrabant strijdvaardig en hoopvol ondanks provinciale danswoestenij

Voor de derde keer in amper twaalf jaren tijd ligt de akker van de Brabantse dans er verwoest bij. En opnieuw heeft de provinciale overheid met haar subsidiebeleid daar mede de hand in gehad. In de woestijn die nog rest, bloeien nog slechts twee bloemen. Panama Pictures en DansBrabant. Deze laatste instelling kan met een subsidie van 350.000 euro per jaar de komende vier jaar behoorlijk uit de voeten. Dit artikel wil met name de rol van DansBrabant binnen het provinciale dansveld schetsen.

door Rinus van der Heijden

Heleen Volman is artistiek leider van DansBrabant. Zij is nog altijd ontdaan van het jongste besluit van de provincie. Op het moment dat zij hoorde dat de Adviescommissie Kunsten van de provincie Noord-Brabant de subsidie-aanvraag van DansBrabant wilde honoreren, werd ook duidelijk dat er opnieuw kaalslag ging plaatsvinden. In 2005 immers sneuvelde Raz, dansvoorziening van het zuiden, op het altaar van de financiële bezuinigingen, in 2013 zijn opvolger Station Zuid.

En nu dreigen vier groepen van de kaart te worden geveegd. T.R.A.S.H. heeft inmiddels aangekondigd niet meer verder te kunnen en heft zichzelf op. En wordt in feite opgevolgd door Panama Pictures, dat zowel op landelijk, provinciaal als stedelijk niveau goed is bedeeld. De aanvragen van United Cowboys, LeineRoebana en Vloeistof daarentegen, zijn door de Adviescommissie Kunsten afgewezen. Daardoor is een ondenkbare situatie ontstaan en is het provinciale dansklimaat opnieuw gemillimeterd.

“Op de dag van de bekendmaking kwamen ’s ochtends de adviezen binnen. Toen werd ook bekend dat de aanvragen van T.R.A.S.H., United Cowboys, LeineRoebana en Vloeistof waren afgewezen. Ik werd er letterlijk onpasselijk van, mijn maag draaide er van om. Bij DansBrabant waren we zo ontdaan dat we er pas aan het eind van de middag aan toe kwamen om elkaar te feliciteren met ons eigen mooie advies”, zegt Volman aangedaan.

Scène uit 'I Will Wait For You' van Arno Schuitemaker. Foto Sigel Eschkol

Scène uit ‘I Will Wait For You’ van Arno Schuitemaker. Foto Sigel Eschkol

“Pijnlijk daarbij is dat DansBrabant in het advies geroemd wordt om de ‘uitstekende’ samenwerking. Maar de partners met wie wij de afgelopen tweeëneenhalf jaar zo nauw samenwerkten, zijn nu danig in de knel geraakt. We hebben met het hele dansveld een brief naar gedeputeerde Henri Swinkels gestuurd met de boodschap dat we onderweg waren, maar nog niet klaar zijn.”

“We zijn immers de klap van vier jaar geleden, toen de landelijke kunsten zo hard werden getroffen nog nauwelijks te boven. Ook het rijk bedeelde Danshuis Station Zuid viel toen weg door de bezuinigingen van het rijk. Inmiddels hebben we een telefoontje gehad om met de gedeputeerde om de tafel te gaan zitten. Clubs als T.R.A.S.H. en festival Incubate (subsidieaanvraag ook niet gehonoreerd; rvdh) zijn zo uniek en zorgen voor zo’n eigen kleur in en vanuit de regio dat het onvoorstelbaar is dat zij niet zijn gehonoreerd.”

Pluriformiteit
Volgens Volman wil gedeputeerde Swinkels naar oplossingen zoeken, al weet hij niet een-twee-drie waar ze te vinden. “Als de situatie doorzet zoals die er nu uitziet, verdwijnt de pluriformiteit in de provincie en wordt het dansveld opnieuw heel schraal. “Ik denk dat het laatste over dit alles nog niet is gezegd”, zegt zij. “Breda heeft al extra geld toegekend aan LeineRoebana. Vanuit Eindhoven is er een positief advies voor United-C met een bedrag van 50.000 euro per jaar.”

“In Tilburg is er positief advies voor Vloeistof voor een bedrag van 25.000 euro, wat minder is dan de oorspronkelijke aanvraag, en een negatief advies voor T.R.A.S.H. Vanuit de gemeentebesturen van Eindhoven en Tilburg is er nog geen zicht op definitieve extra middelen. Wel hebben de steden afgelopen week met de gedeputeerde om de tafel gezeten om over de uitkomsten van de provinciale adviezen te spreken. Daar is nog niets concreets uit voortgekomen.”DansBrabant krijgt voor de komende vier jaar elk jaar 350.000 euro. Ligt het dan niet voor de hand dat het de noodlijdende gezelschappen een financiële hand toesteekt? “Zeker niet”, zegt Volman. “Wij zijn geen fonds en geen loket waar geld wordt uitgedeeld. Maar we gaan natuurlijk wel kijken hoe we op andere manieren kunnen helpen. We hebben plannen ingediend waarin ruimte is voor vijf makers. Daarbij hebben we gekozen voor Katja Heitmann, Hilde Elbers, Guilherme Miotto, Sabine Molenaar en Johnny Lloyd. Daar kunnen we nu niet zomaar mee gaan schuiven. Binnen de projecten kunnen we anderen laten aansluiten, maar daar zullen we altijd extra middelen bij moeten vinden.”

“Ons geld gaat naar makers en projecten die we in ons vierjarenplan hebben beschreven.. We wachten nu af wat de diverse Brabantse gemeentebesturen gaan doen. En we gaan nog gesprekken voeren met het brabants kenniscentrum voor kunst en cultuur (bkkc). Het is belangrijk dat de dans daar weer aangemerkt wordt als aandachtsgebied en dan voor de komende tijd met focus op de gezelschappen. De afgelopen jaren was het aandachtsgebied de samenwerking. Die kunnen we enkel voorzetten als ook de gezelschappen wat vet op de botten hebben. Maar vanuit de hoek van het bkkc kan dat natuurlijk nooit structureel zijn.”

‘Burn’ van United Cowboys uit Eindhoven. Foto Hans Spiegelaar

“Het grote bkkc-verhaal kennen we. Het centrum moet zich gaan beraden over zijn taak, de steunfunctie. Die ligt nu wel erg dicht bij de provincie. Alsof het bkkc weet hoe en wat de kunsten moeten zijn en wij daaraan moeten gaan voldoen. Daar hebben we gesprekken over en die zullen ook altijd wel nodig blijven. DansBrabant is nu niet meer afhankelijk van de impulsgelden van het bkkc, maar het is wel een instrument dat we in de gaten moeten houden. Voor de dansmakers moeten voor de komende vier jaar wel projectgelden worden aangeboord.”

Vitaal
DansBrabant wil dat er voor dans en choreografie in Brabant een vitaal klimaat ontstaat. Dat wil het doen met oog voor hedendaagse ontwikkelingen en met een internationale oriëntatie. Begonnen als talentontwikkelaar is de organisatie geëvolueerd naar dansontwikkelaar. “Dat wil zeggen dat we niet enkel met prille, talentvolle choreografen werken, maar dat we ook projecten kunnen doen met choreografen die al veel langer bezig zijn. Dan hebben we het over het professionele dansveld.”

“De inspanningen van DansBrabant gedurende de voorbije vier jaar hebben mooie resultaten opgeleverd. Arno Schuitemaker, Jan Martens, Pia Meuthen, Jelena Kostic, de met de Prijs van de Nederlandse Dansdagen 2016 onderscheiden Katja Heitmann, Guilherme Miotto, Sabine Molenaar en Hilde Elbers zijn namen die in samenwerking met DansBrabant het dansveld van de afgelopen jaren hebben gevormd. “Daarbij zijn wij geen koepel, maar een trampoline”, preciseert Volman.

DansBrabant heeft de afgelopen vier jaar oprecht gewerkt aan de verbetering van het dansklimaat in de provincie. En daarvoor samenwerking gezocht met alle mogelijke partners. In maart 2014 ging de organisatie aan de slag, met impulsgelden van het bkkc. In tweeëneenhalf jaar liet DansBrabant zien dat er met samenwerking meer resultaten geboekt worden dan wanneer de afzonderlijke gezelschappen individueel zouden hebben doorgewerkt.

LeineRoebana nam vanuit Breda eveneens deel aan de vergaderingen die nodig waren. En ook Pia Meuthen met haar groep Panama Pictures is onderdeel van die Brabantbrede samenwerking. Daardoor waren volgens Volman “verschillende kleuren in de dans” vertegenwoordigd en was er sprake van een compleet dansveld. Elk gezelschap bekeek daarbij hoe dit het best met zijn werk naar buiten kon treden. “Samen hebben we geprobeerd het verhaal van de dans te vertellen.”

‘The Bold The Boundand The Brittle’. Foto Judith Zwikker

Dat er überhaupt de afgelopen jaren samengewerkt kon worden, was onvoorstelbaar. “Mensen hadden zo weinig middelen om mee te werken; ze moesten zich uit de naad werken om het eigen hoofd boven water te houden en om hun eigen plannen te realiseren. Dan is het fantastisch als er ook nog geïnvesteerd kan worden in samenwerking, maar dat was wel veel gevraagd. We hebben gezien hoe ver bij sommigen het elastiek werd uitgerekt. En nu de adviezen er liggen? Als ze dan geen beloning krijgen voor de bovenmenselijke inspanningen van de afgelopen jaren dient de vraag zich aan of ze nog wel vier jaar door willen en kunnen.”

Daadkrachtig
DansBrabant heeft ondanks alle negatieve ontwikkelingen vertrouwen in de toekomst. “Wij blijven daadkrachtig wat de toekomst betreft en blijven geloven in de dans. De kracht van dans is dat zij zich niet vastpint op één betekenis. Het kijken naar dans is een oefening in het omgaan met alles wat beweegt. Precies wat we nodig hebben vandaag de dag.”

“United Cowboys blijft strijdvaardig aan de vooravond van zijn internationale doorbraak met het project Burn. Vloeistof Dans heeft mooie plannen voor de toekomst. Wij gaan kijken hoe we samen een zo rijk mogelijk plaatje kunnen neerzetten. Basis creëren voor makers is vooral wat wij de laatste jaren hebben gedaan. Dat kun je ook doen voor makers die uit het systeem vallen. Dat was dan ook het eerste wat in me opkwam toen ik de adviezen las”, zegt Volman.

Hilde Elbers, ‘A Manual For Walking’. Foto William van der Voort

DansBrabant heeft vooral ambities als het gaat over internationale uitwisseling. De afgelopen vier jaar is daar op bescheiden schaal al aan gewerkt. “In die uitwisseling willen we flink gaan investeren”, weet Heleen Volman zeker. “Onze mensen gaan al over de grens, maar we krijgen hier ook mensen in residentie. Die duren meestal zo’n twee weken, maar we dromen nu al van langere residenties. De gemeente Tilburg steunde ons tot nu toe met 25.000 euro per jaar voor huisvesting. Wij doen ons best voor de stad en daarom hebben we nu het dubbele bedrag gevraagd en gekregen. Ook in de stad willen we investeren in projecten en in residenties. Wel komen we studioruimte te kort. We moeten daardoor vaak uitwijken naar de studio’s van United Cowboys in Eindhoven, Bloos in Breda en in Tilburg naar die van T.R.A.S.H., de Hall of Fame en zelfs naar de oude bioscoop Monopole, hartje centrum.”Waar DansBrabant zich ook mee bezig houdt, is het woorden geven aan dans. Wat wordt daarmee bedoeld? “

Tijdens de bijeenkomst van een culturele sociëteit in Tilburg stelde ik de vraag aan de aanwezigen: wat weerhoud je om naar dans te gaan? Het eerste antwoord was: dat ik er na afloop niet over kan praten. Dans gaat heel erg over ervaring en als je daar woorden aan geeft, dan werkt dat als een olievlek. Zo van: wow, dat wil ik ook wel eens meemaken. Tijdens Moving Futures in januari 2017 (een reizend dansfestival langs aantal steden; rvdh) vragen we een aantal mensen uit ons publiek na de voorstelling hun gedachten te delen, die worden meteen geprojecteerd. Via actie-reactie ontstaat een enthousiasmerende sfeer. Een mooie manier om elkaar te voeden en aan te vullen.”

Heleen Volman, artistiek leidster van DansBrabant. Foto Gemma van der Heyden

Heleen Volman, artistiek leidster van DansBrabant. Foto Gemma van der Heyden

Tweeslachtigheid
In het advies van de Adviescommissie Kunsten van de provincie Noord-Brabant is een passage opgenomen, die de tweeslachtigheid van de positie van de dans in de provincie treffend weergeeft. Die passage luidt als volgt:

‘De commissie maakt zich zorgen over de positie van de dans in Brabant. Een aantal al langer bestaande gezelschappen vertoont op meerdere onderdelen stagnatie en krijgt geen positief advies. Nieuwkomers met een vertrouwenwekkende organisatiestructuur zijn er niet of nauwelijks. De overkoepelende instelling DansBrabant verricht goed werk, maar is nog niet lang genoeg actief om al de vruchten te plukken van het ingezette beleid. Jong dans- en choreografietalent neemt snel de toevlucht tot voorzieningen elders in Nederland of het buitenland.
Podia beperken de programmering van dans ten gunste van andere theaterdisciplines die meer publiek trekken. De dans moet de tijd en de kans krijgen om zich weer een betere positie te verwerven. Nieuwe dansinitiatieven die zich in de komende beleidsperiode aandienen zouden wellicht met speciale projectfinanciering kunnen worden gestimuleerd zich verder te ontwikkelen.’

Je kunt deze woorden niet anders zien dan als een signalering, een conclusie. Mooi gezegd, maar het zijn woorden die stuklopen op het gebrek aan daden. Want hoe kan het Brabantse dansveld de richting kiezen die de Adviescommissie voor ogen heeft? In elk geval niet zoals het advies nu is uitgepakt, met vrijwel geen of helemaal geen geld voor de gezelschappen. Met het mogelijk opdoeken van vier gezelschappen zal de uitstroom van jong dans- en choreografietalent alleen maar toenemen. En dan zal DansBrabant de vruchten die de commissie ziet hangen zeker niet kunnen plukken.

http://dansbrabant.nl

 

© Brabant Cultureel – december 2016