Over Franz Schubert, Hélène Nolthenius en de Sonatine-reeks

Column door JACE van de Ven •

Op fietsweekend met wielerclub De Doorentrappers in het Sauerland ontkwam ik er niet aan om deel te nemen aan een quiz. Een afdeling van de vragen bestond uit het raden van titels van populaire liedjes uit mijn jeugd. Sommige melodietjes herkende ik wel, maar ik wist nergens een naam bij. De schuld daarvan is Dr. Hélène Nolthenius (1920-2000), een Nederlandse musicologe, cultuurhistorica en schrijfster. Zij publiceerde in 1952 het boek Onvoltooide symphonie over het leven van Franz Schubert.

Ik las het op vijftienjarige leeftijd op het internaat in Oosterhout en was helemaal verkocht, ik wilde alleen nog muziek van Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert – vooral Schubert – horen en haalde elitair mijn neus op voor wat mijn klasgenoten zoal oppikten van de radio. The Buffoons, The Bintangs, The Cats. Ik heb de namen van de bands uit die tijd via het internet moeten opzoeken, zo weinig weet ik ervan, een lacune in mijn ontwikkeling, het zij zo.

Franz Schubert, gravure van Josef Kriehuber. Bron > Wikimedia commons

Altijd een Schubertadept gebleven

Uiteraard verdween Onvoltooide symphonie na mijn middelbare schooltijd uit het zicht. Schubert niet, ik ben altijd een Schubertadept gebleven en schreef in 1997, toen er nog grootbladige kranten waren, een hele pagina in het Brabants Dagblad naar aanleiding van zijn tweehonderdste geboortejaar. ‘Nur Liebe im Erklingen’ heette het stuk, naar een van zijn honderden prachtige liederen. Op dat stuk kreeg ik veel reacties, er blijken meer Schubert-liefhebbers in Nederland rond te lopen dan u denkt. Om het artikel te schrijven las ik destijds twee nieuwe biografieën over Schubert, het boek van Nolthenius kon ik niet vinden, of ik zocht er niet naar, het was per slot van rekening een jeugdboek. Maar toen ik onlangs Onvoltooide symphonie zag liggen in het boekenstalletje van Café De Troubadour in Tilburg, pikte ik het wel mee en ging het lezen ook.

Nolthenius romantiseert Schuberts leven enigszins, maar dat was destijds gebruikelijk

Dat viel niet tegen. Verschijnen er nu, vijfenzeventig jaar later, nog zulke informatieve en toch spannende culturele boeken voor de jeugd in Nederland? Ik hoop het. Net als zestig jaar geleden was ik van begin tot eind geboeid. Nolthenius schrijft inhoudsvol en meeslepend, hier en daar romantiseert zij Schuberts leven enigszins, maar dat was destijds gebruikelijk. Figuren als Mozart, Van Gogh en Schubert konden niet arm genoeg geweest zijn en van de weeromstuit de hoogste kunst produceren. Nolthenius is dan ook niet de minste, zij promoveerde in 1948 met een proefschrift over twaalfde-eeuwse Italiaanse muziek en was van 1958 tot 1976 in Utrecht hoogleraar Muziek van de Oudheid en de Middeleeuwen. Zij schreef prachtige cultuurhistorische boeken – ook detectives – over de Italiaanse geschiedenis en de muziek. Allemaal aanraders. Misschien kent u haar onvolprezen boek over Franciscus van Assisi, Een man uit het dal van Spoleto. Zo niet, ga het lezen.

Hélène Nolthenius. Foto > Wim Ruigrok | DBNL

Geboren in een heidens nest

Hélène Nolthenius, geboren in een heidens nest, trad in 1942 toe tot de katholieke kerk en ging zich decennia later een ongelovige katholiek noemen, maar dat was in 1952 nog niet zo, anders had zij Onvoltooide symphonie nooit kunnen schrijven. Nou, schrijven misschien nog wel, maar het boek zou nooit uitgegeven zijn in de Sonatine-reeks van Uitgeverij Nederland’s Boekhuis te Tilburg. Waarom?

Gerard C.J.M. Verbiest

Omdat de directeur van die uitgeverij Gerard C.J.M. Verbiest (1894-1979) heette, door dr. Hendrik Moller in 1919 naar Tilburg gestuurd om de katholieken in het zuiden te leren lezen. Hij kweet zich met hart en ziel van die taak en werd naast uitgever ook de oprichter van IDIL: Informatie Dienst Inzake Literatuur, een instantie die boekhandels en bibliotheken informeerde of katholieken bepaalde boeken wel mochten lezen. Zijn bijnaam luidde: de Paus van Tilburg.

De bijnaam van Gerard Verbiest luidde: de Paus van Tilburg

“Raak getroffen vind ik die typering wel. Al voeg ik hier onmiddellijk aan toe dat mijn vader eigenlijk veel roomser was dan de Paus. Gerard wilde het achterlijke katholieke volksdeel aan het lezen zetten, en was daarbij overtuigd van de gevaren die het zielenheil van onervaren lezers bedreigden als die zich niet lieten leiden door gelouterde, door en door katholieke geleerde koppen.” Dat schrijft zijn dochter Agnes in haar boek Engelenvoetjes. Zij publiceerde ook een familiekroniek over de zo katholieke familie Verbiest, Alsem in Overvloed. Ik kreeg die boeken te leen van de Tilburgse publicist Ed Schilders bij wie ik had aangeklopt of hij iets meer wist over Uitgeverij Nederland’s Boekhuis te Tilburg. Ik dacht dat het iets van de Fraters was, net zoals IDIL. Fout gedacht dus. Op de informatie die ik van Schilders kreeg en op wat Agnes Verbiest vertelt over haar vader en die door en door katholieke tijd hier in het zuiden, kom ik binnenkort terug.

Nu alleen nog iets over de Sonatine-reeks, boeken over levens van beroemde componisten, verteld aan jonge mensen. Zij stond onder redactie van Wouter Paap, de pater familias van de Nederlandse muziekjournalistiek in de decennia na de oorlog. Hij verzamelde gekwalificeerde mensen om zich heen om de verschillende delen van Sonatine-reeks te schrijven. Will. Kortekaas schreef over Mozart in Het wonderkind van Salzburg, Hélène Nolthenius schreef ook nog Eroica over Beethoven en Erik Uyldert over Bach, De Cantor van de Thomaskerk. Carel Beke, ook de schrijver van de beroemde jongensreeks Pim Pandoer, als ik me niet vergis, schreef onder meer over Brahms en J. Kuin, wiens naam ik me herinner uit de Volkskrant van vroeger, mocht Rossini en Verdi aan de katholieke jeugd voorstellen. Voor zover ik heb kunnen nagaan verschenen er zeker meer dan tien delen.

Hélène Nolthenius > Titelpagina van Eroica, Het leven van Ludwig van Beethoven in de Sonatine-reeks van het Nederland’s Boekhuis, Tilburg

Katholiek karakter

Gezien het oer-katholieke uitgangspunt van Gerard Verbiest bij zijn uitgaven valt het katholieke karakter van de boeken in de Sonatine-reeks alles mee. Ik heb de vier delen van Hélène Nolthenius en J. Kuin gelezen en daarin is het in elk geval niet zo, maar nu ik Muzikant van Esterhazy over het leven van Haydn opensla, geschreven door Dra. Aukje Schröder, zie ik vader Haydn al op de eerste pagina filosoferen over zijn zoon Jozef: ‘Maar nee – die was voor iets hogers bestemd, en over het gezicht van vader Haydn liep even een glimlach bij de gedachte, dat zijn oudste zoon eens aan het hoofd van een hele parochie zou staan, of misschien zelfs uitgestuurd zou worden, om naar verre landen het geloof te dragen …’

Nu, in 2026, valt ons dat op, maar in de jaren vijftig lazen we daar gewoon overheen, zo normaal was het dat een katholieke vader zoiets dacht. Zelfs in de boeken van Arendsoog ontbreekt het katholicisme niet, de dappere cowboy had zelfs een heeroom die missionaris was. De tijden veranderen, hedendaagse schrijvers hadden van die oom misschien een transgender gemaakt.

Beeld voorpagina: In de mix > Franz Schubert en JACE van de Ven. “ik ben altijd een Schubertadept gebleven”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *