column door JACE van de Ven •
Dit weekeinde wordt van mij verwacht dat ik in het kader van wat heet Kunstsafari Hilvarenbeek een keer of tien een praatje hou over kunst langs de weg. Hoe komt die daar? Wie bepaalt dat hij er komt? En moet iedereen het maar goedvinden dat ie er komt? “We beginnen bij de oude Egyptenaren en komen via de katholieke kerk en al haar heiligenbeelden uiteindelijk terecht bij het Draaiend Huis van John Körmeling in Tilburg”, staat er in de programmafolder van het evenement. Dat heb ik misschien zo tegen de organisatie gezegd, maar toen had ik mijn toespraakje nog niet geschreven: We beginnen in de Oude Steentijd.
Kunst langs de weg bestaat al vanaf het paleolithicum, de Oude Steentijd, dus al vanaf zo’n 30.000 jaar geleden. Behalve in grotten als in Altamira of Lascaux lieten de mensen van toen ook beelden en tekeningen na in de openlucht. Je vindt bijvoorbeeld kunst langs de oevers van de rivier de Coa in Portugal of in het gebied Çatalhöyük in Turkije. Het zijn vaak afbeeldingen die te maken hebben met de goden waar de makers in geloofden of met de vruchtbaarheid die ze ermee af wilden smeken. Soms allebei. Stieren bijvoorbeeld verbeelden soms een sterke mannelijke god, maar soms ook de baarmoeder; de vorm van het hoofd staat dan voor de baarmoeder en de horens voor de eileiders. Ze verbeelden de wens dat het leven door mag gaan, dat alles wat dood gaat op aarde, ook steeds weer wordt wedergeboren.
Gissen naar kunstuitingen
In de Late Steentijd vinden we in de landen langs de Europese kust allerlei megalitische kunstwerken, van menhirvelden in Bretagne tot hunebedden in Drenthe en Denemarken. Naar de betekenis van deze kunstuitingen is het nog evenzeer gissen als naar de kunstuitingen langs de Coa of in Çatalhöyük. Het ligt voor de hand dat ze met het geloof van de mensen van toen te maken hadden. Mogelijk waren de hunebedden graven. We weten het niet exact en niemand heeft het ooit opgeschreven, want de volkeren die hier leefden, kenden nog geen schrift. Vinden we dus inscripties op menhirs of dolmen, zoals hunebedden ook worden genoemd, dan zijn die van later tijd, van oudtijdse graffiti-schrijvers of overijverige christenen die overal kruisen inkrasten of van bestaande heiligdommen van een ander geloof christelijke kerken maakten. Of een Mariabeeld plaatsten in een Heilige Eik, zoals in Oirschot.
Het wordt wel duidelijk dat de kunst die langs de weg te vinden is, te maken heeft met wie in de periode dat hij ontstond aan de macht was. En de hoogste macht was lange tijd het geloof. Aardse overheersers probeerden wel hun gezag zichtbaar te maken, zoals de Romeinen die graag triomfbogen plaatsten in overwonnen gebieden, maar het opperbestuur van de wereld, was voor de mensen uit vroeger tijd toch ergens in het onzichtbare gevestigd. Dat zien we ook aan de kruisen of hele calvariebergen die in de Middeleeuwen langs de wegen verrezen. Ze waren plekken waar de mensen, altijd met angst onderweg in the middle of nowhere, dachten beschermd te zijn tegen gevaar. Ze hebben tot in de vorige eeuw bestaan en zijn eigenlijk de oorzaak van het feit dat ik dit lezingkje in Hilvarenbeek eigenlijk houd.
Ik durf de stelling aan dat tot medio twintigste eeuw negentig procent kunst langs de weg katholiek was
Toen de intendant van Kunstsafari, Petra Spaninks, mij vroeg waarover ik het wilde hebben, zei ik: “We moeten het eens hebben over de kunst langs de weg in Brabant. Ik durf de stelling aan dat die tot medio vorige eeuw voor meer dan negentig procent gerelateerd is aan de katholieke kerk, sinds de vroege Middeleeuwen de machthebber pur sang in onze provincie”. En dan is er al veel verdwenen. In de buurt van wat bij ons in Tilburg het Hagelkruisplein heet, moet ooit een kruisbeeld gestaan hadden waar de boeren kwamen bidden om beschermd te zijn tegen storm en hagel en ergens op het grondgebied van een nieuwe wijk die Quirijnstok heet, moet ooit een klein kapelletje, een stokske, voor de landbouwheilige, Quirinus, geweest zijn. En zo is het overal. Duizend jaar lang zat de katholieke kerk in Brabant tot in de haarvaten van het openbare leven.
Waarschijnlijk weet ik niet meer dan u over kunst in de openbare ruimte
Samen met Petra Spaninks verder filosoferend op deze stelling kwamen we op het algemenere thema. Kunst langs de weg, van wie is ie? Wie bepaalt of ie er komt? Op die manier ga je het hebben over een meer eigentijds thema. Probleem is alleen dat ik geen grote kenner van kunst in de openbare ruimte ben. Waarschijnlijk weet ik er niet meer dan u. Uiteraard heb ik de laatste weken op het internet zitten zoeken en me een beeld gevormd. Dus ik ben net als een matige leraar in het onderwijs mijn publiek net een stapje voor. Net genoeg om samen met dat publiek de zoektocht voort te zetten. Wat komt er langs de weg te staan en moeten we altijd maar alles accepteren wat daarover buiten ons om beslist wordt?
Stampei over een kunstwerk
Kunst langs de weg veroorzaakt nogal eens stampei. Iedereen heeft er een mening over, ook mensen die zich nooit voor kunst geïnteresseerd hebben. Ze roepen bijna automatisch dat het nergens op lijkt, vooral als het een niet-realistisch beeld betetreft. En dat het veel te veel geld kost waarvoor godweetwat gedaan had kunnen worden. Waar slaat het op? roepen ze, is dat kunst? En waarom moet de kunstenaar weer van zo ver weg komen, we kennen wel mensen in onze woonplaats die het goedkoper gedaan zouden hebben. Waarom zijn die niet gevraagd? Het belemmert het uitzicht, zorgt voor verkeersgevaar et cetera et cetera.
Ook komt het voor dat beelden uit vroeger tijd het te verduren krijgen. Jan Pieterz Coen in Hoorn bijvoorbeeld, omdat hij nogal onmenselijk huisgehouden heeft in Indonesië. En in Tilburg Peerke Donders, omdat er voor zijn beeld in het Wilhelminapark een Surinamer voor hem knielt. Tja, begrijpelijke gevoeligheden, vooral in het geval van Coen. Bij Peerke kun je nog wijzen op het goede werk dat hij in Suriname gedaan heeft. Enne… de Surinamer in het Wilhelminapark knielt natuurlijk niet voor Peerke, maar voor het kruisbeeld dat Peerke hem voorhoudt. Maar ook dergelijke symbolen vervagen, of roepen bij sommigen mogelijk agressie op. Kortom er staat mijn publiek en mij heel wat te onderzoeken de komende dagen. Iedereen is uitgenodigd om voorbeelden in te brengen.
Kunstsafari Hilvarenbeek
Kunstsafari Hilvarenbeek is een tweejaarlijks festijn en wordt dit jaar voor de tweede keer gehouden. Zesenveertig beeldend kunstenaars presenteren dit weekeinde hun werk in hun eigen atelier of op een speciaal ervoor gekozen plek. Dat gebeurt niet alleen in Hilvarenbeek zelf maar ook in de vijf andere kerkdorpen van de gemeente. Ik hou mijn praatje bijvoorbeeld in Baarschot, ver genoeg weg van het centrum van de safari om al teveel schade aan te richten. Er zijn meer kunstpraatjes, hier en daar en ook workshops en muziekuitvoeringen. Bezoekers kunnen een eigen route uitstippelen om werk van hun voorkeur te ontdekken.
Er is een programma met plattegrond te verkrijgen in alle dorpen en wie zich tevoren al een idee wil vormen kan dat doen via de site www.kunstsafari.nl
Lees eerdere columns van JACE op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
