Het Brabants Boek Present is dit jaar geschreven door Jilt Jorritsma. De titel is ‘Zinkstukken’ en wie tussen 12 en 27 september 2026 minimaal vijftien euro besteedt in een boekhandel in Noord-Brabant krijgt het cadeau. Het Brabants Boek Present is een initiatief van Cultuurfonds Noord-Brabant en literair productiehuis Tilt. Een interview met de auteur.
door Hein van Kemenade
In de novelle Zinkstukken van Jilt Jorritsma (Sneek 1991) varen vier mannen in een aak vanuit Werkendam de Biesbosch in naar een gebied dat De Dood heet om daar in een griend wilgentakken te snijden. Daar worden zinkstukken van gemaakt die dienen als fundering voor dijken.
Het boek beschrijft ervaringen van de vier mannen en de gesprekken die zij met elkaar hebben over leven en dood. Dit in de winter, tijdens barre omstandigheden in de Biesbosch, jaren voordat het Deltaplan bescherming bood. Het water stijgt en daalt. De getijdewerking zorgt ervoor dat verplaatsen over het water erg zwaar is. De mannen moeten overal rekening mee houden.
In Zinkstukken speelt het verhaal zich af in de Biesbosch. De grienden nabij de polder De Dood. De dichtst bijliggende plaats is Werkendam. Wat waren je overwegingen om hiervoor te kiezen?
“Ik woon nu acht jaar in Eindhoven en zocht een onderwerp dat met Brabant te maken heeft. Ik ben ook een nieuwe roman aan het schrijven en daarin speelt de aanleg van de Afsluitdijk een kleine rol. Men gebruikte in die tijd – de jaren twintig van de vorige eeuw – zinkstukken, vlechtwerken van wilgentakken, die dienden als basis voor een dijklichaam. En wat bleek: Het zijn vooral Brabanders die wilgentakken sneden en daar zinkstukken van maakten. Vooral uit Werkendam. Vlakbij de Biesbosch. Daar ben ik ingedoken.”

De griendwerkers in de Biesbosch waren op elkaar aangewezen
“De mannen roeien iedere week uit naar een eiland in de Biesbosch waar wilgen worden geteeld. Daar verblijven ze de hele werkweek. Het idee is om op vrijdag weer terug te roeien. Afhankelijk van het getij en stormachtige overstromingen is het een zaak van overleven. Het is een ruige tijd. De werken vinden altijd in de winter plaats, wanneer de boom blad verloren heeft. Dan kan er geoogst worden. Het is koud, nat en afgesloten van de wereld. De mannen zijn op elkaar aangewezen.”
De polder heet De Dood. Dat verzin je toch niet?
“Het kwam mij toe. Gaandeweg vond ik het wel een mooie naam. Voor de mannen heeft het een verschillende betekenis, binnen de ontwikkeling die ze doormaken. Met name in hoe zij verhalen aan elkaar vertellen om de ondraaglijke omstandigheden te vergeten. Ze proberen de dood op afstand te houden. De dood ligt steeds op de loer. Daarom is het indrukwekkend dat die mannen dit werk doen. Ze leven steeds met de dood in hun achterhoofd. Ze doen dit om te overleven en geld te verdienen om eten te kunnen kopen.”
Is dreiging van onheil een thema voor jou als schrijver?
“Jawel. Als kind had ik een fascinatie voor de dood. Ik was er bang voor. Ik heb de dood leren accepteren. In dit boek speelt die acceptatie een rol. De plek waar de mannen leven is de polder De Dood. Het gaat om begrijpen en accepteren. Alle vier hebben ze een verschillende manier om dit in te vullen, maar iedereen komt uiteindelijk de dood voor ogen.”
” Daarom vind ik religie zo interessant, omdat de rituelen en verhalen betekenis geven aan de dood. Wat betekent dan zo’n verhaal wanneer je geconfronteerd wordt met de dood. Je draagt de dood met je mee. Je kunt niet leven zonder bezig te zijn met de dood. Daar culmineert het leven uiteindelijk in. Voor mij heeft de dood een soort aantrekkingskracht, meer op een ontnuchterende manier. Een relativerende manier. Op zo’n moment ben je er niet meer. Daar kun je bang voor zijn. Het gaat om terugkeer naar het leven. Je kunt ook gelukkig zijn dat je nog leeft.”

In de roman ‘Autopsie’ komt een bijna-dood ervaring voor. Is dat fictie?
“Ik heb dat niet zelf meegemaakt. Wel ben ik als kind twee keer bijna gestikt, waarvan ik compleet in paniek raakte. Daardoor ging ik manieren bedenken om dat niet meer mee te maken, zoals op een bepaalde manier eten in de hoop de dood op afstand te houden. Dit leidt tot een soort ontkenning ervan. De bijna-dood ervaring in Autopsie is een bijna verdrinkingsdood en die zijn vaak heel mooi. Als het je overkomt, zijn het je hersenen die het draaglijk maken omdat die stofjes uitstoten waardoor je het accepteert. Wat een fijn gegeven is, dat je er nooit alleen voor staat omdat je lichaam je helpt.”
Voor mij is schrijven heel zingevend
“In zekere zin houdt religie de dood ook op afstand. Zoals ik zei, zijn de verhalen die in de religie verteld worden zingevend. Dat is ook een ontkenning om ermee te leren leven. Als je er zelf niet in gelooft, is het een gemakkelijke manier om ermee om te gaan. Je kunt wel respecteren waarom deze verhalen verteld worden. De verhalen in dit boek worden steeds problematischer. De hoofdpersoon Kobus is verstrikt geraakt en onderdeel van het verhaal geworden, maar wil eraan ontkomen.”
Je boeken roepen de vraag op wat de werkelijkheid is. Is dat wat je ziet of dat wat je weet? Wordt de werkelijkheid bepaald door ervaringen en waarnemingen of door het denken erover?
“Ja, dat is wel een thema. Dat er een groot niets is en dat blijft er. We gebruiken verhalen om er iets tegenaan te gooien. Ik heb daar geen oordeel over. Voor mij is schrijven heel zingevend. Als ik bezig ben, helpt het om patronen in de werkelijkheid te zien. Uiteindelijk blijven de dingen die we zelf creëren creaties van onszelf, een mythevorming om het dagelijks leven te doorleven.”
Je romans spelen zich af op een afgelegen onbereikbare plek. Waarom heb je dat nodig?
“Ik vind dat mooie plekken. De plekken in Friesland, daar heb ik meer een persoonlijke band mee, daar voel ik mij verwant mee. Je kunt heel ver kijken. In Friesland sta je aan de dijk aan het einde van de wereld. Zoals de Romeinen dat noemden. Als je het daar laat afspelen neem je de verhalen mee, die mensen die daar geleefd hebben, verteld hebben. Zij hebben er betekenis aan te geven. Ik probeer daar iets mee te doen.”

Zijn er op zulke plekken dingen mogelijk die eigenlijk niet mogen?
“Je bent op jezelf en op elkaar aangewezen. Het vergroot het contact met de dood. In het geval van de Biesbosch moesten ze het met elkaar zien te stellen op zo’n eilandje. Daar zijn de mannen op elkaar aangewezen. Als je gewond raakt ben je van anderen afhankelijk. En zoals in de Biesbosch heb je tijd nodig om het werk te doen waar je geld mee verdient. Niemand had er eigenlijk zin in, om een ander bij te staan, het is ieder voor zich.”
Voelt een Fries als jij zich in Brabant thuis?
“Ik heb me er gewoon aan overgegeven om hier in Brabant te leven. Ik ben hiernaartoe gekomen voor mijn vriendin en nu hebben we twee kinderen die in Brabant geboren zijn. Dan moet ik mezelf ook een beetje Brabander noemen.”
Hoe zit het met het dialect?
“Het is allemaal Werkendams. Voor mij is het niet vanzelfsprekend om daarin te schrijven. Aanvankelijk gebruikte ik de taal van mijn schoonfamilie, maar die is toch anders, Helmonds. De klanken zijn anders, het is fascinerend om te ontdekken dat elke plaats er zijn eigen draai aan geeft. De taal in Zinkstukken is gericht op de griendwerkers, die hun eigen dialect hebben. De taal die men sprak is ook overgeleverd in dialect en zo kwam ik ermee in contact. Voor mezelf heb ik het Brabants zoals ik dat ken opgeschreven en daarna laten controleren door iemand die het Werkendams kent.”
Zijn er nog mensen die op de grienden werken?
“Na het voltooien van de Haringvlietdam is het opgehouden. De grienden zijn verdwenen. Door de dammen verdween het getij en kregen concurrerende planten de overhand en werden de wilgen verdrongen. Het wilgenmateriaal voor de dijken is vervangen door kunststof. Nu komt er door de duurzaamheid ervan weer meer vraag naar wilgenhout. Maar het is anders dan het vroeger was. De dreiging is weg In die zin. Er zit in mijn verhaal iets van heimwee in naar personages in die wereld die zo veranderd is. En een terugkeer daarnaartoe. Ik heb geen idee hoe het vroeger was behalve dan hoe het overgeleverd is. Wilgen kunnen in het getij overleven.”
Voor al je boeken doe je research. Hoe heb je dat voor Zinkstukken gedaan?
“Ik begin historisch. Er is veel werk door de heemkundekringen verricht. Zij hebben veel boeken geschreven en dat is heel waardevol. Zo kreeg ik toegang tot het gedachtegoed van mensen die daar woonden en werkten. Dan wordt het al gauw filosofisch. Hoe zagen hun dagen eruit en wat waren hun rituelen tijdens het werk en wat zegt dat over die mensen en hoe zij zich tot de wereld verhielden. Hoe zij met het landschap en met elkaar omgingen. Voor mij is het onmogelijk om te bedenken hoe het is om daar te zitten. Ik heb geen toegang tot hun gedachten. Wel versta ik hun verhalen rond de griend en hoe die zich tot mijn verhaal verhouden. Hoe gebruik ik verhalen om zelf om te gaan met ellende en barre omstandigheden.”
Mijn dochter van drie wilde weten waarom de dode dieren in de keet lagen

“Ik heb met mijn dochter de griend bezocht. Er was een keet waar ik naartoe mocht. ook om te overnachten. Het was heel mooi weer, wel had het hard geregend. De weilanden waren erg nat. De keet bleek gekraakt te zijn door een jager. Er was een stellage met dode dieren en rondom de keet lagen dode zwanen. Er was een skelet van een bok en een bever. Mijn dochter van drie wilde weten waarom die dieren daar lagen. Toen moest ik een verhaal vertellen, onder woorden brengen wat we zagen. Dan zou het over de dood gaan en ik betrapte mezelf erop dat ik het aanpaste voor haar, dat ze niet waren doodgeschoten, maar daar waren neergelegd omdat het een mooie plek was. De spanning tussen verhalen en realiteit werd invoelbaar in hoe ik het verhaal vertelde over de werkelijkheid en hoe ik wil dat deze tot ons komt.”
Familierelaties spelen een rol in jouw boeken. Zijn er dingen in je persoonlijk leven die jou gevormd hebben?
“Ja op een positieve manier, Ik ben gevormd door vrijheid te krijgen, door iets te betekenen, tekenen, creatieve dingen doen. Ook medische zaken die je meekrijgt zijn bepalend. Dat is wat ik het meest meeneem. Familie betekent continuïteit. Je komt ergens vandaan en geeft iets door aan een nieuwe generatie. De bewustwording daarvan is heel belangrijk, waardoor het zo confronterend is wat ik aan mijn dochter ga doorgeven. En welke consequenties het heeft hoe zij later naar de wereld zal kijken. Het is fascinerend wat zij ervan meekrijgt. Mensen bestaan niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van anderen en van het landschap.”
Hoe hebben jouw ouders de verhalen verteld?
“Het is niet zozeer dat ik me dat precies herinner. Er was wel interesse in de wereld door hobby’s, muziek maken en tekenen. Veel vertrouwen is belangrijk als basis om te dealen met de wereld. Dat heb ik altijd gevoeld en dat stelt me in staat om meer duistere dingen te verkennen.”
Het duistere komt steeds weer terug in je verhalen.
“Ik voel me daardoor aangetrokken. Het is voor mij iets heel schoons, iets moois. Als je dicht bij de dood staat, wordt het meer uitgesproken, dieper. Als mensen in de familie doodgaan dan word je daar op jonge leeftijd mee geconfronteerd. Een tante van mij pleegde suïcide en dan spelen verhalen die verteld worden een grote rol. Daardoor kun je het een plek geven als je iets niet kunt begrijpen, maar die verhalen zijn nooit toereikend. Door naar verhalen van anderen te luisteren en die te begrijpen, krijg je toegang tot de belevingswereld van iemands denken.”
Jilt Jorritsma, Zinkstukken. Tilburg: Tilt i.s.m. Das Mag 2026, 94 pp., ISBN 9789493399853, pb. Van 12 tot en met 27 september 2026 gratis bij besteding van minimaal €15,00 in Brabantse boekhandels.
Van 12 t/m 27 september kan de lezer Jilt ontmoeten in verschillende boekhandels, culturele cafés, en een speciale editie van de Eindhovense Boekie Night met Wim Daniëls. Alle data zijn te vinden op de site https://tilt.nu/tilt-doet/www.brabantsboekpresent.nl.
Jilt Jorritsma (1991) is schrijver en historicus. Zijn debuutroman Was (‘Twin Peaks in de Friese polder’ – De Lage Landen) stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs en de shortlist van de Anton Wachterprijs. Door NRC werd Jorritsma uitgeroepen tot Rijzende Ster in de Literatuur. Hij won de Joost Zwagerman Essayprijs, de Essaywedstrijd Nexus Connect en een Rely Jorritsmapriis. Zijn tweede roman Autopsie (‘Niets is wat het lijkt, en alles is verbonden of echoot’ – Het Parool) verscheen in 2025.
Lees meer over eerdere edities Brabant Boek Present op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
