Met ‘Zeep, een tentoonstelling die lekker ruikt’ vertelt Museum Jan Cunen niet alleen iets over de Osse zeepindustrie, maar schakelt het met werk van hedendaagse kunstenaars moeiteloos van kunstwerken gemaakt van zeep via spreekwoorden als ‘handen wassen in onschuld’ en ‘als een zeepbel uit elkaar spatten’ naar maatschappelijke en universele thema’s als armoede, opwarming van de aarde en vergankelijkheid.
door Irma van Bommel
Dat het in Museum Jan Cunen lekker ruikt, komt vooral door de grote verzameling zeepjes van Elvera Geurts uit Valkenswaard, waarvan nu een deel is uitgestald. Voor de tentoonstelling over zeep zijn zo’n dertig kunstenaars uitgenodigd om werk te tonen dat is gerelateerd aan zeep en schoonmaken. De expositie vertelt ook een interessant verhaal over de lokale geschiedenis. Het heeft mij altijd verbaasd dat Unilever zich richtte op twee totaal verschillende productielijnen: schoonmaakproducten en voedingsmiddelen. Museum Jan Cunen legt uit dat zeep wordt gemaakt met vetten of oliën en loog. Die combinatie zorgt voor een reinigende werking. Sinds eind negentiende eeuw worden dierlijke vetten uit de vleesverwerkingsindustrie in Oss, een restproduct, gebruikt als grondstof voor de zeepindustrie. Vleesverwerker Hartog en margarinefabrikanten Van den Bergh en Jurgens breidden hun activiteiten uit met zeepfabrieken. Genoemde bedrijven fuseerden tot Margarine Unie en in 1929 samen met Lever Brothers tot Unilever.

Vergeten weg te zetten
Wie de trap oploopt naar de tentoonstellingszalen, stuit op een schoonmaakwagen, alsof medewerkers zijn vergeten deze weg te zetten. Het blijkt een kunstwerk in keramiek van Koos Buster. Arnar Asgeirsson liet zich door kleurrijke plastic schoonmaakflessen inspireren tot het maken van mannentorso’s. Op de bovenverdieping staat een reuzen-badeend van Florentijn Hofman, als teken van verdraagzaamheid, omdat het een grappig object is waar mensen blij van worden.



Verschillende kunstenaars tonen werk met de zeepbel centraal, zoals Noortje Haegens en Anya Janssen. Eelco Brand maakte een video met een zeepbel. Hoewel de werken verwijzen naar de zorgeloze kindertijd, is het de vraag wanneer de betovering uiteen spat. Daarmee verwijzen deze werken naar de kwetsbaarheid van het bestaan.

Roos van Geffen liet zich inspireren door het thema handen wassen als reinigingsritueel. Zij maakte de hand van haar moeder na in zeep. In een filmpje wast ze die hand om de pijn uit het verleden weg te wassen. Raquel Maulwurf vestigt met een badkuip vol steenkool de aandacht op ons gebruik van fossiele brandstoffen. Waarom kost het ons zoveel moeite om daar afscheid van te nemen? Of wassen we liever onze handen in onschuld?

Landschappen van groene zeep
Tussen alle werken die zijn geïnspireerd op of gemaakt van zeep vallen de werken op van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Buhlebezwe Siwani, die opgroeide in Johannesburg. De groene zeep waarmee zij haar landschappen schildert, verwijst allereerst naar deze ‘allesreiniger’ voor de lagere inkomens. Je wast er niet alleen jezelf en je kleding mee, je maakt er ook je huis mee schoon en poetst er zelfs je tanden mee. De herkenbare geur verraadt je afkomst en sociale positie, vertelt de kunstenaar. De landschappen zelf verwijzen symbolisch naar de gevolgen van kolonialisme, apartheid en mijnbouw, waardoor het landschap uit haar jeugd steeds verder wordt opgedeeld.

Vergeet vooral niet een bezoek te brengen aan het toilet. Daar vind je een verzameling zeepjes met ludieke opschriften als ‘in goede handen’, ‘ik voel me gebruikt’, ‘je nam steeds een beetje van me mee’, ‘ik was er voor iedereen’, ‘bij jou was ik gewoon mezelf’ en ‘was je zorgen weg’. Woordkunst in een zeepje van Mickelle Haest en Sophie Van Assche, een ‘eigen productie’ van het museum.
‘Zeep. Een tentoonstelling die lekker ruikt’, tot en met 1 november 2026 in Museum Jan Cunen, Oss.

Zusterexpositie SOP
Als zusterexpositie van ZEEP in Museum Jan Cunen presenteert K26 deze zomer SOP. Net als in voorgaande jaren trekken het museum en het Osse kunstenaarscollectief samen op. Vanuit een gedeeld thema geven beide tentoonstellingen ieder een eigen artistieke vertaling aan een bijzonder stukje Osse geschiedenis.
Wat ooit een restproduct was van de bloeiende Osse vleesindustrie groeide uit tot een symbool van vooruitgang, zorg en reiniging. Maar zeep roept ook grotere vragen op. Wat wassen we eigenlijk weg? Vuil of schuld? Angst of herinneringen? En wat blijft er achter?
De kunstenaars van K26 laten zien hoe rijk en gelaagd dit alledaagse onderwerp is. In persoonlijke, kritische en poëtische werken krijgt SOP vele gezichten. Van jeugdherinneringen aan de geur van zeep tot rituelen van zorg en zuivering. En van de kwetsbaarheid van het leven, gevangen in een zeepbel, tot pogingen om de wereld schoon te poetsen. Er wordt gewassen, gekoesterd, geschrobd, herinnerd en losgelaten.
SOP gaat over wat oplost en verdwijnt, maar ook over wat hardnekkig blijft kleven. Over wat we proberen schoon te maken en wat we juist willen bewaren. Want soms laat juist datgene wat we wegspoelen de diepste sporen na.
Expositieruimte K26, Kruisstraat 26, Oss. Tot en met 13 september 2026

Lees meer over Museum Jan Cunen op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026

Een verrassende tentoonstelling in: het voormalige stadhuis + trouwzaal.
Wij ‘zepen’ onszelf minder in. De zeep of het zeepje komen niet veel meer voor in onze badkamers en onder onze douches.
De flacons in allerlei vormen, hebben de stuk zeep verdrongen.
Maar de kunstenaars hebben ons, als bezoeker, verrast.
Van stukjes zeep(CADUM) in herkenbare wikkels tot zeepbellen, die de voormalige, trouwzaal bijna vullen.
Alle etages zijn met originele kunstige producten en objecten gevuld.
Verrassend in zijn grootte: de gele badeend.
Verrassend onder de douche, waar je wordt geapplaudiseerd onder de douchekop.
Ga er binnen, beklim de historische trappen en je kijkt je ogen uit.
Steek je neus in ‘het zepig assortiment’en geniet van de geuren.
Uw kinderen en kleinkinderen gingen ons voor in de zomervakantie.
Trek uw neus er niet voor op.
DOEN!!!! zou ik willen zeggen.