Mijn therapeut, raadt mij af dit te doen

poëzie door Moeckbert


hart 

de beer hield mijn hart vast / en vroeg
me of ik een klaptafeltje had

in het sjamanisme zijn er dieren die meer honger hebben dan ik;
jij daarentegen wilde gewoon je vaasje ergens

neerzetten / en dacht eraan om een gesprek te
beginnen; met een trommel gaf je het ritme van het vuur aan

ook had je zogenaamd zin in een vorm van vlees /
zelf denk ik daarbij meestal aan braadworst

mijn therapeut, raadt mij af dit te doen; het is
soms beter volledig te zwijgen

want met het dierenvel dat je nu draagt
lijk je net een gnoe

een serieus gesprek is daarom niet aan
de orde / ook al denk je misschien van wel


KAK

jij kakte per ongeluk in mijn onderbroek / ik wist van niks
van niets weet ik tegenwoordig veel

– en eigenlijk is dat altijd zo geweest –

hierna liep ik een stukje door / wijdbeens
omdat ik iets vermoedde

vermoedens heb ik bovendien altijd gehad; vermoedens over het ontstaan
van aliens / of gewoon vermoedens over wat ik vandaag voel

jij gaf aan nog te willen neuken / uit gewoonte

ik keek daarom in welke flat jij woonde en
zag wolken voorbijsuizen als in een droom

gisteren vertelde je me een nieuw verhaal / over jouw
afkomst en geboorte / en hoe onwaarschijnlijk dat nou was

dat begreep ik vrijwel meteen / en at van de boterham
die mijn moeder voor mij smeerde;

er zat pindakaas op met suiker, die je gewoonlijk opeet
met ’t vorkje / zo ingewikkeld is dat niet

daarnaast verlangde ik naar een schoon T-shirt en een broek
met lappen op de knieën omdat ik graag eens knikkeren wilde

want mijn broek is zondag kapotgegaan; ik kreeg
hem voor mijn verjaardag

het komt omdat mensen dingen zeggen / en ik
dingen weet die jij niet weet

– er hing waarschijnlijk iets in de lucht –

je vond daarom dat ik niet moest huilen / maar ik
was het daar niet mee eens;

vanmorgen immers / ging je
en daarna bleef het immens stil


Walvis

een spaakbeen ging omhoog en jij bevroeg de walvis;
de walvis was verdrietig en legde zijn snuit op jouw schoot /

net zoals Jezus bij Maria deed / daarom
zei ik amen en schoffelde wat onkruid weg

tegenwoordig woon ik op het kerkhof omdat ik veel van
bloemen houd / en graag een potje jank

ik werk als senior pissebed voor mijn geld maar dat is helemaal niet erg –
mijn buurman doet dat ook

samen hebben we een leesclub opgericht en biljarten in het knekelhuis /
mijn opa’s botten hangen er in de woorden:

                        u zijt wellekome

van de – nu – hebben we een – u – gemaakt, voor een veel beter begrip /
soms huil ik als ik over de walvis praat

en wordt de grond onder mijn voeten vochtig /
het schijnt goed voor de planten te zijn

in principe is dat oké / wel vind ik het jammer dat je de pijp uitgaat
want we spelen niet meer met elkaar


de kleur paars

vroeger stond hier een paars gebouw / soms kijk ik nog naar links
dan vraag ik of ik in je brievenbus kijken mag – rustig en terloops

en of je dan niet schrikt

dat je angstig bent dat weet ik
en dat mijn hemellichaam buitenaards is / wist je al

want op mijn planeet eet men brieven
en rijmt men met woorden als: piemel en kut

het is om erotische gedachtes te onderdrukken
en emoties ’n plek te geven in dit heelal

of gewoon om een normaal en gelukkig leven te leiden
zo verwoordde men dat gisteren tegen mij

en als het plotseling toch niet goed gaat / slik je maar een luchtbel in
of plak wat spaarzegels op mijn huid /

wellicht schrijf je me nog een kort gedicht / met enkel zachte
woorden – zwoerdlul vind ik zelf erg fraai

maar dat past waarschijnlijk niet


de lift

wederom nam de walvis plaats in mijn Toyota
Starlett / ik moest wel enigszins bukken

en schakelde in zijn 2 / dit zijn standaardprocedures
wanneer men aanvangt met een dollemansrit

om mijn angsten te onderdrukken dronk
ik een glaasje cola – [zeg wat was dat lang geleden]

en keek goed in mijn binnenspiegel; op de achterbank zat de haring /
meestal zit hij voorin / maar daar was absoluut geen plek

mijn moeder zegt dat ik een ander vehikel moet kopen /
zij heeft waarschijnlijk gelijk, maar toch doe ik ’t niet

want ik weiger alle goeie adviezen;

mijn oma ging hier namelijk aan dood / en ook mijn opa /
de buurvrouw en mijn paard; helaas was het een echt circuspaard

er was toen even sprake dat de walvis mijn werk zou overnemen /
maar godzijdank is dat nooit gebeurd

het gevolg is dat ik nu ook taxichauffeur ben /
daarom pik ik regelmatig lieden op

het is niet anders, lacht de walvis / en – het zij zo – antwoord
ik beleefd / uiteindelijk lachen we samen

want na de staande ovatie rol ik door de hoepel / en lost
de haring mijn kruiswoordpuzzel op


Baard

in de rookwalm van mijn baard liet ik
vier zonen na / terwijl jij over je kuit
een tattoo liet bewegen

dat was in de huwelijksnacht / meende je

ik probeerde jouw schepsels te ontwaren
tussen jouw voeten en hun voeten

ik luisterde naar jouw ogen tussen de ogen
van het kleine leven

toen je foto’s van mij maakte / werd
duidelijk dat je van mijn ribben hield

[– en ik van jouw gouden tanden –]

het was een mix van olie en tijm /
op de dag / dat wij onze gemeenschappelijkheid

vierden / zo is het gegaan lachten we en jij boog je
tussen ons haar om mijn afkomst

te ontdekken / ook verzon je woorden
die dicht bij me resoneerden

als silhouetten / en juist niet als schaduw
die van je lippen kwam

– god zou het immers overnemen –

en ach vergeef me / jouw aanraking en trillende energie
die bij het vuur lag of ergens in de tuin;

jij bent me gisteren vergeten


Japan

meneer Murakami toverde –

een kroketje uit de muur / het had niets met mij te maken / en
ook niet met de ontkenning van dit leven

– die was er in mijn geval nog niet –

daarom bedacht je laatst het ontwerp van een nieuw ei
dat overal in zou passen

en boven mijn hoofd zou zweven als een tol / of
beter: als een aureool in de kleuren wit en piemelgrijs

je zegt dat ik choqueer / maar zo is het niet;

want als ik aan de overkant van een sloot sta / probeer
ik te begrijpen wat er aan de andere kant gebeurt

ook al is dat niet het geval

zo heb ik onlangs geleerd / hoe mijn moeder
mij mijn veters leerde strikken

en zo heb ik van mijn vader afgekeken
hoe hij een balkje precies in tweeën zaagt

dat deed hij met het blote oog / – en zo kom ik
uit op Japan / waar ik ooit naartoe zal gaan

als gelovige of als gouden maanvis / en ontdek daar
de straat waar M. als dwaallicht woonde

je kunt het beter maar gelijk zeggen / denk ik dan –
alleen niet altijd is dat zo


Aardappels

over de ontstaansgeschiedenis van de aardappel /
zijn slechts drie boeken geschreven / vertelde je pas geleden

ik heb daarom besloten om o.a. meer frites te eten /

zou dit te maken kunnen hebben met mijn zucht naar mayonaise / vraag je me
beleefd – of komt het omdat eenieder andere verlangens heeft?

op dit kruisverhoor geef ik natuurlijk geen antwoord / dat
is omdat ik onlangs in deel twee begonnen ben

echter nu al droom ik over gebakken aardappels

ook ben ik lichtelijk dyslectisch / dus lees alleen wat ik graag
wil – bovendien bezit ik een ongeoorloofde drang van energiebesparing

toch blijf ik liever aardappels eten / – / maar dan vooral met kerst;
het heeft wel iets gezelligs / – jij vindt dat eveneens

overigens als ik het goed begrijp zijn er maar weinig liedjes over
aardappels gemaakt – dat is op zich best jammer

misschien kunnen we hiermee aan de slag / want
als mijn bewustzijn groter wordt / wordt jouw bewustzijn groter;

zo spreekt Epipedons* wet




Noot*
Epipedon: de Griekse wijsgeer die over aardappels zong.


de dolende MENS

men kan achteruit hollen en strak zijwaarts kijken als de gezalfde dodo
met een eierkrans en zinnen omdraaien, en prevelen: ‘anna o nee een o anna’

maar moet dat nou en moest men niet van nullen enen maken of andersom
omdat palindromen net gladde alen zijn? [– ze glippen altijd weg –]
zou men niet kunnen lezen en begrijpen wat men al langer wist?

zoals: kom tot mij, gevederde vriendin en maak mijn grauwe tepels vet
en drink nooit gulzig maar bewust want ik zeg tijdig: ho!

van rondingen, maakte ik bollingen en van kleine viervlakken
knutselde ik raadsels, ik drukte halzen en haarlijnen plat en trok aan letters zonder schreef

eigenlijk wist men al wat ik ging vragen, eigenlijk wist men al dat ik verdoemd zou zijn
en nooit zou kunnen blijven 

ach engellief, moest men niet snel een lettertje verplaatsen en stilletjes vragen
of je met me mee zou reizen?

lang, kort of ingesneden, opgepoetst of uitgerateld
met zeep en oliën en losse zoutnitraten

of met rode tafellak omdat ik je heel erg graag eens ontmoeten wilde

de dood zou jou toch niet willen nemen, jij immers at de dood
wolken zouden jou niet omhullen, want jij zelf was een wolk
gedachtes zouden jou nooit betwisten – jij was gedachteloos

men zei dat ik dit document mocht delen
maar als voerman trakteerde je slechts op cola om een fluffy watertje te oversteken
geen geld gaf men terug, noch glimp of echte hoop

uit armoe volgde ik het rechte pad voorbij leeuwen, luipaarden en wolvinnen
als een zoeker van ’t ware zielenlicht dat vanuit een tinteling nu best schijnen mocht,
een oude dichter zei nog eerst:

er bestaat een oerwond van de mens die eerst zal moeten helen

Wie is Moeckbert? Ja wie is hij niet? Veel helaas nog niet, en in ieder geval niet iemand die zichzelf zomaar prijsgeeft. Maar zoals dat soms met bepaalde dingen gaat, kan het tij zich spontaan keren. Aan het einde van het vorige millennium geboren in een redelijk goedige omstandigheid onder de rook van Tilburg.

Beeld voorpagina: walvis, Toyota Starlett en haring, alles in ‘piemelgrijs’ (Payne’s Gray). Beeldcollage’s > Hans Lodewijkx

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *