De ‘15 Mysteriën van de Rozenkrans’ hangen al meer dan vierhonderd jaar in de Sint-Pauluskerk in Antwerpen. Maar nu even niet. De schilderijen van onder andere Rubens, Van Dyck en Jordaens vullen de komende maanden de grote zalen van Het Noordbrabants Museum. Het is een tentoonstelling van grote klasse geworden. Ontstaan bij toeval, dat wel.
door Henk van Weert
Vorig jaar bracht Jacqueline Grandjean een privébezoek aan de Antwerpse Sint-Pauluskerk, die midden in het behoorlijk ruige Schipperskwartier staat. Nog even naar de Mysteriën kijken, dacht de directeur van Het Noordbrabants Museum. Maar eenmaal binnen ontdekte ze dat de schilderijen van de wanden waren verdwenen. De vrijwilligers in de kerk vertelden haar dat ze waren opgeslagen, omdat de kerk verbouwd ging worden. Grandjean zette haar teleurstelling om in een positieve gedachte: hier ligt een kans voor Het Noordbrabants Museum. Haar idee om de vijftien werken in ’s-Hertogenbosch te tonen, vond snel weerklank bij de beheerders van de kerk en de Belgische kunstautoriteiten. Voor het eerst in vierhonderd jaar mochten de schilderijen Antwerpen en België verlaten.

De redders uit de schaduwwereld
Het is overigens een klein wonder dat ze er nog zijn. In de nacht van 2 op 3 april 1968 dreigde een grote brand de kerk en de schilderijen in de as te leggen. Ze werden op het nippertje gered door een bonte stoet mensen uit de oude zeeliedenwijk: cafégangers, studenten, toevallige passanten, toegesnelde prostitueés uit de nabijgelegen rosse buurt, travestieten en sjacheraars. ‘De redders uit de schaduwwereld’ werden ze bloemrijk genoemd in Het Laatste Nieuws.

De Rozenkransschilderijen zijn in de zeventiende eeuw in opdracht van de dominicanen – eigenaren van de Pauluskerk – geschilderd door elf Antwerpse kunstenaars. De bekendste zijn Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens, Antoon van Dyck, Cornelis de Vos en David Teniers de Oude. Van Dyck was toen nog maar achttien jaar oud. De reeks is onderverdeeld in drie groepen: vijf Blijde, vijf Droeve en vijf Glorieuze momenten uit het leven van Jezus en Maria die katholieken als leidraad gebruiken voor hun rozenkransgebeden.
De schilderijen hangen er nu in alle glorie bij in Den Bosch. Bescheiden glorie, want het museum heeft gekozen voor een rustige presentatie. Gedempt licht in zacht gekleurde zalen, geen overdadige lappen tekst en veel ruimte. Bezoekers schuifelen opvallend stil langs de drie groepen van telkens vijf werken. Het is alsof je in de vroege ochtend door een kathedraal loopt, terwijl buiten de toeristen nog aan de deur staan te rammelen.
Van dichtbij op ooghoogte
Voor het eerst zijn de schilderijen tot in detail te bekijken. In Antwerpen hingen ze eeuwenlang in de kerk hoog aan de muur. In ’s-Hertogenbosch kun je ze van dichtbij op ooghoogte bewonderen. Een unieke kans.

De dominicanen hadden een vaste volgorde van de Mysteriën bepaald. Eerst de vijf Blijde, dan de vijf Droeve en daarna de vijf Glorierijke. De samenstellers van de tentoonstelling hebben die volgorde veranderd, tenminste als je kloksgewijs langs de schilderijen loopt. Eerst de Droeve, daarna de Glorieuze en de Blijde. Wie goed kijkt, ziet dat de vijftien Mysteriën een perfecte, harmonieuze eenheid vormen. Alle schilderijen zijn in dezelfde stijl geschilderd en hebben dezelfde kleurstelling. Ze zijn allemaal volgepropt met figuren en de voorstellingen zijn theatraal en dynamisch. Elk werk heeft ook een blikvanger waar je oog als vanzelf naartoe gaat. Lijsten, naamplaatjes, allemaal hetzelfde.
De 15 Mysteriën van de Rozenkrans in ‘s-Hertogenbosch > vijf Blijde, vijf Droeve en vijf Glorieuze Mysteriën.
Eigenlijk kijk je naar één werk in vijftien delen. Dat is niet vreemd, omdat de dominicanen de Mysteriën destijds als project hebben aanbesteed bij de de elf kunstenaars. De schilders moeten het werk in nauw overleg met elkaar hebben uitgevoerd.
De beeldtaal van het gruwelijke
Het is lastig om een rangorde te bepalen, maar de werken van de Droeve Mysteriën spreken toch het meest aan. Zou dat komen omdat de beeldtaal van het gruwelijke zoveel mooier is dan de beeldtaal van de schoonheid, net zoals dat in geschreven taal het geval is? Als topwerk van de reeks wordt vaak ‘De Geseling’ door Peter Paul Rubens gezien. Met een paar penseelstreken op de rug van Christus maakt Rubens de marteling voelbaar. Ook ‘De Kruisdraging’ van de jonge Antoon van Dyck is zo’n werk dat direct tot de verbeelding spreekt.
Voordat de museumleiding het besluit nam om de Mysteriën in bruikleen te vragen, is onderzoek verricht naar een mogelijke kunsthistorische band tussen Den Bosch en Antwerpen. Die bleek er te zijn. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is ’s-Hertogenbosch in 1629 door Frederik Hendrik belegerd. Belangrijke religieuze kunstwerken moesten toen uit handen van de veroveraars worden gehouden. Ze werden tijdelijk overgebracht naar Antwerpen. Vier eeuwen later maken belangrijke religieuze kunstwerken de omgekeerde reis, zij het zonder dreiging van bommen en granaten.


Het Noordbrabants Museum heeft het niet bij de vijftien Vlaamse schilderijen gelaten. In elke zaal zijn ook werken te zien van hedendaagse kunstenaars. Het zijn meestal sculpturen die gelinkt zijn aan gebedssnoeren. Die poging tot connectie met de oude kunst blijkt zinvol. Niet alleen in visueel opzicht zijn ze een verrijking van de zalen. Ze voegen ook betekenis toe, met name de bijdragen van Mona Hatoum en Maria Roosen. Hatoum presenteert een traditioneel islamitisch kralensnoer als een ketting van zware bronzen elementen. Dat past mooi bij de vijf Droeve Mysteriën. Roosen pakt het min of meer hetzelfde aan. Haar snoer bij de Blijde Mysteriën is samengesteld uit grote glimmende kralen in de vorm van groenten.
‘15 Mysteriën van de rozenkrans’, tot en met 25 oktober in Het Noordbrabants Museum,’s-Hertogenbosch.
In seizoen 2 van het VPRO-programma Dwars door de Lage Landen bezoeken Arnout Hauben, Philippe Niclaes en Ruben Callens het Schipperskwartier in Antwerpen. Ze gaan op zoek naar de verhalen van ‘De redders uit de schaduwwereld’. Kijk hier terug op NPO Start. (met name het gedeelte tussen minuut 18:00 en 26:40)
Lees meer over Het Noordbrabants Museum op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026







