Een hotel met eenentwintig kamers die allemaal zijn gewijd aan De Stijl en het dadaïsme. Het staat aan de Spoorlaan in Tilburg en heet Hotel Central. In de LocHal is tot eind juli een kleine tentoonstelling die duidelijk maakt wat een bijzondere herinrichting zich de laatste jaren heeft voltrokken in dit hotel, dat nu zelf een attractie is.
door Pieter Siebers
De foto’s zijn van de Tilburgse fotograaf René van der Hulst, die alle kamers van Hotel Central vanuit letterlijk alle hoeken in beeld bracht.
Waar zich nu Hotel Central bevindt, op de hoek van de Spoorlaan en de Stationsstraat tegenover Station Tilburg, bevond zich tot ongeveer 1930 hotel-café Albert Jansen met op de gevel de tekst ‘hier waarschuwt men voor ’t vertrek der tram en spoorwegen’. Het was een soort stationsrestauratie, maar ook een belangrijke ontmoetingsplek voor de dichtende en musicerende spoorwegbeambte Antony Kok, kunstenaar Theo van Doesburg en hun geestverwanten. Dat in een tijd die werd gekenmerkt door vernieuwing in de kunsten, een periode ook waar het fundament voor De Stijl werd gelegd, de beweging die Van Doesburg oprichtte in 1917 en die invloedrijk is tot op de dag van vandaag.




Niet alleen chef-commies
Antony Kok (1882-1969) was in 1908 in Tilburg verzeild geraakt vanwege zijn werk bij de Spoorwegen. Hoewel relatief onbekend, heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van De Stijl. In publicaties als Holland Dada van K. Schippers (1974) en de biografie van Van Doesburg door Sjoerd van Faassen en Hans Renders uit 2022 wordt zijn rol uitvoerig uit de doeken gedaan. Kok was niet alleen chef-commies bij wat nu de NS is, maar ook belezen, verdienstelijk pianospeler en gaandeweg auteur van gedichten en aforismen.

Hij leerde Theo van Doesburg (1883-1931) kennen via ene Maurice Manheim (1888-1943) die werkte bij wollenstoffenfabriek Elias en woonde in de Stationsstraat 1, boven het toenmalige café-restaurant Albert Janssen. Van Doesburg werd als dienstplichtige in 1914 en 1915 op de Regte Hei nabij Tilburg gestationeerd, vlakbij de grens met België dat betrokken was geraakt in de Eerste Wereldoorlog.
Aard en opzet van een beweging
Hun gedeelde interesse voor kunst, wijsbegeerte en religie leidde in 1915 tot onder andere twee ‘soirees intimes’, avonden waarop werd gemusiceerd (met Kok achter de piano) of gedichten werden voorgedragen. Ook van Antony Kok, die onder invloed van Van Doesburg gedichten begon te schrijven en een kunstverzameling aanlegde. Hij kocht werken van Van Doesburg, die in die tijd al behoorlijk furore maakte. Maar hij legde ook de hand op meerdere werken van Mondriaan en zelfs een van El Lissitzky, een van de beeldbepalende kunstenaars van de Russische avant-garde.

Vanwege ruzie in het garnizoen vertrok Van Doesburg einde 1915 uit Tilburg, maar de twee vrienden bleven elkaar zien en zij correspondeerden veelvuldig, ook over de aard en opzet van een beweging die de naam De Stijl zou krijgen. Het hotel is te beschouwen als een van de broedplaatsen voor die beweging, maar ook als de bakermat van hun vriendschap.
Dit verhaal van De Stijl in Tilburg bleef lang vrijwel onopgemerkt, totdat in 1980 schrijver en dichter Jef van Kempen zich boog over het verhaal van Antony Kok. De aanleiding was het genoemde boek Holland Dada van K. Schippers. Daarin werd vermeld dat Kok met Van Doesburg veelvuldig had gesproken over de komst van De Stijl en dat hij de enige schrijver was die in 1918 tot de ondertekenaars van het manifest van De Stijl behoorden. Bovendien bleek Kok regelmatig zowel beschouwingen als gedichten te hebben gepubliceerd in het tijdschrift De Stijl.
Bloemlezing uit werk van Antony Kok
Van Kempens aandacht leidde tot meerdere activiteiten in Tilburg rondom Kok en De Stijl, zoals een tentoonstelling in 1984 in de schouwburg en het toenmalige Kultureel Sentrum, ingeleid door K. Schippers. Pogingen om een klein monument in de openbare ruimte aan Kok en De Stijl te wijden, liepen echter op niets uit. Wel publiceerde Van Kempen in 2000 een bloemlezing uit zijn gedichten en aforismen, die werd gepresenteerd tijdens een expositie over de typografie van De Stijl in Museum Scryption (dat helaas niet meer bestaat).
In 2007 besteedde Museum De Pont aan de hand van brieven, kaarten en foto’s een grote tentoonstelling aan de vriendschap tussen Antony Kok en Theo van Doesburg. En in 2017 lukte het de volhardende stichting De Nwe Stijl om een aforisme van Kok te plaatsen achter het station op het dak van RAW, in de vorm van een lichtobject. Sindsdien lezen we daar dag en nacht de regel die hij aan het einde van zijn leven schreef: ‘DE WERELD VAN HEDEN RAAST DOOR IN DADA’S VOETSPOOR’.

In de geest van De Stijl
En nu is er dan Hotel Central. Sinds de renovatie die in 2023 begon en waarbij op dit moment zestien, maar in een later stadium eenentwintig kamers zullen zijn ingericht met foto’s, afbeeldingen en teksten die betrekking hebben op Kok, zijn omgeving en De Stijl. Hoteleigenaar Swen Arens schaarde zich (ook financieel) achter het plan om alle kamers in de geest van De Stijl of het dadaïsme te richten, ook omdat die illustreren hoe Tilburg indertijd al een kraamkamer was voor vernieuwing. Zowel de tentoonstelling die tot eind juli 2026 is te zien in de LocHal als de inrichtingsplannen zijn ontsproten aan de geesten van kunstenaar Tine van de Weyer en kunsthistorica Ingrid Luyckx, onder de vlag van De Nwe Stijl.
Achtereenvolgens zijn te zien: kamer 19 (Antony Kok) • kamer 10 (Sophie Taeuber-Arp) • kamer 21 (Bart van der Leck) • kamer 17 (Theo van Doesburg) • kamer 8 (Evert & Thijs Rinsema) • kamer 16 (Piet Mondriaan)
Eind juni verzorgde Tine van de Weyer, die tekende voor een belangrijk deel van concept, een rondleiding in Hotel Central waarbij ook Jace van de Ven en steller dezes aanschoven. Nog niet alle kamers zijn klaar, maar het resultaat is ronduit indrukwekkend. Er is een kamer gewijd aan Antony Kok waar drie beeldbepalende elementen fraai in harmonie zijn gebracht: de locomotiefhal, de toetsen van een piano en gedichten, waaronder het dadaïstische ‘Nachtkroeg’ en ‘Trein’ die hij schreef. Dadaïstisch, omdat het niet rijmt, er (‘a-logische’) onzinwoorden in voorkomen en absurdisme de boventoon voert.




Van Doesburgs nalatenschap
Een tweede ruimte die gewijd is aan de Tilburgse entourage van Van Doesburg is kamer 20, waarin de rol van Lena Millius wordt verbeeld en verteld. Millius was boekhoudster en de tweede vrouw van Van Doesburg. Zij verrichte lang veel van het administratieve werk rondom De Stijl en wisselde de zakelijke correspondentie af met briefjes aan haar geliefde: ‘In gedachten geef ik je heele stortvloeden van heerlijke, zalige half-uur zoenen. Iets anders dan zoenen kan ik niet insluiten, want hier op kantoor is niets liefs om je te zenden.’ De kamer is ‘behangen’ met een patroon uit een kasboek, met centraal daarin – secretaris immers – de afbeelding van een schrijfmachine.


Kamer 18 verwijst naar de rol van Nelly van Doesburg, de derde vrouw van ‘Doesje’ zoals meerdere vrouwen hem wel noemden. Zij nam zelf deel aan een Dada manifestaties, speelde piano en heeft een belangrijke rol gespeeld om Van Doesburgs nalatenschap op een waardige manier te bezorgen. Antony Kok steunde haar nu en dan, bijvoorbeeld – zo lezen we in de verhelderende teksten die in elke kamer zijn aangebracht – door haar pianoconcerten financieel mogelijk te maken.

Een heel fraaie kamer memoreert de rol van de broers Rinsema. De eveneens bij Tilburg gelegerde Evert Rinsema – zowel schrijver als schoenmaker – maakte indruk op Van Doesburg doordat hij Nietzsche las. Evert en zijn broer Thijs raakten bevriend met Van Doesburg, via wie ze weer bevriend raakten met Kurt Schwitters. In de tekst op de kamer wordt de fameuze Dada-veldtocht genoemd, ‘die onder andere bestond uit optredens van Theo en Nelly van Doesburg, Vilmos Huszár en Schwitters met vernieuwende gedichten en experimentele muziek. Tussen december 1922 en april 1923 deed de tournee diverse Nederlandse steden aan, waaronder Bioscoop Besterds Belang in Tilburg, om te eindigen in Hotel De Phoenix in Drachten.’

Alleen zichtbaar voor hotelgasten
De herinrichting van Hotel Central is een prachtige ode aan een tijdperk waarin de kunsten zich – soms heel idealistisch – bezonnen op hun aard, rol en betekenis. De kamers zijn niet alleen gewijd aan grootheden als Mondriaan, Moholy-Nagy en Picabia, maar ook aan mensen die minder prominent zijn in de geschiedenis van De Stijl zoals Nelly van Doesburg en de broers Rinsema. Het geheel is prachtig uitgevoerd, qua vormgeving, typografie en tekst.

De paradox is dat dit alles alleen zichtbaar is voor de hotelgasten. En dan nog: wie alles wil zien, zal tenminste eenentwintig keer een kamer moeten boeken. Niet alleen daarom zou het goed zijn als deze geschiedenis breder onder de aandacht zou komen. Er zijn sites waarop de inrichtingen te zien zijn, maar een groter podium zou niet misstaan. Mocht er in Tilburg ooit een stadsmuseum komen, een lang gekoesterde wens, dan verdient deze periode en deze bijzondere herinrichting daarin ruime aandacht.

Beeld voorpagina > Kamer 10 van Hotel Central, opgedragen aan Sophie Taeuber-Arp. Tussen 1927 en 1929 werkte zij en haar man Hans Arp samen met Theo van Doesburg aan het inrichtingsontwerp van amusementscomplex Aubette in Straatsburg. Foto > René van der Hulst
Meer over De Stijl op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026







Wat een geweldig idee om op deze manier het nu nieuw “hotel Central “
door de kunstenaars het verleden en heden in “Stijl” weer te geven in bepaalde kamers en badkamers .
Top!!
Wat n geweldig idee en daarna vormgeving van Tine!
Super, zo een uitgebreid en inclusief artikel proficiat Tine !
Erg geslaagd, Tine en Ingrid. De De Stijl vlek spreidt zich weer iets verder uit over de stad (en terecht!). En zuiver van concept.
Prachtig gedaan. Goed dat Lena Milius ook een kamer heeft gekregen.
Prachtig werk geleverd Tine en Ingrid!
Parel voor de stad.
Kom op met dat Stadsmuseum gemeente!
Een geweldig project. Goed gedaan Tine en ook Ingrid. Prachtige ontwerpen, bijzondere kamers, mooie verzameling foto’s. Tilburg kan hier trots op zijn. Laat zich zo tenminste cultureel op niveau kennen.
Hartelijk dank Johanna. Het was een fiks avontuur. de research en de ontdekkingen die ik samen met partner Bram tot concept per kamer ontwikkelde waren spannend en avontuurlijk.
Intussen verzamelde Ingrid de fotobeelden voor de badkamers.
Ik bewonder de keuze van het beeldmateriaal en de inventiviteit waarmee het is toegepast. Met de smaakvolle inrichting is aan de vrees door ‘loud colours’ uit de slaap te worden gehouden het hoofd geboden. Hoe geruststellend om in te dommelen in deze hommage aan de eermalige opstand tegen burgerlijkheid en materialisten. Mijn complimenten.
Heel mooi, echte (DE) STIJL-kamers in centrum Tilburg.
Prachtig Ingrid en Tine 👍