‘Voor de meer dan 122 miljoen mensen wereldwijd die op dit moment op de vlucht zijn.’ Dat is de opdracht voor in het boek dat Sanne Stevens schreef over de evacuatie van de bevolking van Breda op 12 mei 1940. Het laat zien dat iedereen zomaar vluchteling kan worden, van de ene dag op de andere en nooit vrijwillig. En dat het trauma lang doorwerkt.
door Corien Ligtenberg • foto’s uit besproken boek, tenzij anders vermeld
Op 12 mei 1940 twee dagen na de Duitse inval, moesten alle inwoners halsoverkop Breda verlaten richting België. Dit om te voorkomen dat zij terecht zouden komen tussen de oprukkende Duitse en Franse troepen die – zo werd verwacht – elkaar bij Breda zouden treffen. In de jaren na de oorlog werd in de volksmond naar deze evacuatie verwezen als ‘de Vlucht’. Met haar boek Hoe een stad de benen nam. De vlucht uit Breda op 12 mei 1940 wil historicus Sanne Stevens deze dramatische gebeurtenis aan de vergetelheid ontrukken. Buiten Breda is dit een relatief onbekend verhaal, dat een plek mist in het algemene Nederlandse collectief geheugen. In Breda zelf is er nog wel herinnering, maar kennen weinig mensen nog de details.

Ruim vijftigduizend inwoners
In het Valkenbergpark in Breda staat een beeld uit 1955 dat is gemaakt door de Bredase beeldhouwer Hein Koreman. Het laat een moeder zien die haar kind aan de hand meetrekt. De vrouw lijkt bezorgd om zich heen te kijken, het kind kijkt achterom. Het simpele opschrift luidt ‘Mei 1940’. Het kunstwerk verbeeldt de uittocht uit Breda die op 12 mei 1940 plaatsvond. Alle ruim vijftigduizend inwoners moesten van de ene op de andere dag de stad verlaten om te voorkomen dat ze klem zouden komen te zitten tussen de oprukkende Duitse en Franse troepen. In een eindeloze sliert trokken zij te voet, met de fiets of per kar richting België, zonder te weten waar ze terecht zouden komen en wanneer – en of – ze weer zouden terugkeren.

Uiteindelijk konden de meeste vluchtelingen al na een paar dagen terug naar huis, maar een deel van hen kwam terecht in Antwerpen of trok nog verder, soms tot diep in Frankrijk. Onderweg kwamen zij alsnog in het oorlogsgeweld terecht. Meer dan honderd vluchtelingen kwamen om. Pas in februari 1941 werden de laatste vluchtelingen gerepatrieerd. De uittocht maakte op degenen die het meemaakten diepe indruk en werd in de periode na de oorlog in de volksmond ‘de Vlucht’ genoemd. Een vlucht die achteraf overigens onnodig bleek.
Gedegen aangepakt
Historicus, onderzoeker en schrijver Sanne Stevens groeide op in Breda. In 2018 hoorde zij van een vrienden over ‘de Vlucht’. Een oma had de evacuatie van de stad meegemaakt. Stevens kende het verhaal niet, werd nieuwsgierig en ging op onderzoek uit. Ze begon met Wikipedia en pakte het daarna gedegen aan. Zij dook in de archieven, verdiepte zich in de bestaande literatuur – zo schreef Bredanaar Piet Buurmans, die de Vlucht als jongen meemaakte, er twee boeken over, waarvoor hij medevluchtelingen interviewde – en sprak uitgebreid met Bredanaars die de evacuatie hebben meegemaakt. Stevens omschrijft de Vlucht als een collectief verhaal dat in de loop van decennia is ontstaan uit het samengaan van vele verschillende verhalen rondom de evacuatie.

Voor het feit dat de Vlucht een vrij onbekend verhaal is in het Nederlands collectief geheugen, noemt Stevens als een van de redenen: ‘Direct na de oorlog overheerst de overtuiging dat alle Nederlanders evenveel slachtoffer zijn, dat ze zich zo goed en zo kwaad als het ging door de ellende heen hebben geworsteld en heldhaftig verzet hebben geboden tegen de bezetter. […] Vluchten staat daar haaks op. […] Vluchten is passief, vluchten is toegeven aan angst – vluchten past dan ook niet in het verhaal over tegenstand bieden aan de agressor.’
Wel of geen noodzaak evacuatie
Het boek begint met een zo compleet mogelijke reconstructie van de aanloop van de Vlucht. Stevens gaat uitgebreid in op de rol van de Bredase burgemeester Bartholomeus van Slobbe, zelf oud-militair, die de evacuatie voorbereidde. Daarmee ging hij in tegen de plannen van Bureau Afvoer Burgerbevolking (BAB), het uitvoerend orgaan van de landelijke Commissie Burgerbevolking. Van Slobbe wilde zo nodig een deel of alle inwoners van de stad opvangen in de omliggende dorpen, ‘geen dag langer dan nodig’. Ondertussen zag BAB daar geen reden toe, omdat de stad volgens hen geen risico liep om in het oorlogsgeweld terecht te komen.

Rond 11 mei leek de zaak voor Van Slobbe en zijn mede-stadsbestuurders toch urgent. De Duitsers trokken veel sneller op dan verwacht, en de Fransen die op weg waren om het Nederlandse leger te helpen, waren van plan om de Duitsers op te wachten bij de rivier de Mark. Een evacuatie van Bredanaars naar de omliggende dorpen was daarmee van de baan. Alleen de route naar Antwerpen leek nog veilig. Het plan was dat één groep de route via Zundert zou nemen en een andere de route via Hoogstraten.
De uittocht verliep rommelig
Chaos en paniek is het beeld dat ontstaat uit Stevens reconstructie van de gebeurtenissen rond de evacuatie op 12 mei 1940. De uittocht verliep rommelig en had meer van een vlucht dan van een ordelijke evacuatie. Stevens verhaal leest vlot en geeft, ook door de ooggetuigenverslagen, een helder en levendig beeld van de soms hartverscheurende gebeurtenissen. Onduidelijk blijft echter wie uiteindelijk de knoop voor de ontruiming doorhakte.

Heel Breda verliet de stad via de Baronielaan en ging via het Ginneken richting Mastbos. Daar splitste de groep in tweeën. De groep die richting Zundert liep, werd bij de grens tegengehouden door Belgische en Franse militairen. Deze mensen bleven in Rijsbergen, Achtmaal en Zundert. Joseph Meeùs, die deze groep leidde, was ook in Achtmaal en toen kort daarna bleek dat Breda al was ingenomen, besloot hij dat deze vluchtelingenstroom kon terugkeren naar Breda. Dat gebeurde op 14 mei, nadat de Duitsers waren gepasseerd.

Ondertussen trok de groep die in Hoogstraten was beland verder om de optrekkende Duitsers (zo gingen de geruchten) voor te blijven. Zij kwamen in het oorlogsgeweld rond Antwerpen terecht en zo kwamen eenenvijftig Bredase vluchtelingen om bij een bombardement op een school in Sint-Niklaas waarin zij een tijdelijk onderkomen hadden gevonden.
Gebrek aan betrouwbare informatie
Breda bleek relatief veilig om naar terug te keren, maar niet iedereen wist de weg naar huis snel te vinden. Dat zorgde voor veel onrust en zorgen bij de inwoners die wel naar de stad waren teruggekeerd. Het gebrek aan betrouwbare informatie in die eerste oorlogsdagen over het lot van familie en vrienden droeg bij aan de zorgen. Uiteindelijk werden de laatste vluchtelingen pas in februari 1941 gerepatrieerd. Sommigen keerden helemaal niet naar Breda terug in de hoop elders een veilig heenkomen te vinden.

Stevens schrijft helder en meeslepend en zit diep in de materie. Dat pakt vaak goed uit, maar het inlevingsvermogen slaat soms wat door. Zo heeft burgemeester Van Slobbe ‘een hoofd gemaakt voor een hoge hoed’ en leest ze uit de ‘vriendelijk maar besliste blik’ van een bankdirecteur: ‘Maakt u zich geen zorgen, uw vermogen is veilig onder mijn bezielende leiding.’ Een Franse kolonel ‘knikt plechtig’ en ‘kijkt streng’, en een wethouder ‘staat nog wat na te sputteren’. Het boek leest als een trein, maar soms stoort dat.
Parallel met vluchtelingen van nu
Dat geldt ook voor de foto’s. Hoe een stad de benen nam is geïllustreerd met tal van afbeeldingen en foto’s uit die tijd. Een aantal van de foto’s die het verhaal ondersteunen, zijn echter recent voor het boek gemaakt en in scene gezet – zoals een vrouw (Stevens zelf?) met een koffer, op de rug gezien, in het bos; man, vrouw en kind met koffers, onderweg door het bos; een man op een fiets – maar dat staat niet duidelijk bij de foto’s vermeld. Ze zijn gemaakt door Martin Stevens, oom van de auteur, maar dat staat verstopt in het ‘Dankwoord’ achterin.
‘Mijn verwondering over de onbekendheid van dit verhaal wordt versterkt door het politieke klimaat waarin ik dit boek schrijft’, zegt Stevens in haar inleiding. Zij trekt een parallel tussen de vluchtelingen van toen en vluchtelingen van nu die het onderwerp zijn van hevige discussies over migratie. Stevens: ‘Ik heb willen laten zien dat, in een wereld waarin nog nooit zoveel mensen op de vlucht zijn als nu, vluchtelingen niet alleen maar de vreemdelingen op tv zijn of een homogene, anonieme groep waar verhit over gediscussieerd wordt, maar dat het nog niet zo lang geleden wij zelf waren die afhankelijk werden van de hulp van anderen. De verhalen van de vluchtelingen van nu verschillen niet veel van het verhaal dat voor de Bredanaars op 12 mei 1940 begon.’

Sanne Stevens, Hoe een stad de benen nam. De vlucht uit Breda op 12 mei 1940. Zutphen: Walburgpers / Tilburg: Zuidelijk Historisch Contact 2026, 216 pp., ISBN 978-94-64656-682-6, hb., € 24,99.
Luister (en kijk) naar het interview van Mieke van der Weij met Sanne Stevens in Met het oog op morgen (NPO Radio 1)
Lees meer over de vlucht uit Breda op Brabant Cultureel
Meer over Tweede Wereldoorlog op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
