‘Samenspel’ is aardige opwarmer voor expositie van grote Vlamingen in Noordbrabants Museum

Begin juli opent in Het Noordbrabants Museum de lang verwachte Mysteriën-tentoonstelling, met onder meer werken van Rubens, Van Dyck en Jordaens die nooit eerder België verlieten. In de aanloop daarnaartoe is de typische zomertentoonstelling ‘Samenspel’ te zien. Veel werken, veel variatie, veel tijdsverschillen uit twee collecties, die van het Bossche museum zelf en van BPD I Bouwfonds Gebiedsontwikkeling.

door Henk van Weert

Het is altijd goed als een museum een keer wat spit in zijn eigen collectie en er wat werken uitplukt om aan het volk te tonen. Daarvoor zijn ze ooit aangeschaft, nietwaar? Sommige grote bedrijven hebben ook verzamelingen, ooit ontwikkeld omdat een toenmalige directie oog voor kunst had. En ja, het is ook wel chique en goed voor de PR als een onderneming zich afficheert als een organisatie die bereid is te investeren in kunst.

Duizend werken in de kelder

Vastgoedontwikkelaar BPD I Bouwfonds doet dat al sinds 1976 en heeft intussen ongeveer duizend werken in de kelder en aan de muren van de kantoren. Samen met Het Noordbrabants Museum heeft BPD de tentoonstelling bedacht die nu te zien is in de Quistvleugel van het museum, het gebied tussen de vaste Sluijters-expositie na de entree en de gang naar de grote zalen. Logischerwijze draagt de tentoonstelling de titel ‘Samenspel’.

Een deel van de expositie. Foto > Henk van Weert

Het is best een drukke boel in die Quist-vleugel. Er hangen nu negentig werken dicht op elkaar en boven en onder elkaar, wat een beetje doet denken aan de wijze waarop in de negentiende eeuw exposities werden ingericht.

Zaaloverzicht van ‘Samenspel’. Foto > Henk van Weert

Grote namen ontbreken niet. Uiteraard hangt er een Picasso, bijna onvermijdelijk op dit soort exposities, ‘Tête de Pierrot’ uit 1926. Van zijn landgenoot Juan Muñoz – vooral bekend als beeldhouwer – zijn twee werken in krijt te zien. Er hangen ook een piepkleine Renoir, ‘Jeune Femme Debout’, twee portretten van Beatrix en Claus van Marlene Dumas, ‘De Miereneters’ van de nog altijd geliefde Carel Willink, een vlieger van Daniel Buren en een kleurig mensenschilderij van Roger Raveel. Jan Dibbets toont een met krijt en aquarel bewerkte foto van het Guggenheim. Allemaal kunstenaars die bewezen hebben dat zij in keurige collecties als deze twee thuishoren.

Oost-Europese meisjes

Een van de meest verrassende elementen in de tentoonstelling is een groepje foto’s van Martien Coppens uit de collectie van het museum. Deze keer eens geen Brabantse boerenkoppen of landelijke taferelen zoals we van Coppens gewend zijn. Coppens fotografeerde ook Oost-Europese meisjes die na de oorlog voor het oprukkende communisme waren gevlucht. Vooral de drie foto’s van een meisje voor de Charlottenbunker vormen een prachtige serie.

Martien Coppens (1908-1986), Meisje voor de muur van de Charlottenbunker, Frankfurt, 1950-1955, foto. Collectie > Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch.

Zeger Reyers roept – onbedoeld waarschijnlijk – een glimlach op. Van een afstand lijkt het alsof er een brandslang aan de muur hangt, zoals zo vaak in dit soort ruimten. Maar van dichtbij blijkt het een foto te zijn van een brandslang waarop hij paddenstoelen heeft laten groeien. In dit soort effecten heeft Reyers zich gespecialiseerd.

Zeger Reyers (1966), zonder titel (brandslang), c-print, 2004. > BPD Kunstcollectie.

De samenstellers van de expositie hebben de werken verdeeld in groepen waaraan ze thema’s hebben gehangen. Vaak komen zulke thema’s een beetje ondoorgrondelijk over, maar nu zijn de relaties tussen thema’s en werken gewoon duidelijk. Het draait allemaal om leefomgevingen: binnen, buiten, in de natuur en die van mensen in relatie tot elkaar.

Gijs Frieling (1966), Kingdom nr. 9, caseïnetempera op doek, 2005. Collectie > Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch.

Twee dorstige vreemdelingen

Wie naar het museum toeloopt, stuit op een nieuw kunstwerk voor de deur dat gemaakt is door Susanna Inglada: ‘La Casa que Abraza’, vertaald: Het Huis dat Omarmt. Het werk is gebaseerd op de figuren Philemon en Baucis uit de Metamorfosen van de Romeinse schrijver Ovidius. Het arme paar is gastvrij voor twee dorstige vreemdelingen die later goden blijken te zijn. Ze worden beloond voor hun gastvrijheid. Inglada’s werk bestaat uit mensfiguren die elkaar nodig hebben om overeind te blijven.

Het nieuwe kunstwerk bij de entree van het museum, La Casa que Abraza van Susanna Inglada. Foto > Henk van Weert

‘Samenspel’ is een aardige opwarmer voor de komende expositie van de grote Vlamingen. En als die op 11 juli eenmaal is geopend, vormen deze negentig werken een mooie bijvangst.

‘Samenspel’, tot en met 20 september 2026 in Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *