Lieke Marsmans ‘De dichter en de duivel’ verscheen postuum na jaren van lijden

Lieke Marsman: ’s-Hertogenbosch 25 juli 1990 – 3 juni 2026, Parijs. Haar laatste bundel, ‘De dichter en de duivel’ is al omschreven als een eigentijdse Goddelijke Komedie die zich beperkt tot de hel. Dante zal ik waarschijnlijk nooit lezen. Met deze moderne versie van Lieke Marsman heb ik mijn handen vol. Op zoek naar de kleine stukjes hemel die zij zichzelf heeft toegeëigend.

door Carina van der Walt

‘Jong en mooi, maar doodziek. Zijn dat nu de elementen die van Lieke Marsman een goede dichter maken?’, vroeg een bekende Zuid-Afrikaanse dichter toen Marsman in 2021 Dichter des Vaderlands werd. Hoe durfde hij! Ik was onthutst en verdedigde haar werk. Het cynisme druipt van zijn vraag. Maar die vraag was uiteindelijk niet nodig, want Marsman had het al in de gaten. Schrijnend eerlijk schreef zij in Op een andere planeet kunnen ze me redden over zichzelf: ‘Jonge Dichter Wordt Ernstig Ziek En Schrijft Haar Beste Gedichten in Anticipatie Op De Dood’.

Schrijnend zijn ook haar aanvaringen met de bureaucratische protocollen van de medische wereld sinds de constatering van haar zeldzame soort kanker in 2018. Want, zo schrijft ze in Op een andere planeet kunnen ze me redden: ‘(…) alle ideeën die ik aandraag [worden] ondertussen afgeschoten’. En in In mijn mand: ‘steek die bureaucratie maar in je hol!’ Zelfs een arm- en schouderamputatie wordt een speelbal op het bureau van de behandelende arts. Ondertussen misselijkmakende paniek. Haar innerlijke pijn overschrijdt lichamelijke pijn. Schrijnend leed. In het aangezicht van een ‘slechtnieuwsgesprek’ heeft Marsman daar bewust voor gekozen. Zij wil koste wat het kost nog een tijdje doorleven. Om met één arm te tennissen en te koken valt uiteindelijk wel mee – ook al breekt corona uit en begint de Rusland-Oekraïne oorlog. Marsman behoudt een breed perspectief.

Europa, 2022

Angst zonder gedachten, de geest
loopt als een pakezel
die verschroeide aarde op – niets 
valt er te overpeinzen nu.
Voldongen feiten om ons heen.

Hoop is een alchemist: de dichtste steen
ontzegelt het. Als uit een ei: klein
verenpakketje, bebloed nog, onooglijk.
Het eerste verzet wordt het luidste protest.
Er is een nieuwe wereld mogelijk.

(uit: Ter gelegenheid van de poëzie)

Toch werd haar leven door haar ziekte ‘onttoverd’. De wereld is zijn glans kwijt. Weinig leuke dingen blijven voor haar over en ze schrijft:

twintig jaar later raak ik verstrikt
in de wachtwoorden
en patiëntnummers
die ik nodig heb
om toegang te krijgen tot mezelf
en ik voel mij onttoverd
er is niets magisch aan dit leven
waarin een balie een schavot is
waarin de snelle achteruitgang
aan het einde een angst is
‘Ze voelde zich goed. Toen was ze dood.’
als een nieuwe fleece trui die een keer gewassen werd

(uit: In mijn mand)

Marsman heeft haar leven lang aan vliegangst geleden. Toch ontwikkelde zij na de aankondiging van haar ziekte kortstondig zin in reizen. Een kwestie van spijt. In een poging om haar sociale fobie voor reizen (als teken van individuele vrijheid) te overwinnen onderneemt ze in haar eentje een bezoek aan Sartres Parijs. Dat vergde veel moed en is maar half gelukt want, schrijft zij op 7 april 2020 in Op een andere planeet kunnen ze me redden, ‘op iedere straathoek [had ik me] een eenzame lozer gevoeld’. Schrijnend ironisch is het dat Lieke Marsman zes jaar later in Parijs overlijdt in het bijzijn van haar levensmaat, na hun bezoek aan tenniswedstrijden op Roland Garros.

Misschien was Marsman de dupe van secularisering, want zij groeide op zonder enige basiskennis van religie. Dan ontdekt ze: ‘Hoe gehecht je ook bent aan je eigen rationele wereldopvatting en hoezeer je ook een atheïstische opvoeding hebt genoten, onder de hogedrukspuit van een naderende dood houdt je rationaliteit het niet lang uit. Het blijkt een poreus en arrogant bouwsel, niet bestand tegen de influx van emoties en hormonen van een brein dat beseft dat het aan het sterven is. En opeens schijnt iedere vorm van anti-spiritualiteit,… belachelijk… De geest zoekt een uitvlucht… Mijn geest smeekt God om hulp.’ En op 27 mei 2022 in Op een andere planeet kunnen ze me redden schrijf ze in een enkel losstaand zinnetje: ‘Ik mis God.’

Gespreksgenoten op de weg naar de duivel

Het is schrijnend dat enkele dagen na haar overlijden haar dichtbundel De dichter en de dood postuum verschijnt. Met de titel en de indeling van die bundel is het meteen duidelijk dat deze krachttoer van Marsman geïnspireerd is op De goddelijke komedie van Dante Alighieri. Inhoudelijk zijn de zeven binnenringen van Onder-Nederland volledig afgestemd op de taal en cultuur van de eenentwintigste eeuw. Haar gespreksgenoten op de weg naar de duivel in de onderwereld zijn Dick Schoof en Gerrit Zalm. Losjes kunnen de zeven ringen inhoudelijk worden verdeeld in ontnuchtering, leegte, bekvechten, financiën, politieke teksten, een gesprek met de duivel en oorlogen. Deze ringen worden omsloten door een Proloog en een Epiloog. Die laatste begint met:

Het ouderwetse luchtalarm klonk.
Gewoon die donkere loei, die klank
van een eerste aanzet tot paniek

in je onderbuik. Het systeem achter het NL-alert
was verkocht aan de Amerikanen
en derhalve onbruikbaar.

Deze epiloog bestaat uit acht strofes en zet zich voort met verwijzingen naar een intieme situatie, de ANWB-noodradio zonder batterijen, de laatste kaarsen en duisternis. In herinnering wordt geroepen dat je in een ruimte zonder prikkels je brein moet bezighouden met het reciteren van (voor Marsman) gedichten. Het eindigt met ‘En ik zong:’ en loopt dan door naar het allerlaatste gedicht in deze postume bundel:


soms is de grond gewoon de grond
de aardlaag waar de doden in verdwijnen
en haal je adem maar het zand komt tot je mond

je leven is een regelding, een tijdelijk paleis
je dacht oprecht dat het geluk je vond
nu raak je ondergronds bevriend met de konijnen

er was een prijsvraag waar je naam op stond
naar de bodem ging de all-inclusivegroepsreis
men graaft een gat en telt in graftermijnen

soms is de grond gewoon de grond
de aardlaag waar de doden in verdwijnen
en haal je adem maar het zand komt tot je mond

uit z’n toolbox haalt de dood een zeis
een krater waar zojuist je huis nog stond
je overburen sluiten snel hun in-betweengordijnen

een bloederige biefstuk voor de beurswaakhond
er staat geen daglimiet meer op de olieprijs
dunhalzige leiders, om hun nekken hermelijnen

soms is de grond gewoon de grond
de aardlaag waar de doden in verdwijnen
en haal je adem maar het zand komt tot je mond

nog een keer over bakboord op gesmolten poolijs
er sterven dichters en consultants aan het front
geef me je hand, ik tel de onderbroken levenslijnen

we wisten het niet, dat er veel meer dan dit bestond
een wanordelijke gespeld maar helder prachtig paradijs
al die kanaries, al die kolenmijnen

Lieke Marsman, De dichter en de duivel. Amsterdam: Uitgeverij Pluim, 2026, 120 pp., ISBN 9789493525146, pb., € 24,99.

De bewerkte portretfoto’s komen uit het interview van Twan Huys met Lieke Marsman in het discussieprogramma Buitenhof, zie de video hieronder.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *