Terug willen, maar niet als heimweetoerist

Bij een jeugdfoto mijmeren en terugdenken aan ‘de tijd van toen’ doen we vast allemaal wel eens. Dat mijmeren niet sentimenteel laten worden – en ook ressentiment over de verloren jeugd weghouden – deed Herman Coenen met als resultaat de dichtbundel ‘Lichtspoor’. Verrassend is dat de dichter over twee stemmen beschikt, de ene rechtshandig schrijvend, de andere links, die elkaar mooi aanvullen.

door Lauran Toorians

Is de vlinder ook nog de rups, en is de kikkervis al de kikker? Het zijn vragen die de natuur aan ons opdringt. Ben ik nog het kind dat ik ooit was, zijn die herinneringen die zo vers lijken echt, of is dat een illusie? Bij een jeugdfoto kijk je naar jezelf en voor de spiegel ook, maar toch anders. Herman Coenen (Nuth 1946) spiegelt zichzelf aan een foto van toen hij acht jaar oud was en laat dat aanleiding zijn tot poëtische mijmeringen zoals we die van hem gewend zijn. Simpele waarnemingen of voorvallen die hij zich herinnert, stollen tot gedichten of soms tot poëtisch proza dat meditatief aandoet.

In de bundel Lichtspoor, geïnspireerd door een oude schoolfoto, resulteert dat in een rijk aantal gedichten die geen van alle jeugdherinneringen ophalen. Althans niet letterlijk. Dit is geen bundel vol weemoed en ‘heimweetoerisme’, zoals Coenen het ergens zo mooi noemt. Kleine dingen – vaak uit de natuur – trekken zijn aandacht, zoals een mier die over de tuintafel loopt, de kat die vanuit totale rust plotseling een sprong maakt of de witte bloempjes van de aardbei. Soms zijn het ook vrienden of bekenden die op een enkele voornaam na voor de lezer anoniem blijven. Prima, want de lezer hoeft die persoon ook niet te leren kennen. Het gaat niet om de persoon, maar om het gevoel dat de herinnering oproept of om de wederzijdse verbondenheid die uit het gedicht spreekt.

Automatisch schrijven

Lichtspoor bevat ook een interessant experiment. Coenen, die rechtshandig is, leerde zichzelf op latere leeftijd om ook met links te schrijven en ontdekte dat hij links behoorlijk andere teksten schrijft dan rechts. Alsof er twee stemmen in hem zitten, wat misschien niet erg verwonderlijk is als we bedenken dat ook zijn ‘rechtse’ teksten veel weghebben van ‘automatisch schrijven’ (écriture automatique). Het is allemaal weinig rationeel en lijkt zo, onbewust, uit de directe waarneming te stromen. Het is een manier van schrijven die in de negentiende eeuw opkwam in kringen van spiritisten en vervolgens op een hoger plan werd getild door de surrealisten.

Voor Coenen lijkt het een vanzelfsprekendheid en ik heb nergens de indruk dat het zweverig wordt, integendeel zelfs. Een mier op de tuintafel is uiterst concreet. In de bundel zijn de linkshandige teksten cursief afgedrukt waardoor ze al bladerend direct herkenbaar zijn. Al lezend zijn ze ook zonder dat hulpmiddel probleemloos herkenbaar als een tweede stem die commentaar levert.

Tot slot een voorbeeld van zo’n linkshandige tekst:


Naïviteit is mijn nativiteit, mijn geboorterecht –
ik ben geen studie in wegenstelsels
of richtingen voor heilsbestemming


laat dat maar zijn,
ik ben simpelweg dat in jou
wat de weg niet weet,
ik leer je vertrouwen op dat
waar je zonder het te kennen
en zijn echtheid uit te hebben getest
je voeten en je handen aan overgeeft


ga en doe
wat jou blindelings beweegt
en deel het sprankelende water
dat jou van binnen tot de lippen stijgt

Is dit het kind vol naïef vertrouwen in de wereld dat nog steeds in Herman Coenen schuilt, of huist er een volwassen taoïst in hem? Beide, vermoed ik, en ze maakten samen een mooie bundel.

Herman Coenen, Lichtspoor. Gedichten. Lewedorp: Uitgeverij Van Kemenade 2026, 90 pp., ISBN 9789071376696, pb., € 20,00.

Foto voorpagina > Hans Lodewijkx | Coverfoto Lichtspoor > Fannie Coenen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *