column door JACE van de Ven •
Toen ik in 1969 als student in Tilburg kwam wonen, leefde Winando nog en kennelijk, lees ik in het boek Winando. Een Tilburgse fascinateur, op maar honderd meter van mijn studentenkamer in de Sacramentsparochie. Misschien heb ik hem ooit zien lopen zonder dat ik wist wie hij was. Ik had hem graag ontmoet, want tussen mijn achttiende en mijn tweeëntwintigste had ik een zwak voor occulte zaken. Met vrienden en kennissen probeerde ik zelfs weleens contact te krijgen met de wereld achter de wereld door een glas met onze vingers erop over tafel te laten schuiven. Ik was van nature te nuchter om in geesten te geloven, maar vond het wel spannend om te doen alsof.

Volgens mij was de tijd er toen ook meer naar dan nu. De paragnost Gerard Croiset was regelmatig positief in het nieuws bij het oplossen van misdrijven en met andere voorspellingen en werd door velen serieus genomen, onder wie de Utrechtse professor in de parapsychologie Wilhelm Tenhaeff. Ook werd er verteld dat in het communistische Rusland veel onderzoek gedaan werd naar paranormale zaken om die in de Koude Oorlog als een extra wapen te kunnen gebruiken.

Bij mijn weten heeft die wetenschap nooit veel opgeleverd en in elk geval is in Nederland de leerstoel parapsychologie begin deze eeuw opgeheven. Misschien heeft de ledlamp ons een te helder licht gebracht en straalt dat af op de (tijd)geest. Tilburg is niet meer donker, ook ’s nachts niet. Waar zijn de leegstaande textielfabrieken die, zo gauw de avond viel, er luguber uit gingen zien. Waar zijn de vleermuizen die geruisloos door hun kapotte ramen naar buiten zeilden? En waar zijn de wazige zwart-witfoto’s waarop tijdens het ontwikkelen soms op de achtergrond vage figuren opdoken, ongetwijfeld geesten?
Winando stond met zijn shows in alle grote theaters en bioscopen in Nederland
Met deze inleidende alinea’s probeer ik een beetje een sfeer te scheppen om de ‘fascinateur’ Winando (1902-1971) in zijn tijd en omgeving te plaatsen. Hij was volgens Berry van Oudheusden en Joep Eijkens. de schrijvers van het boek Winando. Een Tilburgse fascinateur, ‘van de jaren ’20 tot de jaren ’60 van de vorige eeuw de bekendste illusionist, telepaat, hypnotiseur en helderziende van Nederland. Hij stond met zijn shows in alle grote theaters, schouwburgen en bioscopen.’ Zijn optredens werden op veel plaatsen ingeleid met een ‘treeplankact’. Dan stond Winando geblinddoekt op de treeplank van een auto, die op zijn aanwijzingen door een vreemde stad werd gestuurd. Uitstekende reclame voor zijn voorstellingen.

Het boek van Van Oudheusden en Eijkens is geen echte biografie. Het is, met als bronnen voornamelijk krantenverslagen van optredens, een boek over een interessante, maar vergeten Brabander, geboren in Breda en tijdens zijn werkzame leven wonend in Tilburg. ‘Wat mij fascineerde’, verklaart medeauteur Berry van Oudheusden: ‘Men zegt: roem is vergankelijk. Maar dat geldt toch minder voor schilders, componisten, schrijvers. Wanneer zij ons verlaten, blijven hun werken bij ons. Je kunt ze nog steeds bekijken, beluisteren, lezen… Bij variétémensen, acteurs en andere podiumartiesten is die vergankelijkheid mijns inziens groter. Hun werk sterft met hen.


Maar net zo belangrijk vond ik het feit dat Winando in Tilburg nooit echt geëerd is. Hij was een grote jongen op het gebied van illusionisme, telepathie, hypnose. Hij was beroemd in Nederland en daarbuiten, maar in Tilburg herinnert niks aan hem. Dat geldt overigens ook voor andere Tilburgse grootheden, zoals Jan Pijnenburg. Antoon Roothaert of August de Laat. Voor mij, en ik denk ook voor Joep, was het boek een monumentje voor Winando. Een eerbetoon.’
Winando heette eigenlijk Henk van Heusen. Hij heeft nooit verklaard hoe hij aan de naam Winando kwam. Zijn topjaren van roem zijn de jaren tussen de twee wereldoorlogen, toen hij vooral triomfen vierde in Brabant, Limburg en Vlaanderen. Plaatselijke verslaggevers zijn zonder uitzondering vol lof. Alleen in Amsterdam pruimde men Winando niet toen hij maar liefst voor hele een week Carré had afgehuurd als ‘Britsch-Indische Fakir’. Mogelijk lag het aan het moment, het was een week van dreiging in 1940. Enkele dagen erna viel Duitsland Nederland binnen.

Maar ook vonden de Amsterdamse recensenten de acts van Winando maar ‘kermisspul’. ‘Waarom wordt deze gewone goochelarij omgeven door allerlei theosofische en andere bovennatuurlijke rimram’, vroeg een recensent zich mijns inzien terecht af. Want dat deed Winando, hij presenteerde zich minder als goochelaar dan als medium dat meer wist van hemel en aarde dan waarvan de wijsheid van gewone mensen droomt. Noem hem gerust een mannelijke voorloper van Yomanda, die overigens haar carrière ook als goochelaarsassistente was begonnen.
Winando en Yomanda presenteerden zich graag als halve Jezussen
Winando beweerde bijvoorbeeld dat als hij de kist waarin zijn assistente zat met zwaarden doorstak, die assistente op dat moment in lucht was opgelost. Hij reageerde een beetje kriegel op het publiek dat het voor een ‘mechanisch handigheidje’ hield. Dan was Ger Duijns, de vader van Cherry Duijns, eerlijker. Toen ik hem in 1978 na een interviewtje vroeg of er een gaatje in één van die ringen zat die dan weer een ketting vormden, dan weer los door hem getoond werden, zei hij: ‘Natuurlijk zit daar een gaatje in. Ik ben toch Jezus niet!’ Winando en Yomanda presenteerden zich graag als halve Jezussen, Yomanda mijns inziens mogelijk uit eigenwaan, Winando volgens mij vooral omdat het hem goed leek voor de winkel. Daardoor had hij naast het podium ook nog een handel aan huis.


‘Winando zorgde voor een sterk afwisselend programma. Op het gebied van de telepathie en helderziendheid in verleden, heden en toekomst demonstreerde hij op ongelooflijke wijze zijn uitzonderlijke paranormale begaafdheid. De spiritistische deur gaf op raadselachtige wijze antwoord op vele brandende kwesties en Winando toonde hierbij ook tot ideomotorische prestaties in staat te zijn.’ (De Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche Courant, 7 februari 1954).
Uit het boek: ‘Winando was voor velen een vertrouwenspersoon en klanten klopten herhaaldelijk bij hem aan. Soms doen de bewaard gebleven brieven denken aan probleemrubrieken in damesbladen.’ Ook voorspelde hij zwangere vrouwen het geslacht van hun toekomstig kind. ‘Hij keek dan in zijn glazen bol en zei: “Het wordt een meisje.” In zijn notitieboek schreef hij bij de naam van de vrouw dat hij een jongen had voorspeld. Als die vrouw terugkwam omdat hij het verkeerd had voorspeld, liet Winando zijn boek zien. “Nee hoor, kijk maar, een jongen heb ik gezegd.” Hij wist dat ze niet terug zouden komen als hij het goed had geraden.’

‘Had hij een gave’, vragen de schrijvers van Winando. Een Tilburgse fascinateur zich aan het eind van het boek af. ‘Met alle plezier zouden we dieper in zijn psyche duiken, maar daartoe zijn we niet gediplomeerd’, schrijven ze, de kerk in het midden latend. Maar in een zinnetje kort daarna ‘hij stak mentale en letterlijke grenzen over om zijn “gaven” te exploiteren’, zetten zij gaven wel tussen aanhalingstekens.
Wat doet het ertoe. Winando’s shows waren voor zijn tijd opzienbarend. Er werd gegriezeld en gelachen. Ze maakten evenveel indruk als tegenwoordig het programma MINDF*CK van Victor Mids waarin op modernere wijze onverklaarbare illusies getoond worden, de kijker in verbijstering achterlatend. De tijden zijn minder donker geworden, maar wat er in het duister zou kunnen gebeuren blijft de mens intrigeren. Een prettig leesbaar boek.
Berry van Oudheusden & Joep Eijkens, Winando. Een Tilburgse fascinateur. Tilburg: Stichting Straat 2026, 168 pp., ISBN 978-94-92063-04-5, pb., € 22,50.
Het boek verscheen als onderdeel van het evenement in de Tilburgse wijk Theresia van de Stichting Straat: www.stichtingstraat.nl
Afbeeldingen uit het besproken boek. Met dank aan Joep Eijkens.
Eerdere columns van JACE van de Ven op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026

U maakt me ontzettend blij met alle info over Winando en zijn familieleden.
Het is mijn oudoom via mijn vader , Max Joosten , wiens moeder de zus van Winando is .
Helaas heb ik mijn vader nooit goed mogen kennen .